Nederlands 5-10

Oefenen met 
hebben en zijn
1 / 37
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 135 min
Report this lesson

Items in this lesson

Oefenen met 
hebben en zijn

Slide 1 - Slide

isk 8 Nederlands 5-10
10.15 NED

13.15 

Slide 2 - Slide

maandag 5 oktober
Goedemorgen
ISK 8

Slide 3 - Slide

2. Op je tafel:

pen/potlood


schrift                              boek

laptop 




1. Ga zitten
X
welkom isk 8

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

1. Wie is aanwezig?

2. Wie heeft oortjes mee?

3. Is je laptop opgeladen?

Slide 6 - Slide

Taal Compleet


Zelfstandig werken:

thema?

paragraaf boek?

paragraaf computer?

toets?



timer
30:00

Slide 7 - Slide

isk 8  Nederlands
dag en datum?

01.16

10.15-13.15

11.30 mevrouw Ikram op bezoek


mevrouw Simone
10.15


*Taal Compleet
*woorden herfst
*werkwoorden
*toets "spreken"
*SLB



Slide 8 - Slide

dictee &
werkblad

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link

Werkwoorden vervoegen
Wie                                  werkwoord: hebben/zijn

Slide 12 - Slide

1. De docent ..... een bril.
A
zijn
B
hebben
C
is
D
heeft

Slide 13 - Quiz

2. De leerlingen ... boven.
A
zijn
B
hebben
C
ben
D
heb

Slide 14 - Quiz

3. De tafels ... vies.
A
zijn
B
hebben
C
is
D
heeft

Slide 15 - Quiz

4. De computers ... uit.
A
zijn
B
hebben
C
ben
D
heeft

Slide 16 - Quiz

5. De pen .... oud.
A
ben
B
heb
C
is
D
heeft

Slide 17 - Quiz

9. De deuren ... dicht.
A
zijn
B
hebben
C
bent
D
hebt

Slide 18 - Quiz

6. De docent ... ziek.
A
zijn
B
heb
C
is
D
heeft

Slide 19 - Quiz

10. De bloemen ... rood.
A
zijn
B
hebben
C
bent
D
heeft

Slide 20 - Quiz

11. Mohamed A ... een auto.
A
zijn
B
hebben
C
bent
D
heeft

Slide 21 - Quiz

12. Wael .. een broek aan.
A
ben
B
heb
C
is
D
heeft

Slide 22 - Quiz

13. De leerlingen .. een computer.
A
zijn
B
hebben
C
is
D
hebt

Slide 23 - Quiz

14. De docent .. niet groot
A
zijn
B
hebben
C
is
D
heeft

Slide 24 - Quiz

16. Hij ... een blauwe tas.
A
ben
B
heb
C
bent
D
heeft

Slide 25 - Quiz

19. Ik ... op tijd.
A
ben
B
heb
C
bent
D
heeft

Slide 26 - Quiz

20. Jij .. bent te laat.
A
bent
B
heb
C
is
D
heeft

Slide 27 - Quiz

21. Wij .. veel eten.
A
zijn
B
hebben
C
bent
D
heb

Slide 28 - Quiz

23. Jullie ... goed!!!
A
bent
B
hebt
C
zijn
D
hebben

Slide 29 - Quiz

Taal Compleet


Zelfstandig werken:

thema?

paragraaf boek?

paragraaf computer?

toets?



timer
30:00

Slide 30 - Slide

isk 8  Nederlands
dag en datum?

01.16

10.15-13.15

11.30 mevrouw Ikram op bezoek


mevrouw Simone
10.15


*Taal Compleet
*woorden herfst
*werkwoorden
*toets "spreken"
*SLB 12.30



Slide 31 - Slide

Taal Compleet


Zelfstandig werken:
1.1      3.1     4.1
1.2     3.2    4.2
1.3     3.3    4.3
1.4     3.4    4.4
1.5
1.6
1.7
1.8



Slide 32 - Slide

Taal Compleet


Zelfstandig werken:

thema?

paragraaf boek?

paragraaf computer?

toets?



timer
30:00

Slide 33 - Slide

Vandaag:
Taal Compleet
dictee
woorden herfst
toets
hebben en zijn
werkwoorden
SLB



Slide 34 - Slide

Vragen?


rooster

Slide 35 - Slide

rooster ISK 8
dinsdag
9.15 SLB


Tot morgen.





Slide 36 - Slide

Taal Compleet


Zelfstandig werken:
1.1      3.1     4.1
1.2     3.2    4.2
1.3     3.3    4.3
1.4     3.4    4.4
1.5
1.6
1.7
1.8



Slide 37 - Slide