Schrijven nt2

Schrijven Nt2
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Schrijven Nt2

Slide 1 - Slide

Lesdoel
- Ik begin de brief met een begroeting.
-Ik gebruik hoofdletters en punten.
- Ik weet wie de schrijver en de ontvanger is.
- Ik kan een goede zinsopbouw maken.

Slide 2 - Slide

Een brief zonder fouten schrijven. 
Waarom moet je leren om brieven zonder fouten te schrijven?

Slide 3 - Slide

stap 1. Ik begin de brief met een begroeting. Wat zeg ik aan het begin van een brief?
A
Hallo of beste
B
Groetjes
C
Hartelijke groet
D
Tot ziens

Slide 4 - Quiz

stap 2. Ik schrijf de naam van de persoon voor wie de brief is → de ontvanger
Hallo tante Bea,
Beste Achmed,
Hallo neef,
Beste juf,

Slide 5 - Slide

Je oom ligt in het ziekenhuis. Je stuurt hem een kaart. Wie is de ontvanger van de kaart?
A
Jijzelf
B
Je oom

Slide 6 - Quiz

Welke begroeting gebruik je in de kaart voor je oom?
A
oom...
B
Beste oom,
C
Hartelijke groeten van mij
D
Groetjes van je oom

Slide 7 - Quiz

stap 3. Ik schrijf altijd mijn eigen naam aan het einde van de brief!!
Groetjes van de juf
Met vriendelijke groet, de juf
Hartelijke groet, de juf

Slide 8 - Slide

Welke naam schrijf ik aan het einde van een brief of kaart?
A
De naam voor wie de brief is
B
Altijd je eigen naam!

Slide 9 - Quiz

stap 4. Ik kan een goede zinsopbouw maken.
De regel voor een goede zinsopbouw: onderwerp + werkwoord + de rest!!!
Bij een vraagzin is de manier anders: Vraagwoord (Wanneer) + werkwoord + onderwerp!!!!

Slide 10 - Slide

Opdracht uitleggen
Je vriend Tariq is ziek. Je stuurt hem een brief. In je brief schrijf je:
- Je begroeting
- Je vraagt hoe het met hem gaat.
- Je wenst hem veel beterschap.
- Je schrijft wanneer de toets voor Engels is.
- Je eindigt de brief met een begroeting.
Denk om je hoofdletters en punten!!

Slide 11 - Slide

Opdracht 2.
Je vriend Ramon heeft een nieuw huis. Je stuurt hem een kaartje. In je kaart schrijf je:
- Je begroeting
- Je vraagt hoe het met hem gaat.
- Je stelt een vraag over zijn nieuwe huis. Bedenk het zelf!
- Je zegt dat je op bezoek wil komen. Je zegt ook wanneer je kan komen. 
- Je eindigt je brief met een begroeting.
Denk om je hoofdletters en punten!

Slide 12 - Slide

Opdracht 3. 
Plaats de zinnen in de juiste volgorde die op de stukjes papier staan en maak er een mooie brief van.
Ramon heeft een nieuw huis. Hij krijgt een kaartje van Gurmad. 
Layla is jarig. Zij krijgt een kaartje van Jalisa.
Tariq is ziek. Hij krijgt een kaartje van Hanna.

Slide 13 - Slide

Einde van de les.
Ik begin een brief altijd met een begroeting.
Ik weet wie de ontvanger van de brief is.
Ik gebruik hoofdletters en punten.
Ik schrijf altijd mijn eigen naam aan het einde van de brief.

Slide 14 - Slide