-Ik kan uitleggen wat een decimaal getal is.
- Ik kan een decimaal getal op de getallenlijn aanwijzen.
-Je vergelijkt decimale getallen en geeft aan welk getal groter of kleiner is en gebruik maken van de tekens >, < en =.
-Ik kan de uitkomst van een opdracht schatten en het ongeveer-teken (≈) gebruiken