3.2.7 Les verbes en -IR

3.2.7 Les verbes en -IR (type 'partir')
1 / 17
next
Slide 1: Slide
FransSecundair onderwijs

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

3.2.7 Les verbes en -IR (type 'partir')

Slide 1 - Slide

Na deze les kan je de 6 werkwoorden op -IR:
  • correct vervoegen in de tegenwoordige tijd.
  • vertalen.
  • invullen in een tekst.

Slide 2 - Slide

Hoe moet je een werkwoord vervoegen?

Slide 3 - Mind map

Wat is de stam van 'danser'?

Slide 4 - Mind map

Wat is de stam van 'partir'?

Slide 5 - Mind map

Prenez votre cahier.
On va faire un schéma.

Slide 6 - Slide

Na deze les kan je de 6 werkwoorden op -IR:
  • correct vervoegen in de tegenwoordige tijd.
  • vertalen.
  • invullen in een tekst.

Slide 7 - Slide

Noteer de uitgangen van de werkwoorden op -IR (type partir).

Slide 8 - Open question

Waar moeten we op letten bij het vervoegen van de werkwoorden op -IR?

Slide 9 - Mind map

Vertaal 'vertrekken'
A
Sortir
B
Partir
C
Sentir
D
Dormir

Slide 10 - Quiz

Vertaal 'uitgaan' of 'naar buiten gaan' of 'buiten zetten'
A
Sortir
B
Partir
C
Sentir
D
Dormir

Slide 11 - Quiz

Vertaal 'voelen' of 'ruiken'
A
Mentir
B
Partir
C
Sentir
D
Servir

Slide 12 - Quiz

Elle ne se .... (sentir) pas bien. Elle a de la fièvre.
A
sents
B
sent
C
sens
D
sen

Slide 13 - Quiz

C’est vrai ! Je ne .... (mentir) pas.
A
ments
B
ment
C
mens
D
mentent

Slide 14 - Quiz

On va faire des exercices!
Lernova
3.2.7 Niveau 1
➡️ Exercices 1, 2, 4, 5 et 6

Slide 15 - Slide

Na deze les kan je de 6 werkwoorden op -IR:
  • correct vervoegen in de tegenwoordige tijd.
  • vertalen.
  • invullen in een tekst.

Slide 16 - Slide

Exit-ticket
  1. Allez sur 'Planner'
  2. Cliquez sur la leçon
  3. Cliquez sur  'Exit-ticket' (Bookwidget)

Slide 17 - Slide