Research 2- herhaling van hoofdstuk 1 (Baarda 2019)

Oefenquiz

Research 2- herhaling van hoofdstuk 1 (Baarda 2019)
1 / 13
next
Slide 1: Slide
ResearchHoger onderwijsBachelor

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Oefenquiz

Research 2- herhaling van hoofdstuk 1 (Baarda 2019)

Slide 1 - Slide

"De Spurt wil weten waarom leden vertrekken, om een onderbouwd retentieplan te kunnen opstellen." Dit is een formulering van de:
A
probleemstelling
B
doelstelling
C
onderzoeksvraag
D
hypothese

Slide 2 - Quiz

Welke van deze vragen is géén goede onderzoeksvraag?
A
Welke redenen geven ex-leden voor hun opzegging?
B
Hoeveel procent van de leden is tevreden over de trainingsuren?
C
Moet de club haar lidgeld verlagen?
D
Verschilt de tevredenheid tussen jongere en oudere leden?

Slide 3 - Quiz

"Hoe ervaren jonge leden de sfeer in de kleedkamer?" Dit is:
A
een gesloten vraag, passend bij kwantitatief onderzoek
B
een open vraag, passend bij kwalitatief onderzoek
C
een gesloten vraag, passend bij kwalitatief onderzoek
D
een toetsende vraag

Slide 4 - Quiz

Een onderzoeker publiceert haar volledige vragenlijst, steekproefbeschrijving en analysestappen. Zij versterkt daarmee vooral de:
A
verifieerbaarheid
B
representativiteit
C
omvang van de steekproef
D
validiteit

Slide 5 - Quiz

Een tweede onderzoeksteam voert hetzelfde onderzoek opnieuw uit met dezelfde methode en vindt vergelijkbare resultaten. Dit zegt iets over de:
A
verifieerbaarheid
B
exploratieve waarde
C
doelstelling
D
reproduceerbaarheid

Slide 6 - Quiz

In een studie worden van 30 scholen het aantal pestmeldingen, de schoolgrootte en het type onderwijsnet vastgelegd. De onderzoekseenheid is:
A
het schoolnet
B
de pestmelding
C
de school
D
de leerling

Slide 7 - Quiz

In diezelfde studie is "schoolgrootte" een:
A
eenheid
B
kenmerk (variabele)
C
waarde
D
hypothese

Slide 8 - Quiz

"Hoeveel procent van de Vlaamse sportclubs verloor leden in 2025?" Dit onderzoek is vooral:
A
beschrijvend
B
explorerend
C
toetsend
D
experimenteel

Slide 9 - Quiz

"Leden die ontevreden zijn over de trainingsuren zeggen vaker op dan tevreden leden." Onderzoek naar deze uitspraak is:
A
beschrijvend
B
explorerend
C
toetsend
D
geen onderzoek, want het gaat om een mening

Slide 10 - Quiz

Kenmerkend voor kwalitatief onderzoek is:
A
veel eenheden, weinig kenmerken per eenheid
B
weinig eenheden
C
altijd een aselecte steekproef
D
altijd een vooraf vastgelegde hypothese

Slide 11 - Quiz

Een onderzoeker weet nog niet welke antwoorden mogelijk zijn en houdt tien open interviews om dat te ontdekken. Daarna meet hij met een vragenlijst hoe vaak elke gevonden reden voorkomt. Dit is:
A
een fout in de opzet, want je mag methodes niet mengen
B
zuiver kwantitatief onderzoek
C
mixed methods: eerst exploreren, daarna beschrijven/toetsen
D
zuiver kwaitatief onderzoek

Slide 12 - Quiz

Welke uitspraak over probleemstelling en onderzoeksvraag is juist?
A
Ze zijn hetzelfde, alleen anders geformuleerd
B
De probleemstelling schetst de situatie en relevantie; de onderzoeksvraag is de onderzoek-bare vraag die daaruit volgt
C
De onderzoeksvraag komt altijd vóór de probleemstelling
D
De probleemstelling moet altijd een vraagteken bevatten.

Slide 13 - Quiz