H5.3

Telefoon?
Voor aanvang van de les in de kluis of op eigen risico in de bak. 

Zorg dat je op tafel hebt liggen: 
- Pen;
-Rekenmachine; 
- Schrift; 
- Boek
1 / 28
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Telefoon?
Voor aanvang van de les in de kluis of op eigen risico in de bak. 

Zorg dat je op tafel hebt liggen: 
- Pen;
-Rekenmachine; 
- Schrift; 
- Boek

Slide 1 - Slide

Programma
  • Terugblik vorige les
  • Uitleg paragraaf 5.3
  • Aan het werk 
  • Bespreken vraag van de week
  • Keuzewerk 
  • Afsluiting van deze les

Slide 2 - Slide

Bij een vennootschap onder firma (vof) zijn de eigenaren privé aansprakelijk
A
Juist
B
Onjuist

Slide 3 - Quiz

Privé aansprakelijk
Welke ondernemingsvormen zijn
privé aansprakelijk?
Wel privé aansprakelijk
Niet privé aansprakelijk
Eenmanszaak
NV
Vof
BV
?
De eigenaar moet met zijn privégeld mogelijke schulden betalen

Slide 4 - Slide

Een eenmanszaak kan personeel in dienst hebben.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quiz

Bij welke ondernemingsvorm kan iedereen de aandelen ervan kopen?
A
Eenmanszaak
B
VOF
C
NV
D
BV

Slide 6 - Quiz

BV en NV
Bijna hetzelfde als elkaar
Belangrijk verschil: Bij een BV kan niet iedereen zomaar aandelen kopen

Slide 7 - Slide

Ondernemingsvormen samengevat
Eigenaar?
Privé aansprakelijk?
Eenmanszak
1 eigenaar
Ja
VOF
2 of meer eigenaren
Ja 
NV
(Onbekende) Aandeelhouders
Nee
BV
Aandeelhouders
Nee

Slide 8 - Slide

In welke productiesector zit de politie?
A
Primaire
B
Secundaire
C
Tertiaire
D
Quartaire

Slide 9 - Quiz

Productiesectoren
Primaire sector
- Landbouw
- Visserij
- Winning van delfstoffen
Secundaire sector
- Industrie
- Bouw
- Ambachten (bakker)
Tertiaire sector
- Commerciële dienstverlening, bijv. winkels, banken, transportbedrijven
Quartaire sector
- Niet- commerciële dienstverlening, bijv. gezondheidszorg, onderwijs, overheidsdiensten
1.
2.
3.
4.

Slide 10 - Slide

Leerdoelen van deze les
  • Aan het einde van deze les weet je hoe de arbeidsmarkt eruit ziet.
  • Aan het einde van deze les weet je wanneer je bij de beroepsbevolking hoort.
  • Aan het einde van deze les kan je de arbeidsparticipatie berekenen.
  • Aan het einde van deze les weet je wat de informele sector en formele sector is.

Slide 11 - Slide

Arbeidsmarkt 
'Geheel van vraag en aanbod'
Vraag: Werkgevers (baas)
Aanbod: Beroepsbevolking 

De vraag bepaalt de werkgelegenheid 
Werkgelegenheid: Alle arbeidsplaatsen van bedrijven en de overheid.

Slide 12 - Slide

Het aanbod op de arbeidsmarkt komt van de...?
A
Werkgevers
B
Werknemers

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Video

Beroepsbevolking 
Iedereen tussen de 15 jaar en pensioenleeftijd die werkt of werkloos is.

Wanneer ben je werkloos? 'Geen werk, maar wel op zoek naar werk.           Iemand die niet wilt werken hoort dus niet bij de beroepsbevolking.'

Werkloosheid: Als het aanbod 
(beroepsbevolking) groter is dan 
de vraag (arbeidsplaatsen/werkgevers).

Slide 15 - Slide

Hoor jij bij de beroepsbevolking?
A
Ja
B
Nee

Slide 16 - Quiz

Arbeidsparticipatie 
Percentage van de beroepsgeschikte bevolking (15  jaar tot pensioenleeftijd) dat tot de beroepsbevolking hoort.

Voorbeeld:
Inwoners tussen de 15 en 66 jaar: 5.000.0000
Beroepsbevolking: 3.000.000
Arbeidsparticipatie:  3.000.000 / 5.000.000 X 100% = 60%

Wat is die andere 40%?

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Betaald werk dat niet wordt geregistreerd behoort bij...?
A
De formele sector
B
De informele sector
C
Zwart werken
D
Grijs werken

Slide 19 - Quiz

Waar werk je?
  • Formele sector: Je werkt voor geld en betaalt belasting en premies. Je bent geregistreerd bij het CBS. (wit werken)
  • Informele sector: Je werkt onbetaald en je bent niet geregistreerd bij het CBS. Denk aan vrijwilligerswerk. (grijs werken)
  • Zwart werken: Je werkt ergens betaald en je bent niet geregistreerd.        Je betaalt geen belasting of premies. (strafbaar)

Slide 20 - Slide

Waar werk je?
  • Formele sector: Je werkt voor geld en betaalt belasting en premies. Je bent geregistreerd bij het CBS. (wit werken)
  • Informele sector: Je werkt onbetaald en je bent niet geregistreerd bij het CBS. Denk aan vrijwilligerswerk. (grijs werken)
  • Zwart werken: Je werkt ergens betaald en je bent niet geregistreerd.        Je betaalt geen belasting of premies. (strafbaar)

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Aan het werk 


De komende 10 minuten gaat iedereen aan het werk met deze opdrachten. Je kunt nu geen vragen stellen of overleggen. 
Begin met het maken van vragen 8 en 13,
d
eze gaan we zo bespreken.
Verplicht maken: 2 t/m 14 (H5.3)
timer
10:00

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Keuzewerk


Je kunt aan de slag met de volgende keuzes: 
  • Huiswerk maken: 2 t/m 14 (H5.3)
  • Maken eigen samenvatting 
  • Eigen keuze: in overleg met Tobias 
timer
10:00

Slide 26 - Slide

Afronding van deze les
  • Aan het einde van deze les weet je hoe de arbeidsmarkt eruit ziet.
  • Aan het einde van deze les weet je wanneer je bij de beroepsbevolking hoort.
  • Aan het einde van deze les kan je de arbeidsparticipatie berekenen.
  • Aan het einde van deze les weet je wat de informele sector en formele sector is.

Slide 27 - Slide

Tot volgende week!

Slide 28 - Slide