►Wat is volgens Arendt de relatie tussen arbeiden en consumeren?
►Hoe omschrijft zij ‘wereld’?
►Wat bedoelt ze met worldlessness, de wereldloosheid van de moderne tijd?
►Arendt zegt: “In arbeid en consumeren is de mens op zichzelf teruggeworpen”. Wat bedoelt ze hiermee? Kun je dat verbinden aan Marx’ idee van vervreemding?