H1A les op 28 januari 2021

1 / 18
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quiz, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Hoe gaat het met je?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 2 - Poll

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Bij
22 t/m 
25

Slide 5 - Slide

Bij 26+27

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Comparatives and superlatives
Trappen van vergelijking
- Comparative: vergrotende trap
- Superlative: overtreffende trap
Box A is small.
Box B is smaller than box A.
Box C is the smallest of all.
A
B
C

Slide 8 - Slide

Comparatives and superlatives
Woorden van 1 lettergreep:
- Comparative: -er
- Superlative: -est
old
older
oldest

Slide 9 - Slide

Comparatives and superlatives
1.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op een -e,
gebruik dan -r en -st.
large
larger
largest
Spellingsregels:

2.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op medeklinker + y,
gebruik dan -ier en -iest.
happy
happier
happiest

Slide 10 - Slide

Comparatives and superlatives
hot
hotter
hottest
Spellingsregels:

3.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op 1 klinker (a, e, i, o, u)
+ 1 medeklinker, medeklinker verdubbelen
big
bigger
biggest

Slide 11 - Slide

Comparatives and superlatives
Woorden van 2* lettergrepen of meer:
- Comparative: more  - Superlative: most
(*Behalve woorden die eindigen op -y zoals happy)
expensive
more expensive
most expensive

Slide 12 - Slide

Comparatives and superlatives
famous
more famous
most famous
Zelfde regel geldt voor bijvoorbeeld: famous en boring
boring
more boring
most boring

Slide 13 - Slide

Comparatives and superlatives
good/well
better
best
Uitzonderingen (uit je hoofd leren!)
bad/ill
worse
worst
much/many
little
more
less
most
least

Slide 14 - Slide

Bij 28 en 29

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

Slide 18 - Slide