Introduction
Werkvorm: Mijn favoriet
Leerlingen onthouden niet enkel wat je doceert, maar ook hoe jij je presenteert. Wie jij bent voor de klas, draagt bij aan het leerrendement. Wanneer jij jouw persoonlijkheid en enthousiasme meeneemt de les in, groeit de betrokkenheid in het lokaal. En dat werkt positief voor beide partijen.
Vandaar deze werkvorm. Het daagt je uit een authentiek stukje van jezelf te laten zien. Geef je leerlingen een inkijkje in jouw leven en koppeldit vervolgens direct aan de lesstof.
Instructions
De gedachte (de theorie) achter deze werkvormOnderzoek naar authentiek leraarschap (onder andere door Johnson & LaBelle, 2017) toont aan dat docenten die gecontroleerd iets van hun eigen identiteit laten zien, een sterkere band opbouwen met hun klas.
Leerlingen ervaren de lesstof als relevanter, vertonen meer intrinsieke motivatie en durven zelf ook sneller vragen te stellen. Laten zien wie je bent verlaagt de drempel tot leren en verhoogt de sociale veiligheid in het lokaal.
Hoe werkt het?- Kies je voorwerp: neem een persoonlijk item mee naar de les. Denk aan je favoriete kinderfoto, een meeslepend muzieknummer, een oud kledingstuk, een uniek attribuut of zelfs je lievelingsgerecht.
- Wees oprecht: kies iets waar je een echte herinnering of emotie bij hebt. Als je het puur als een 'didactisch trucje' inzet, prikken leerlingen er zo doorheen. Authenticiteit is de sleutel.
- De opening: start de les met dit voorwerp. Vertel in maximaal twee minuten kort en enthousiast waarom dit voorwerp bijzonder voor je is en hoe het aansluit bij het thema van de les.
- Interactie: laat de klas meedenken door de brug te slaan naar de stof. Wat zegt dit voorwerp over de lesstof? Waarom heb ik dit meegenomen?
Klassikaal, in groepen of individueel
De werkvorm kan je per klas afstemmen. Voelen de leerlingen in een groep zich veilig, dan zal een klassikaal gesprek goed op gang komen. Vinden de leerlingen het moeilijker zich te uiten, dan is werken in groepjes of een individuele opdracht sterker.
- Pak je de vraag klassikaal op? Zet dan een spinner in om willekeurig een aantal leerlingen te bevragen.
- In groepsverband kan je de timer op een minuut zetten en de leerlingen aan elkaar laten vertellen welk voorwerp en waarom ze zouden meenemen.
- Als individuele opdracht zou je aan het eind van de periode de leerlingen een schrijfopdracht kunnen geven. Laat hen daarin een eigen voorwerp koppelen aan hetgeen ze geleerd hebben in de afgelopen lessen.
Hoe in te zetten
- Woordwolk: toon een foto van jouw voorwerp op de slide. Laat leerlingen via hun eigen scherm in drie woorden opschrijven welke link zij vermoeden tussen jouw voorwerp en het lesonderwerp van vandaag.
- Open vraag: speel een fragment af van jouw lievelingsnummer en stel de vraag: "Welk gevoel of welk historisch/wetenschappelijk begrip roept dit nummer bij jou op?"
Bevraag vervolgens de link met de lesstof. - Sleepvraag: gebruik een foto uit je eigen jeugd op het bord en laat leerlingen een hotspot slepen naar het onderdeel dat volgens hen de les van vandaag introduceert.
- Open vraag: bevraag de leerlingen eens naar hun eigen favorieten. "Aan welk favoriet voorwerp/liedje/foto van jezelf moet jij nu denken en waarom?"