4M week 46 les 2

4M week 46 les 2
1 / 47
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

4M week 46 les 2

Slide 1 - Slide

Test time: chapters 4+5

Slide 2 - Slide

Unit 3
Lesson 1

Slide 3 - Slide

lesson 1
We are going to do excercises 1 to 6 together then you will get some grammar and finish lesson 1

Slide 4 - Slide


If-sentences

Slide 5 - Slide

If- sentences 

Slide 6 - Slide

If -sentences 

Slide 7 - Slide

If-Sentences
"Wanneer er aan een bepaalde voorwaarde wordt voldaan, 
is er een bepaald gevolg."
"Als ik dat doe, dan gebeurt er dit."
"Er gebeurt dit, als ik dat doe."

Slide 8 - Slide

If-Sentences
Bestaan uit 2 onderdelen:
"Bijzin" met een voorwaarde (begint met if)
Hoofdzin met het gevolg. 

Slide 9 - Slide

If-Sentences
Bestaan uit 2 onderdelen:
"Bijzin" met een voorwaarde (begint met if)
Hoofdzin met het gevolg. 
"If you study,
you will pass your exams."

Slide 10 - Slide

If-Sentences
Bestaan uit 2 onderdelen:
"Bijzin" met een voorwaarde (begint met if)
Hoofdzin met het gevolg. 
"If she doesn't wake up on time,
she will be late."

Slide 11 - Slide

If-Sentences
Bestaan uit 2 onderdelen:
"Bijzin" met een voorwaarde (begint met if)
Hoofdzin met het gevolg. 
PRESENT SIMPLE
WILL + WW

Slide 12 - Slide

If-Sentences
"Bijzin" met een voorwaarde (begint met if)
Hoofdzin met het gevolg
"I will help you later, if you help me now."
"will help"
"help"

Slide 13 - Slide

Present Simple
+
-
?
I / You / We / They           WW
He / She / It                       WW + (e)s
I / You / We / They           don't + WW
He / She / It                       doesn't + WW
Do + I / You / We / They + WW
Does + He / She / It + WW

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

If-Sentences
"Bijzin" met if
"Hoofdzin" 
WILL + WW
PRESENT SIMPLE

Slide 16 - Slide

Even oefenen..

Slide 17 - Slide

"If you ... (to forget) your book, she will send you back for it."

Slide 18 - Open question

"She ...(to have) a lot of energy, if she does not eat that much."

Slide 19 - Open question

"If you read my latest book, you ... (to learn) a lot."

Slide 20 - Open question

"If she ... (can) keep a secret, we will tell her everything."

Slide 21 - Open question

"You will be late, if you ... (not / to hurry)."

Slide 22 - Open question


If the door opens,
A
The dogs will act like nothing happened.
B
The dogs will run away.
C
The dogs will attack each other.
D
The dogs will keep barking to each other.

Slide 23 - Quiz

if-zinnen:
"........, if we don't work together"
A
This project fails,
B
This project will fail,

Slide 24 - Quiz

if-zinnen:
"If you hold this side of the couch, ...."
A
I will hold the other side
B
I hold the other side

Slide 25 - Quiz

If it rains tonight,
A
I don't go out
B
I will not go out
C
I wouldn't have gone out
D
I would go out

Slide 26 - Quiz

if-zinnen:
"If you aren't careful when lighting a candle, ....."
A
you hurt yourself
B
you will hurt yourself

Slide 27 - Quiz

If-sentence (tegenwoordige tijd)
If he .......... (go), I ............ (stay)
A
goes, stay
B
goes, stayed
C
went, will stay
D
goes, will stay

Slide 28 - Quiz

if-zinnen:
"If you never eat vegetables, ......."
A
you will get sick
B
you shall get sick

Slide 29 - Quiz

Possesives

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Possesive of
Bij bezit van een levenloos object gebruik je …. of ….
Dit geldt voor zowel enkelvoud als meervoud

The legs of the table
The back of the car

Slide 32 - Slide

Possesive of
Je gebruikt …. of …. ook bij geografische locaties

The city of London
The capital of New Zealand

Slide 33 - Slide

Possesive 's of '

Bij bezit van een persoon of dier gebruik je ‘s of ‘
Let goed op wanneer je ‘s of ‘ gebruikt!




Slide 34 - Slide

Possesive '
Bij meervoud eindigend op –s gebruik je ‘
My parents’ car

Slide 35 - Slide

Possesive 's
Bij meervoud zonder –s gebruik je ‘s
The children’s book

Bij enkelvoud gebruik je ‘s
This is my friend’s house





Slide 36 - Slide

Possesive 's
Bij namen die niet eindigen op -s gebruik je 's
Sarah's phone
The butcher's (shop)

Bij een naam eindigend op –s gebruik je ‘s of ‘
James’s song
James’ song


Slide 37 - Slide

Possesive 's
Bij tijdsaanduiding gebruik je 's
Yesterday's newspaper

Slide 38 - Slide

John - sister
A
John's
B
John'
C
Of

Slide 39 - Quiz

Dog - waterbowl
A
Dog's
B
Dog'
C
Of

Slide 40 - Quiz

Max - book
A
Max's
B
Max'
C
Of

Slide 41 - Quiz

Brasil - Capitol
A
Brasil's
B
Brasil'
C
Of

Slide 42 - Quiz

Two days - work
A
Two days's
B
Two days'
C
Of

Slide 43 - Quiz

A glass - milk
A
A glass's
B
A glass'
C
Of

Slide 44 - Quiz

Girls - money
A
Girls's
B
Girls'
C
Of

Slide 45 - Quiz

Children - toys
A
Children's
B
Children'
C
Of

Slide 46 - Quiz

Do excercises 7&8

Slide 47 - Slide