1. Het verloop van de kosten

T1H2 Producentengedrag bij volkomen concurrentie

1. Het verloop van de kosten
1 / 27
next
Slide 1: Slide
EconomietestSecundair onderwijs

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

T1H2 Producentengedrag bij volkomen concurrentie

1. Het verloop van de kosten

Slide 1 - Slide

LESDOELEN
1. Het verloop van de kosten
     * Totale kosten en gemiddelde kosten
     * Totale constante kosten en gemiddelde constante kosten
     * Totale variabele kosten en gemiddelde variabele kosten
     * Marginale kosten

Slide 2 - Slide

Wat heb je nodig?
Cursusblok
Schrijfgerei
Laptop - LessonUp

Slide 3 - Slide

Kosten
HB pg. 28 - 30
WB pg. 23 tem 24 
Extra oefeningen
LessonUp

Slide 4 - Slide

De kosten: inhoud
* De totale kosten
* De gemiddelde kosten
* Schaalvoordelen
* De constante kosten (totale en gemiddelde)
* De variabele kosten (totale en gemiddelde)
* De marginale kosten
* Quiz-time

Slide 5 - Slide

Variabele en constante kosten

Slide 6 - Slide

1. Het verloop van de kosten
* De totale kosten
* De constante kosten (totale en gemiddelde)
* De variabele kosten (totale en gemiddelde)
* De gemiddelde kosten (basis verkoopprijs)
* De marginale kosten 

Slide 7 - Slide

De totale kosten
De TK zijn alle kosten van een onderneming 
in een bepaalde periode. 
TK = TCK + TVK

TK en TVK lopen parallel omdat het 
verschil tussen beide de TCK zijn. Ze 
starten bijgevolg ook bij TCK.

Slide 8 - Slide

De gemiddelde kosten
De GK is een andere benaming 
voor de kostprijs per product. 

GK = TK/Q
GK = GCK + GVK

Slide 9 - Slide

Schaalvoordelen
‘Op grote schaal’ (= met grotere hoeveelheden) produceren.
-> doel kost per stuk laten dalen, maw de GK te laten dalen (= TK/Q waarbij Q steeds groter wordt tov de TK).
Met GVK -> efficiënter werken en door hoeveelheidskortingen.
Met GCK -> omdat constante kost (vast bedrag) verdeeld wordt over steeds grotere hoeveelheden met daling GK tot gevolg. 

Slide 10 - Slide

Schaalvoordelen

Slide 11 - Slide

De totale constante kosten
De contante of vaste kosten zijn 
constant en dus ongeacht de
productie altijd hetzelfde bedrag. 

De TCK kennen een horizontaal verloop.

TCK = GCK*Q

Slide 12 - Slide

De gemiddelde constante kosten

De GCK verloopt dalend. De constante 
kost (een vast bedrag) wordt verdeeld 
over steeds grotere hoeveelheden met
een daling van de GCK tot gevolg. 

GCK = TCK/Q

Slide 13 - Slide

De totale variabele kosten
De variabele kosten zijn variabel, dat 
betekent dat ze afhankelijk zijn van de 
productie. De TVK zijn de prijs per stuk 
(GVK) vermenigvuldigd met het aantal 
stuks (Q). Deze curve loopt hetzelfde als 
de TK-curve. Deze start in het nulpunt.
TVK = GVK*Q

Slide 14 - Slide

De gemiddelde variabele kosten
De GVK zijn niet constant. Deze lopen 
gelijkaardig aan de GK. Het verschil 
tussen GK en GVK is GCK. Gezien GCK 
steeds kleiner wordt, komen deze 
beide curven steeds dichter bij elkaar.

GVK = TVK/Q

Slide 15 - Slide

Marginale kosten
MK verbonden met TK/TVK. 
Zolang TK degressief stijgt, dalen de MK.
MK behaalt minimum in buigpunt van TK. 
Als MK stijgt, stijgt de TK progressief. 
-> verbonden met de efficiënte en 
inefficiënte productie.
MK = TKn – TKn-1
            Qn – Qn-1

Slide 16 - Slide

Maak volgende opdrachten:
WB pg. 23 tem 24 
Opdr. 1, 2 en 3 (deel 1)
Klassikale verbetering/bordboek

Slide 17 - Slide

Resultaat =                                   - 



                 TO > TK                                TO < TK                               
Winst
Totale opbrengsten 
Totale kosten 
Verlies 

Slide 18 - Drag question

Welke kosten stijgen ook continu als de TK steeds sneller stijgen?
De GTK stijgen later weer omdat de daling van de gemiddelde vaste kosten wordt gecompenseerd door de stijging van de gemiddelde variabele kosten (Bv doordat een volgend product meer tijd kost)
A
Gemiddelde kosten (GK)
B
Marginale kosten (MK)

Slide 19 - Quiz

De MK van een bedrijf snijden de GK bij hun laagste punt.
A
Juist
B
Fout

Slide 20 - Quiz

Als MK > GVK, dan
A
dalen de GVK
B
blijven de GVK gelijk
C
stijgen de GVK
D
kun je beter stoppen met produceren

Slide 21 - Quiz

De TCK bedragen:
A
€0,00
B
€20.000,00
C
€4.000,00
D
€60.000,00

Slide 22 - Quiz

Wat zijn constante kosten?
A
Kosten die je altijd moet betalen ongeacht de productie.
B
Kosten die afhankelijk zijn van de productie.

Slide 23 - Quiz

Hoe bereken je de GK? (1)
A
TVK/q
B
TCK/q
C
TK/q

Slide 24 - Quiz

Hoe bereken je de GK? (2)
A
GK = TCK + TVK
B
GK = ( TCK + TVK) /q
C
GK = (GCK+ GVK ) * q
D
GK = TK * q

Slide 25 - Quiz

De GCK:
A
dalen altijd bij meer productie.
B
zijn altijd meer dan de GVK
C
zijn altijd minder dan de GVK.
D
stijgen altijd bij meer productie.

Slide 26 - Quiz

TK bereken je met de volgende formule:
A
TCK + TVK
B
TCK - TVK
C
TCK x TVK
D
TCK:TVK

Slide 27 - Quiz