Les 3

Verschillende bodemsoorten (exp. 3)
Eigenschappen van elk bodemsoort
1 / 37
next
Slide 1: Slide
BiologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Verschillende bodemsoorten (exp. 3)
Eigenschappen van elk bodemsoort

Slide 1 - Slide

Vandaag
- uitleg over verschillende bodemsoorten
- spelletje: houd het juiste kaartje omhoog bij de juiste kenmerk; winnaar krijgt een prijs

Slide 2 - Slide

Leerdoel
Aan het einde van de les..
- ken je de belangrijkste Nederlandse bodemsoorten.
- kan je eigenschappen, bodemleven en plantengroei per bodemsoort beschrijven.

Slide 3 - Slide

Welke bodemsoort heb je ontdekt bij experiment 3?

Slide 4 - Open question

Grondsoorten
  • Bodem is de basis voor planten, dieren en mensen.
  • Verschillende grondsoorten hebben eigen eigenschappen:
- Waterdoorlaatbaarheid
- Luchtgehalte
- Beschikbare voedingsstoffen
  • Deze eigenschappen bepalen welke planten en dieren er kunnen leven.

Slide 5 - Slide

Kijk naar je omgeving: welk bodemsoort
zou je hebben volgens de kaart?

Slide 6 - Open question

Zand
Samenstelling: grove korrels, grote open ruimtes.
Water & voedingsstoffen: water zakt snel weg, weinig voedingsstoffen en organische stof.
Bodemleven: beperkt, vooral droogtetolerante bacteriën en schimmels; weinig regenwormen.
Planten: heideplanten, naaldbomen, sommige grassoorten.

Slide 7 - Slide

Deze kenmerk hoort niet bij zand.
A
Veel organische stoffen
B
Houdt water slecht vast
C
Heel droog
D
Weinig plantensoorten

Slide 8 - Quiz

Klei
Samenstelling: zeer fijne deeltjes, dicht opeengepakt.
Water & voedingsstoffen: houdt goed vast, zwaar en nat; kan hard worden bij droogte.
Bodemleven: zeer actief en divers; veel bacteriën, schimmels en regenwormen.
Planten: gewassen zoals tarwe, aardappelen, suikerbieten.

Slide 9 - Slide

Wat is kenmerkend voor kleigrond?
A
Zeer fijne deeltjes die dicht op elkaar liggen
B
Grove korrels met veel lucht
C
Ontstaat door windafzetting
D
Weinig bodemleven

Slide 10 - Quiz

Veengrond
Samenstelling: plantenresten die niet volledig zijn afgebroken; rijk aan organische stof.
Water & voedingsstoffen: houdt veel water vast; zacht en veerkrachtig.
Bodemleven: micro-organismen die tegen natte, zuurstofarme omstandigheden kunnen; beperkt aantal dieren.
Planten: riet, veenmos, zegges.

Slide 11 - Slide

Veengrond bestaat door:
A
Zand dat afgezet is door wind
B
Plantenresten die onder natte omstandigheden niet volledig zijn afgebroken
C
Klei en zand gemengd door rivierafzetting

Slide 12 - Quiz

Lössgrond
Samenstelling: zeer fijn materiaal door wind afgezet (15% zand, 15% klei en 70% silt)
Water & voedingsstoffen: goed doorlaatbaar, maar houdt voldoende vocht en voedingsstoffen vast.
Bodemleven: rijk en gevarieerd; bacteriën, schimmels en bodemdiertjes.
Planten: veel landbouwgewassen zoals graan, fruitbomen, groente; ook natuurlijke vegetatie.

Slide 13 - Slide

Lössgrond is ontstaan door:
A
Rivierafzettingen
B
Samengeperste kleideeltjes
C
Windafzetting van zeer fijn materiaal

Slide 14 - Quiz

Duingrond
Samenstelling: voornamelijk zand, weinig organische stof
Water & voedingsstoffen: droog en arm.
Bodemleven: beperkt; alleen droogtetolerante organismen.
Planten: helmgras, duindoorn; aangepast aan droogte, armoede en zout.
Functie: zandvastlegging en kustbescherming.

Slide 15 - Slide

Duingrond is arm aan voedingsstoffen omdat:
A
Het voornamelijk uit zand bestaat met weinig organische stof
B
Het veel klei bevat
C
Het veel water vasthoudt

Slide 16 - Quiz

Rivierklei
Samenstelling: mengsel van klei en zand door rivierafzetting.
Water & voedingsstoffen: zeer vruchtbaar, afwisseling van nat en droog.
Bodemleven: actief en divers; profiteert van nieuwe voedingsstoffen.
Planten: veel soorten groeien goed; landbouw zeer vruchtbaar, maar overstroming kan schade veroorzaken.

Slide 17 - Slide

Rivierklei en overstromingsgronden zijn vaak vruchtbaar omdat:
A
Rivierwater regelmatig nieuw sediment en voedingsstoffen aanvoert
B
Ze alleen uit zand bestaan
C
Ze weinig bodemleven hebben

Slide 18 - Quiz

Spelletje
  • In groepjes van twee.
  • Zes kaarten met verschillende bodemsoorten met als hulpmiddel de bodemsoorten in een tabel.
  • Ik laat een aantal kenmerken zien; aan jullie de vraag bij welke bodemsoort hoort dit?
  • Juiste antwoord = 1 punt.
    Diegene met de meeste punten wint.

Slide 19 - Slide

Bestaat uit grove korrels en grote open ruimtes

Slide 20 - Slide

Bestaat uit grove korrels en grote open ruimtes

Zand/Duingrond

Slide 21 - Slide

Rijke organische bodem van plantenresten

Slide 22 - Slide

Rijke organische bodem van plantenresten

Veen

Slide 23 - Slide

In deze bodemsoort zitten veel bacteriën, schimmels en regenwormen

Slide 24 - Slide

In deze bodemsoort zitten veel bacteriën, schimmels en regenwormen

Klei / Löss / Rivierklei

Slide 25 - Slide

Hier zakt water zakt snel weg, en zijn er weinig voedingsstoffen

Slide 26 - Slide

Hier zakt water zakt snel weg, en zijn er weinig voedingsstoffen


Zand/Duingrond

Slide 27 - Slide

Deze bodemsoort houdt water en voedingsstoffen goed vast

Slide 28 - Slide

Deze bodemsoort houdt water en voedingsstoffen goed vast

Klei / Rivierklei / Löss

Slide 29 - Slide

Alleen droogtetolerante bacteriën en schimmels overleven hier

Slide 30 - Slide

Alleen droogtetolerante bacteriën en schimmels overleven hier

Zand/Duingrond

Slide 31 - Slide

Er leven alleen micro-organismen die tegen natte, zuurstofarme omstandigheden kunnen

Slide 32 - Slide

Er leven alleen micro-organismen die tegen natte, zuurstofarme omstandigheden kunnen



Veen

Slide 33 - Slide

Bestaat uit mengsel van klei en zand door rivierafzetting

Slide 34 - Slide

Bestaat uit mengsel van klei en zand door rivierafzetting

Rivierklei

Slide 35 - Slide

Punten tellen

Slide 36 - Slide

Wat heb je deze les geleerd?

Slide 37 - Open question