Segmentale reflexwegen, bindweefselzones, effecten en verklaringsmodellen

Bindweefselmassage: praktijk
1 / 25
next
Slide 1: Slide
SchoonheidsverzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Bindweefselmassage: praktijk

Slide 1 - Slide

Onderwerpen:
- Segmentale reflexwegen: hoofdstuk 11
- Bindweefselzones: hoofdstuk 13
- Indicatie/ contra-indicatie: hoofdstuk 14
Inhoud
Nieuwe stof:
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Verdiepende opdracht waarbij theorie samenkomt met de praktijk
Evaluatie

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Doelstelling
Je kunt de effecten van een bindweefselmassage benoemen en verklaren, inclusief objectieve en subjectieve reacties, en kan deze verklaren vanuit verklaringsmodellen.

Je kunt een fehlreactie herkennen en hierop reageren.

Je kunt selectief en doelgericht massagegrepen kiezen, rekening houdend met de individuele situatie en actuele behoeften van de cliënt, en kan de keuze onderbouwen met kennis van effecten, huidzones, bindweefselzones en behandelrichtlijnen (actualiteit, selectiviteit, intensifeit, reactiviteit)







Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Van neurale buis naar segmenten
Neurale buis = embryonale structuur die in de 3e en 4e week van de zwangerschap ontstaat, waaruit het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) van een ongeboren kind zich ontwikkelt.

Daarna ontwikkelen zich duidelijke segmenten (banen) waarbinnen een verbinding ontstaat tussen huid, organen, klieren, spieren met het zenuwstelsel.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

3 kiembladen
Ectoderm - buitenste kiemblad:
nagels, haren, klieren, zenuwstelsel, zintuigen
Mesoderm - middelste kiemblad
skelet, spieren, hartspier
Endoderm - binnenste kiemblad
darmkanaal, luchtwegen, bloedvaten
Neuralebuis
<u><i>Neuralebuis</i></u> = voorloper op zenwustelsel. In deze buis ontstaan insnoeringen = segmentering/ segmenten. Hier ontstaan verbindingen tussen het zenwustelsel en de huid, spieren, klieren, skelet en organen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Segmenten in kaart
Ieder segment is verbonden met een specifiek eigen huidgebied, spieren, bloedvaten kapsels e.d. 
  1. Dermatoom: het huidgebied met onderhuidsbindweefsel dat bij een bepaald segment hoort.
  2. Myotoom: de spieren met bindweefsel dat bij een bepaald segment hoort.
Bij een storing in een orgaan kunnen verschillende segmenten hyperactief worden. Dit herken je tijdens je behandeling.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

We kennen 2 weefselzones:
Huidzone - tussen lederhuid en onderhuid
Bindweefselzone - tussen onderhuid en fascie

Bindweefselzones zijn zichtbaar: Quellung en Dellung

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Weefselzone
4 verschijnselen:
  1. Een gestoorde gevoelswaarneming
  2. Een lokale verandering in de doorbloeding
  3. Een lokale verandering van de zweetproductie 
  4. Het optreden van kippenvel

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Segmentaal-onderzoek
Om zones te traceren doen we een segmentaalonderzoek:
  • palpatie/ tactielonderzoek: oppakbaarheid, verschuifbaarheid, gevoeligheid, temperatuur
  • inspectie: Quellung=verdikking, Dellung =  deukjes, beharing, huidverkleuring




Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Effecten
Het effect van de bindweefselmassage is te verdelen in positieve en negatieve effecten, en in subjectieve of objectieve effecten.
  • Loomheid is subjectief en positief.
  • Een koud of tochtgevoel is subjectief en negatief.

De effecten hangen af van de weefselkwaliteit en de gemoedstoestand van de client. 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Verklaringsmodellen 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Verklaringsmodel
Hiermee bedoelen we een verklaring waarom en hoe de bindweefselmassage werkt. 
Aangezien elk mens anders is, zijn er meerdere verklaringen, meer soorten uitleg.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Degranulatie van de mestcellen
Prikkeling van de mestcellen waardoor stoffen vrijkomen. De huid geeft hierdoor de volgende opeenvolgende reacties:
1. Bleke streep 
2. Rode verkleuring van de van de bleke streep
3. Zwelling van het weefsel door vocht
4. Uitbreiding van het rode gebied naar de omgeving
5. Verhoogde uitwisseling van voedings- en afvalstoffen
6. Gevoeligheid neemt toe

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Beïnvloeding fibroblasten

Door trek-en drukkrachten worden fibroblasten aangezet tot productie en deling. 
Doelgericht prikkelen leidt tot nieuw gevormd bindweefsel!

LET OP! Fibroblasten bevinden zich in de lederhuid

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Lokale circulatie

Door circulatie bevorderende factoren verbetert de voedingstoestand van het weefsel.

Verbetering op stofwisseling!

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Poorttheorie
Als een gemyeliniseerde en ongemyeliniseerde prikkel tegelijk binnenkomen, kan het centrale zenuwstelsel een poort sluiten om de pijn te remmen.


Ongemyeliniseerde prikkel = pijnlijk.
De pijnsensatie wordt tegengehouden door de gesloten poort. De gemyeliniseerde prikkel krijgt voorrang waardoor de pijn wordt geremd
Ongemyeliniseerde vezel: dunne vezel, reageert op scherpe pirkkels wat traag geleid.<div>Gemyeliniseerde vezel: dikke vezel en reageert op zachte prikkels wat snel wordt geleid</div>

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Post-excitatoire depressie
De orthosympaticus is bij klachten actiever. Dit willen we in balans brengen:

Kortdurende stimulatie op de ongemyeliniseerde vezel geeft even een verhoging van de activiteit/ orthosympaticus. 
Daarna (post) volgt juist de depressie / verlaging van de activiteit door de gemyeliniseerde vezel te prikkelen.  

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Placebo effect
De verwachting die behandelaar en klant hebben van de behandeling kan een positief effect hebben op de behandeling.


Nocebo is het tegenovergestelde. Negatieve verwachtingen kan leiden tot een negatieve behandeling. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Benoem 3 kiembladen

Slide 21 - Mind map

This item has no instructions

Tot welk kiemblad behoren de zweet-en talgklieren?
A
Ectoderm
B
Mesoderm
C
Endoderm

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het binnenste kiemblad?
A
ectoderm
B
mesoderm
C
endoderm

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Segmenten zijn in kaart gebracht met 'tomen'. Wat hoort bij dermatoom?
A
huid
B
spieren
C
skelet
D
hersenen

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

0

Slide 25 - Video

This item has no instructions