Tekstsoort en schrijfdoel (Nederlands havo), les 3: Terugblik quiz

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Quiz

Terugblik: Tekstsoort en schrijfdoel

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Quiz van 12 vragen over tekstsoort en schrijfdoel voor havo: korte fragmenten, een tekst met drie soorten alinea's, invullen, een volgorde en open vragen. Nieuwe vragen, los van les 1 en 2.

Items in this lesson

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Quiz

Terugblik: Tekstsoort en schrijfdoel

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Welke tekstsoort is dit fragment?

Een zonnepaneel bestaat uit cellen die zonlicht omzetten in elektriciteit. Die stroom gaat via een omvormer naar het stopcontact in huis.

A

Beschouwend

B

Uiteenzettend

C

Betogend

D

Uiteenzettend én betogend

Er wordt uitgelegd hoe een zonnepaneel werkt. Geen standpunt en geen afweging. Verwachte fout: beschouwend.

Welke tekstsoort is dit fragment?

Elke school hoort een gratis ontbijt aan te bieden, want een leerling met een lege maag kan niet leren.

A

Uiteenzettend

B

Beschouwend

C

Beschouwend én uiteenzettend

D

Betogend

Standpunt (elke school hoort een gratis ontbijt aan te bieden) met een argument (een lege maag kan niet leren). Verwachte fout: uiteenzettend.

Welke tekstsoort is dit fragment?

Is een rapportcijfer wel een eerlijke maat? Het geeft houvast, maar het zegt weinig over hoe iemand leert.

A

Uiteenzettend

B

Betogend

C

Uiteenzettend én betogend

D

Beschouwend

De schrijver zet een voor- en een nadeel naast elkaar en kiest geen kant. Verwachte fout: betogend, omdat er een vraag en een oordeel in staan.

Wat is het schrijfdoel van dit fragment?

De gemeente verhoogt per 1 januari de parkeertarieven. Het nieuwe tarief geldt in het hele centrum.

A

Overtuigen

B

Informeren

C

Ter overweging aanbieden

D

Tot actie aanzetten

De gemeente maakt een maatregel bekend: een mededeling zonder standpunt. Verwachte fout: tot actie aanzetten, omdat lezers er misschien iets mee moeten.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Tekst 4: Stilteplekken

(1) Steeds meer scholen richten een stiltelokaal in. Dat is een ruimte waar leerlingen in de pauze of tussenuren rustig kunnen werken, zonder telefoon en zonder te praten. Meestal houdt een medewerker toezicht.

(2) Of zo'n lokaal werkt, hangt af van hoe het wordt gebruikt. Sommige leerlingen merken dat ze er goed kunnen leren, anderen vinden de stilte juist onprettig. Beide ervaringen zijn begrijpelijk en ze zeggen iets over wat leerlingen nodig hebben.

(3) Elke school zou een stiltelokaal moeten hebben. Zonder zo'n plek is er voor leerlingen die rust zoeken geen alternatief, en dat is oneerlijk. Praat daarom met je mentor en vraag om één lokaal.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 1 uiteenzettend (informeren), alinea 2 beschouwend (ter overweging aanbieden), alinea 3 betogend (overtuigen en tot actie aanzetten). Elke alinea heeft een eigen tekstsoort.

Welke tekstsoort is alinea 2 van tekst 4?

A

Uiteenzettend

B

Betogend

C

Beschouwend

D

Uiteenzettend én betogend

De schrijver laat zien dat ervaringen verschillen en kiest geen kant. Verwachte fout: uiteenzettend.

Wat is het schrijfdoel van alinea 3 van tekst 4?

A

Overtuigen en tot actie aanzetten

B

De lezer informeren over een gang van zaken

C

De lezer iets ter overweging aanbieden

D

De lezer uitleggen hoe het lokaal werkt

Er is een standpunt met een argument en een oproep (praat met je mentor). Verwachte fout: ter overweging aanbieden.

Vul in

Een betoog wil de lezer van een standpunt overtuigen, terwijl een beschouwing de lezer vooral laat nadenken over een kwestie.

betoog
beschouwing
uiteenzetting
samenvatting

Bijlage 4 gebruikt de termen betoog, beschouwing en uiteenzetting naast betogende, beschouwende en uiteenzettende tekst. Verwachte fout: uiteenzetting op de plaats van beschouwing.

Zet de stappen van het vaststellen op volgorde

1

Lees de vraag: alinea of hele tekst?

2

Kies bij een combinatie het belangrijkste doel

3

Lees het gevraagde gedeelte

4

Zoek signalen: uitleg, afweging of standpunt

5

Noem de tekstsoort en het schrijfdoel

Dit is het stappenplan uit les 2, van de vraag naar het antwoord.

Leg uit waarom dit fragment betogend is.

Scholen moeten stoppen met punten voor gymles. Beweging hoort leuk te zijn, en een cijfer maakt van sporten een wedstrijd waar sommigen bij voorbaat verliezen.

Modelantwoord (2 punten): de schrijver neemt een standpunt in (stop met punten voor gymles) en geeft een argument (een cijfer maakt van sporten een wedstrijd). Het doel is de lezer te overtuigen. Verwachte fout: alleen zeggen dat er een mening staat, zonder argument of doel.

Welk schrijfdoel past het best bij dit fragment?

Doe mee aan de schoonmaakactie! Kom zaterdag om tien uur naar het schoolplein, handschoenen zijn aanwezig.

A

Informeren

B

Tot actie aanzetten

C

Ter overweging aanbieden

D

Een gang van zaken beschrijven

De lezer wordt opgeroepen iets te doen. Verwachte fout: informeren, omdat er een tijd en plaats in staan.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · TEKSTSOORT

Goed gedaan!

Je kunt nu vaststellen of een tekst of tekstgedeelte uiteenzettend, beschouwend of betogend is en welk schrijfdoel erbij hoort. Kijk de vragen terug die je fout had en zoek de bijbehorende signalen op in les 1.

This item has no instructions