Deelopdracht 6 en 7 Spijsverteringsstelsel

VAFAT leerjaar 2
Periode 2
Les 6



Deelopdracht 6 : Observeren
Deelopdracht 7 : Ziekten van het spijsverterings- 
en uitscheidingsstelsel


Niek Schasfoort
Minke Weersink

1 / 36
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

VAFAT leerjaar 2
Periode 2
Les 6



Deelopdracht 6 : Observeren
Deelopdracht 7 : Ziekten van het spijsverterings- 
en uitscheidingsstelsel


Niek Schasfoort
Minke Weersink

Slide 1 - Slide

Hoe gaat het?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Wat gaan we doen?
- Terugblik (lever, pancreas, peritoneum)
- Deelopdracht 6 ; observeren (uitleg)
- Deelopdracht 7 ; ziekte van chron en colitus ulcerosa
- Learnbeat 

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
  • Je kunt aangeven wat je kunt observeren aan de spijsvertering (slikken, braken, ontlasting, ontlastingspatroon).
  • Je kunt aandachtspunten noemen voor het observeren van ontlasting , het ontlastingspatroon en de voedingstoestand. 

Slide 4 - Slide

Hoe is de kennis van vorige week?

Slide 5 - Slide

Welke stof wordt door de lever afgebroken?
A
Hemoglobine
B
ijzer
C
Vit C

Slide 6 - Quiz

  • Oude rode bloedcellen (erytrocyten) worden afgebroken door de milt en de lever.
  • Hemoglobine uit deze erytrocyten wordt afgebroken door de lever.
  • Het afvalproduct is bilirubine (donker geel/groene kleur).
  • De lever scheidt deze bilirubine uit in de gal.
  • Daardoor kleurt de ontlasting geel/bruin.


Slide 7 - Slide

Welke stof wordt door de lever geproduceerd?
A
Stollingsfactoren
B
ijzer
C
Vit A

Slide 8 - Quiz

  • De lever maakt eiwitten zoals stollingsfactoren en het eiwit albumine.
  • Stollingsfactoren zijn eiwitten die nodig zijn voor de bloedstolling.
  • De lever scheidt deze af naar het bloed.
  • Albumine zorgt voor het vasthouden van water in het bloed.

Slide 9 - Slide

Bilirubine ontstaat door afbraak van:
A
Cholesterol
B
Hemoglobine
C
Eiwit uit de voeding

Slide 10 - Quiz

Wat zijn de functies van de lever, noem er 2

Slide 11 - Open question

Functies lever
  • Ontgiften
  •  Productie stollingsfactoren
  • De lever kan, net als spieren, glucose opslaan in de vorm van een lange keten glucosemoleculen (glycogeen)
  • Opslag vitamines en ijzer
  • Productie en uitscheiding van gal
  • Rol in cholesterol stofwisseling
  • Afbraak hemoglobine 

Slide 12 - Slide

Naar welk orgaan gaat bloed dat voedingsstoffen uit de darm heeft opgenomen het éérst?
A
Het hart
B
De lever
C
De nieren
D
De longen

Slide 13 - Quiz

Welk proces verloopt niet goed als er geen gal in de darm komt
A
Vertering van eiwitten
B
Vertering van koolhydraten
C
Vertering van vetten

Slide 14 - Quiz

De bruine kleur van de ontlasting wordt veroorzaakt door....
A
Bacteriën
B
Bilirubine
C
Vet
D
Vezels

Slide 15 - Quiz

Wat is de functie van insuline?
A
Glucose uit het bloed de cel in laten gaan
B
Glycogeen afbreken tot glucagon
C
Glycogeen afbreken tot glucose
D
Verhogen van de bloedsuikerspiegel

Slide 16 - Quiz

Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed de cel in kan. Als glucose uit het bloed de cel ingaat, daalt de bloedsuikerspiegel. Insuline breekt geen stoffen af.
Glucagon is het andere alvleesklierhormoon, met een tegenovergestelde werking. Glucagon zorgt ervoor dat glycogeen (opgeslagen keten van glucose) in de cellen wordt afgebroken tot glucose. Glucose verlaat de cel en komt in het bloed. Glycogeen verhoogt zo de bloedsuikerspiegel.

Slide 17 - Slide

Noem 1 orgaan wat omgeven is door het buikvlies (perineum) en 1 orgaan wat niet is omgeven door het buikvlies

Slide 18 - Open question

Deelopdracht 6
Observeren 

Slide 19 - Slide

Als verzorgende/verpleegkundige observeer je de spijsvertering. Waar let je op?

Slide 20 - Open question

Observatiepunten
  • Slikken en slikproblemen
  • Braken
  • Defecatie en feces

Slide 21 - Slide

Braken
  • Braken dient als bescherming: schadelijke stoffen uit de maag en darm worden uit het lichaam verwijderd. 
  • Braken gebeurt als het braakcentrum in de hersenstam wordt geprikkeld door: prikkels uit het maagdarmkanaal (een virusinfectie of bacteriële infectie), gifstoffen (waaronder ook alcohol), chemotherapiemiddelen en andere medicijnen, bestraling, prikkeling van de evenwichtsorganen (reisziekte), hormonen (zwangerschap).

Slide 22 - Slide

Bijzonderheden in samenstelling
  • Gal in braaksel
  • Onverteerde voedselresten
  • Slijmbijmenging
  • Rood braaksel
  •  Bruin-zwart braaksel
  • Ontlasting in braaksel

Slide 23 - Slide

Bij het observeren van de ontlasting (feces) let je op:

Slide 24 - Open question

Bij het observeren van de ontlasting (feces) let je op:
  • Frequentie en hoeveelheid
  • Consistentie (vorm en vastheid): dun (diarree) – dik/hard (obstipatie)
  • Kleur
  • Samenstelling

Slide 25 - Slide

Frequentie en hoeveelheid
Een normale hoeveelheid is 200 gram per dag. Een normale frequentie van defecatie varieert van 2-3 keer per dag tot 1-2 keer per week.

Slide 26 - Slide

Consistentie 

Slide 27 - Slide


Slide 28 - Open question


Slide 29 - Open question


Slide 30 - Open question


Slide 31 - Open question

Samenstelling van def
Normale ontlasting bestaat uit water, slijm en zouten, bilirubine, vezels, darmbacteriën en afgestoten darmslijmvliescellen. Soms zijn deels onverteerde voedselresten zichtbaar.

Slide 32 - Slide

Voedingstoestand 
Het lichaamsgewicht blijft ongeveer gelijk wanneer de inname van voedingsstoffen gelijk is aan het verbruik. Onbedoeld afvallen kan wijzen op (het ontstaan van) ondervoeding.
Overgewicht is een gewicht dat hoger is dan het gemiddelde bij een bepaalde lichaamslengte. De voedingstoestand wordt vaak uitgedrukt in de BMI (Body Mass Index). De BMI wordt uitgerekend op basis van lengte en lichaamsgewicht.

Slide 33 - Slide

Deelopdracht 7
Ziekten van het uitscheidings- en spijverteringsstelsel

Ziekte van Chron en Colitis Ulcerosa 

Slide 34 - Slide

Opdracht
Maak groepjes van 3 personen
- Maak een informatiefolder voor een zorgvrager met de Ziekte van Chron én een informatiefolder voor een zorgvrager met Colitis Ulcerosa.
- Benoem hierbij de informatie die een zorgvrager moet weten over de ziekte (denk hierbij aan: wat is de ziekte, oorzaken, anatomie en fysiologie, symptomen, onderzoek, prognose, behandeling'
- 30 minuten de tijd

Een aantal groepjes gaan de folder presenteren.

Slide 35 - Slide

Tijd over...?
Ga aan de slag in Learnbeat

Slide 36 - Slide