Ecologie les 1 en 2

Leerdoelen
1. Je kunt de invloeden op organismen indelen in biotische en abiotische factoren.

2. Je kunt de volgende niveaus van ecologie beschrijven: individu, populatie,

3. herhaling voedselketen
1 / 29
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Leerdoelen
1. Je kunt de invloeden op organismen indelen in biotische en abiotische factoren.

2. Je kunt de volgende niveaus van ecologie beschrijven: individu, populatie,

3. herhaling voedselketen

Slide 1 - Slide

Alle organismen zijn afhankelijk
Je moet bijv. ergens wonen, voldoende eten hebben. En het liefst zo weinig mogelijk vijanden.
Je wil het helemaal naar je zin hebben.
Een organisme is afhankelijk van vele factoren.

De factoren zijn verdeeld over twee groepen:
De biotische en de abiotische factoren

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Abiotische factoren

Het klimaat-> zeeklimaat, tropisch klimaat, woestijnklimaat
Het weer van de dag -> regen, wind, sneeuw, droogte.
De bodem van het leefgebied -> zand, steen, klei, vruchtbare grond
Is er voldoende water?
Ben je hoog in de bergen?
 


Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Wat weet jij al van biotische factoren

Slide 7 - Mind map

Wat heb je onthouden van a-biotische factoren

Slide 8 - Mind map

Slide 9 - Slide

Een voorbeeld van een individu is:
A
alle dieren op de kinderboerderij
B
Stal met koeien
C
Luuk
D
Een groep walvissen

Slide 10 - Quiz

Zie je op deze foto een individu? Leg je antwoord kort uit.

Slide 11 - Open question

Kijken naar alle factoren
We weten dat een individu afhankelijk is van de biotische en abiotische factoren die voorkomen in zijn leefgebied.

Als we naar het leefgebied kijken met alle factoren spreken we van een ECOSYSTEEM

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

abiotisch factoren               biotisch factoren

Slide 14 - Slide

Ecologie 
Een studie naar de wisselwerking van alles wat het leven van een individu beïnvloed.

Slide 15 - Slide

Basisstof  1  Leerdoelen
Je kunt de voedselrelaties van organismen aangeven.

Je kunt uitleggen wat producenten, consumenten en reducenten zijn.


Slide 16 - Slide

consumenten
producenten
reducenten

Slide 17 - Slide

De mens is in de voedselketen een:
A
producent
B
reducent
C
consument

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Voedselketen
De voedselketen start met een producent. 
Deze keten bestaat uit 4 schakels.

Slide 20 - Slide

Deze voedselketen bestaat uit 5 schakels. 

Alle voedselketens beginnen met een plant (producent)

Je gebruikt pijlen in een voedselketen. Wie wordt opgegeten door wie.


Slide 21 - Slide

Wat is de producent in dit voedselketen?
A
zeehond
B
haring
C
krill
D
algen

Slide 22 - Quiz

Voedselketen
Wie is
hier
de
producent?

Uit hoeveel 
ketens bestaat
de voedselketen?

Slide 23 - Slide

Waarom begint een voedselketen altijd met een plant?

Slide 24 - Open question

Voedselketen
Hoeveel schakels heeft dit voedselketen?


Wie is hier de consument van de 2e orde?

Slide 25 - Slide

Een ecosysteem bevat velen met elkaar verbonden voedselketens. Er ontstaat een voedselweb. 
Als er iets misgaat met een populatie in het ecosysteem heeft dat voor vele organismen gevolgen.

Een eenvoudige voedselweb

Slide 26 - Slide

Voedselweb
Zoek een voedselketen in dit voedselweb met 4 schakels.


Met welke dieren gaat het slecht en met welke gaat het goed als er weinig muizen zijn?

Slide 27 - Slide

Schrijf 5 belangrijke woorden op die je van deze les onthouden hebt!

Slide 28 - Open question

Slide 29 - Slide