Herhaling tijdvak 6 (Havo 2)

Tijdvak 6 (herhaling)
1 / 11
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Tijdvak 6 (herhaling)

Slide 1 - Slide

Hoe heet tijdvak 6? Tijd van ...

Slide 2 - Open question

Bloeiende handel KA25
In Zeeland en Holland onstonden belangrijke handelssteden. Deze steden waren gegroeid door de Oostzeehandel in vooral graan. Via deze Oostzeevaart groeiden steden uit tot stapelmarkten. Vanuit hier werden producten opgeslagen en doorverkocht. Toen Antwerpen werd veroverd door de Spanjaarden trokken velen naar Amsterdam. Hierdoor kwam er veel kennis over handel naar Amsterdam. Luxe goederen werden  in Amsterdam gemaakt en verkocht, zoals lakens. Kooplui wilden hier zo veel mogelijk geld aan verdienen en investeerden veel geld in de handel. Dit noemen we handelskapitalisme. Dit trok na 1600 ook over naar kolonies. 

Slide 3 - Slide

Wereldeconomie KA25
Omdat er werd gehandeld met bijvoorbeeld gebieden in Amerika, werden economieën met elkaar verbonden. Er ontstond een wereldeconomie. Specerijen werden voor veel geld verkocht en steeds meer Europese landen gingen hieraan meewerken. In de Republiek werd deze handel vooral gedaan door de VOC, opgericht in 1602 door compagnieën samen te voegen, tegen concurrentie. De VOC mocht als enige handelen met Oost-Indié: Handelsmonopolie. Ook mocht de VOC oorlog voeren, wat  normaal alleen een land mocht. Omdat ve  VOC een succes was werd in 1621 de WIC opgericht. Zij verkochten via de driehoekshandel .

Slide 4 - Slide

Gouden eeuw KA24
Door alle handel ontstond de Gouden Eeuw. Deze bloeiperiode was tussen 1588 (onafhankelijkheid Republiek) tot 1672 (Rampjaar). Families werden heel rijk en dure huizen werden gebouwd in grote steden. Er werd gehandeld in luxe goederen en er werd veel kunst en wetenschap gemaakt. De samenleving werd ingedeeld in vier groepen: de adel, rijke kooplieden, loonarbeiders en de armen. 

Slide 5 - Slide

Kunst en wetenschap KA24
De bloeiperiode zorgde ook voor een bloei in de kunst. Vele grote en dure schilderijen werden gemaakt, zoals de Nachtwacht. Schilderijen werden niet meer iets van de elite, maar kunst kwam ook in gewone huizen. Er werd ook veel geld gestopt in de wetenschap. Door vele ontdekkingen noemen we dit de wetenschappelijke revolutie. Er werden vooral veel uitvindingen gedaan om de handel te verbeteren. 

Slide 6 - Slide

Verdraagzaamheid KA24
Na de opstand was het calvinisme de belangrijkste godsdienst in de Republiek. Mensen met een ander geloof, bijvoorbeeld katholiek of joods, werden niet vervolgd. Het werd geaccepteerd dat niet iedereen dezelfde opvattingen hadden: Verdraagzaamheid. Er was ruimte voor andere opvattingen, wat goed was voor de kunst en wetenschap. 

Slide 7 - Slide

Bestuur in de Republiek KA24
In de meeste landen regeerde vorsten, maar in de Republiek heersten een kleine groep rijke burgers: regenten. Zij hadden de macht in de gewesten, via de Gewestelijke Staten. De gewesten beslisten zo veel mogelijk zelf, alleen over de buitenlandse politiek, verdeidging en kolonies werd gezamelijk beslist in de Staten-Generaal. Elk gewest had 1 stem, maar Holland was het machtigste.  De machtigste bestuurders waren de stadhouder en raadspensionaris. De stadhouder was de hoogste legeraanvoerder en de raadspensionaris de hoogste ambtenaar van Holland. Zij moesten samenwerken, maar dit lukte niet altijd. 

Slide 8 - Slide

Rampjaar KA24
De stadhouder had veel macht en nadat hij in 1650 stierf kozen de regenten geen nieuwe. De raadspensionaris, Johan de Witt, werd de machtigste man in Holland. Hij bezuinigde op het leger was in 1672 fout ging. Tijdens het Rampjaar  werd de Republiek aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen.  Engeland wilde de handel stoppen, en Frankrijk wilde meer grondgebied. Op zee won Michiel de Ruijter maar een groot deel van de Republiek verloor. Een roep om een nieuwe stadhouder kwam op, en dit werd Willem III. Johan de Witt kreeg de schuld en werd vermoord. De republiek verloor geen land, maar de handel stopte wel. 

Slide 9 - Slide

Absolutisme KA23
De meeste landen in Eurpa waren een monarchie. Het koningschap was erfelijk. Koningen waren sinds de middeleeuwen steeds machtiger geworden, door bijvoorbeeld centraal bestuur in te voeren. De macht van de adel werd steeds kleiner. De Franse koning Lodewijk XIV kreeg alle macht in handen, wat absolutisme heet. Hij besloot alles in het land en was het middelpunt van het bestuur.  Het absolutisme was heel gewoon, omdat de burgers dachten dan de koning zijn macht kreeg van God. De koning werd geholpen door ambtenaren, maar hoefde er niet naar te luisteren. Sommige koningen deden toch veel voor hun volk, was 'verlicht absolutisme' heet. 

Slide 10 - Slide

Begrippen
Absolutisme, Driehoekshandel, Gouden Eeuw, Handelskapitalisme, Handelsmonopolie, Monarchie, Ootszeevaart, Rampjaar, Regenten, Stapelmarkt, Verdraagzaamheid, Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), Wereldeconomie, West Indische-Compagnie (WIC) en Wetenschappelijke Revolutie 

Slide 11 - Slide