Les 35.2 - §1.1 Kracht bij beweging

§1.1 kracht bij beweging
Lesplanning:
  1. Uitleg resulterende kracht en beweging
  2. Maken opgaven §1.1
  3. Herhaling snelheid berekenen
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

§1.1 kracht bij beweging
Lesplanning:
  1. Uitleg resulterende kracht en beweging
  2. Maken opgaven §1.1
  3. Herhaling snelheid berekenen

Slide 1 - Slide

§1.1 kracht bij beweging
Aan het einde van deze les kan je...
  • de resulterende kracht berekenen;
  • aan de hand van de resulterende kracht uitleggen van wat voor soort beweging er sprake is.

Slide 2 - Slide

Hoe groot is de resulterende kracht?
A
30 N
B
50 N
C
80 N
D
110 N

Slide 3 - Quiz

Hoe groot is de resulterende kracht?
A
70 N
B
30 N
C
-70 N
D
-30 N

Slide 4 - Quiz

Een voorwerp heeft een constante snelheid tenzij er een nettokracht op het voorwerp werkt.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide


De beweging van de scooter is een ...
A
eenparige beweging
B
versnelde beweging
C
vertraagde beweging

Slide 9 - Quiz


De beweging van de fiets
is een ...
A
eenparige beweging
B
versnelde beweging
C
vertraagde beweging

Slide 10 - Quiz

Hoe groot is de wrijvingskracht, zolang je duwt tegen een kist, maar deze niet beweegt?
A
Even groot als de spierkracht.
B
Kleiner dan de spierkracht.
C
Groter dan de zwaartekracht.
D
Groter dan de spierkracht.

Slide 11 - Quiz

Hoe groot is de wrijvingskracht als je met een kracht van 900 N duwt en de kist met een constante snelheid beweegt?
A
0 N
B
300 N
C
600 N
D
900 N

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Herhaling kracht 
klas 2

Slide 14 - Slide

De eenheid van kracht is ..... Het symbool voor kracht is .....
A
F ; N
B
Newton ; n
C
newton ; N
D
newton ; F

Slide 15 - Quiz

Op een voorwerp van 100 g werkt de zwaartekracht.
Hoe groot is de zwaartekracht?
A
0,981 N
B
9,81 N
C
98,1 N
D
981 N

Slide 16 - Quiz

Op een voorwerp werkt een zwaartekracht van 18 N. Hoe groot is de massa van het voorwerp?
A
1,83 kg
B
1,83 g
C
177 kg
D
177 g

Slide 17 - Quiz

De zwaartekracht van de meneer is...
A
12,8 N
B
100 N
C
780 N

Slide 18 - Quiz

Aan de slag
In je schrift maken en nakijken
§1.1 opgave 6, (8), (9), 10, 11, (12), *13, 14 en *15

Tot 10 minuten voor het einde van de les.

Slide 19 - Slide

§1.1 kracht bij beweging
Aan het einde van deze les kan je...
  • de resulterende kracht berekenen;
  • aan de hand van de resulterende kracht uitleggen van wat voor soort beweging er sprake is.
Prop VS vel papier

Slide 20 - Slide

Snelheid berekenen
Weet je de formule nog?!

Slide 21 - Slide

v(m/s)=t(s)s(m)
v(km/h)=t(h)s(km)
de 
formule

Slide 22 - Slide

Loes rent 60 meter in 12 seconden. Wat is haar gemiddelde snelheid
in m/s?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 23 - Quiz

Antwoord
Gegeven:                               Oplossing:
s = 60 m
t = 12 s
v=ts=1260=5,0m/s

Slide 24 - Slide

Maud vliegt 560 km in 126 minuten. Bereken haar gemiddelde snelheid.
A
267 km/h
B
74 m/s
C
0,225 km/min
D
0,074 m/s

Slide 25 - Quiz


Gegeven                           Oplossing
s = 560 km                                        v = s / t = 560 / 2,1 = 266,7 km/h 
t = 126 min = 2,1 h
v = ... km/h

s = 560 km = 560 000 m            v = s / t = 560 000 / 7560 = 74 m/s
t = 126 min = 7560 s
v = ... m/s




Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

De topsnelheid van een formule 1 auto is 378 km/h.
Hoeveel m/s is dat?
A
100 m/s
B
1360 m/s
C
105 m/s
D
1853 m/s

Slide 28 - Quiz

De 
gemiddelde snelheid berekenen

Slide 29 - Slide

soorten krachten

Slide 30 - Mind map