Lees Mee les 6
Een extra zakcentje
Lees Mee les 6
Een extra zakcentje
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
Opdracht 1
Beroepen opzoeken in een woordzoeker
Opdracht 1A
This item has no instructions
Beroepen
This item has no instructions
Welk beroep is het leukst?
dokter
leraar
automonteur
kok
agent
This item has no instructions
Welk beroep is het leukst?
bakker
directeur
brandweerman
timmerman
tandarts
This item has no instructions
Opdracht 2
Structuur van de tekst
Bekijk de tekst.
Lees de tekst nog niet.
m
s
This item has no instructions
6 met de inleiding
2.1 Uit hoeveel alinea's bestaat de tekst?
4
5
6
7
This item has no instructions
2.2 Hoeveel regels heeft de tekst?
33
34
40
99
This item has no instructions
2.3 Hoeveel kopjes heeft de tekst?
5
6
8
99
This item has no instructions
2.4 Wat valt je op aan de kopjes?
This item has no instructions
2.5 Wat is de bron van de tekst?
een krant
een tijdschrift
een website
This item has no instructions
Opdracht 3
Nadenken over het onderwerp van de tekst
This item has no instructions
This item has no instructions
3.1 Wat zie je op de foto?
This item has no instructions
3.2 Kom je weleens in de supermarkt? Wat doe je daar?
This item has no instructions
3.3 Verdien je weleens geld? Met wat voor werk verdien je geld?
This item has no instructions
Opdracht 4
De tekst lezen zonder woordenboek.
Lees tekst 6A. Je hoeft niet elk woord te begrijpen.
This item has no instructions
Lees tekst 6A
m
s
This item has no instructions
This item has no instructions
4.1 Lees de inleiding. Wat is het onderwerp van de tekst?
Geld verdienen als je jong bent
leuke klusjes
werken in een supermarkt
This item has no instructions
4.2 Lees de tweede alinea. Waarom is dit klusje 'verfrissend' (zie regel 7)?
Je doet het bij mooi weer.
Je gebruikt er water bij.
This item has no instructions
4.3 Lees de derde alinea. Waarom moet je een bonnetje vragen?
om te kijken hoe laat je in de supermarkt was
om te kijken hoeveel geld je hebt betaald
This item has no instructions
4.4 Lees de vierde alinea. Wat betekent het woord tuingereedschap (regel 20)?
Iets waar je op kunt zitten in de tuin.
Iets wat je bij werk in de tuin gebruikt.
This item has no instructions
4.5 Lees de vijfde alinea. Wat betekent 'de hond uitlaten'?
De hond eten geven
De hond verzorgen
Wandelen met de hond
This item has no instructions
4.6 Lees de zesde alinea. Wat is erg belangrijk om in een advertentie te schrijven?
Hoe oud je bent
Je adres
Je telefoonnummer
This item has no instructions
Opdracht 5
Synoniemen en omschrijvingen
Introductie van woorden:
https://quizlet.com/nl/904306731/lees-mee-les-6-flash-cards/?i=2xb1kx&x=1qqt
This item has no instructions
de baan
verdienen
allerlei
het klusje
het karweitje
Verschillende
werkje,
karweitje
werk
Geld krijgen voor werk wat je doet
werkje,
klusje
This item has no instructions
verfrissend
nodig hebben
de emmer
de spons
de trekker
Je wordt er fris en schoon van
Iets moeten hebben voor iets ander
Ding waarin je water vervoert
Ding dat veel water opneemt
Ding om water weg te trekken van glas
This item has no instructions
schoon
de lap
boodschappen doen
de buurt
de reden
Niet vies of vuil
De doek
Levensmiddelen kopen
de wijk
Waarom iets gebeurt of zo is
This item has no instructions
duidelijk
boodschappenlijstje
betalen
stevig
het bonnetje
Goed te begrijpen, helder
wat je gaat kopen staat op een papiertje
Geld geven voor een product of dienst
Stevig, niet zwak of slap
Papiertje waarop staat wat betaald is
This item has no instructions
de tuin
het onkruid
wieden
de rommel
opruimen
Land bij een huis met gras en bloemen
Planten die zomaar ergens groeien
Onkruid weghalen
De troep, spullen die niet zomaar zijn opgeruimd
Netjes maken
This item has no instructions
het gereedschap
de spullen
de grasmaaier
de hark
de schoffel
Spullen om iets mee te doen of te maken
Dingen
Gereedschap om gras bij elkaar te halen
Apparaat om gras kort te maken
Tuingereedschap om onkruid te wieden
This item has no instructions
de handschoenen
de hond uitlaten
verzorgen
oppassen
Bedekking van je handen
Wandelen met de hond
Helpen, bv eten geven
Een kind of dier verzorgen
This item has no instructions
houden van
natuurlijk
rondvragen
ophangen
Lief of lekker vinden
Dat is duidelijk, dat spreekt voor zich
Aan veel mensen vragen
Vastmaken aan de muur of het plafond
This item has no instructions
Zinnen maken met wordwall
zinnen maken:
https://wordwall.net/resource/88716470
synoniemen:
https://wordwall.net/resource/88716571
This item has no instructions
Quizlet
Met plaatjes:
https://quizlet.com/nl/904306731/lees-mee-les-6-flash-cards/?i=2xb1kx&x=1qqt
Zonder plaatjes
https://quizlet.com/nl/904306731/lees-mee-les-6-zonder-plaatjes-flash-cards/?i=2xb1kx&x=1jqt
This item has no instructions
Spel: vraag - vraag - ruil
Wat heb je nodig?
Kaartjes met op de voorkant een plaatje en op de achterkant het bijbehorende woord.
Zie quizlet plaatjes met woorden lees mee les 5
Hoe werkt het?
Kaartjes verdelen – Elke leerling krijgt één kaartje.
Zoek een partner – Iedereen loopt rond en zoekt een partner.
Quiz-Quiz
Leerling A laat de voorkant (het plaatje) zien. Leerling B probeert het woord te raden.
Leerling A geeft feedback en zegt het juiste antwoord als het nodig is.
Dan wisselen ze van rol. Leerling B laat zijn kaartje zien en A raadt het woord.
Trade (Wisselen) – Nadat beide leerlingen elkaar hebben gequized, ruilen ze hun kaartjes en zoeken een nieuwe partner.
Herhaal – Het spel gaat door totdat de tijd om is of iedereen veel woorden heeft geoefend.
This item has no instructions
Opdracht 5B
Een goede manier om snel nieuwe woorden te leren is woordvelden maken. Dan zet je woorden die over hetzelfde onderwerp gaan bij elkaar.
This item has no instructions
schoonmaken
This item has no instructions
winkels
This item has no instructions
de tuin
This item has no instructions
huisdieren
This item has no instructions
Opdracht 5C
Samengestelde woorden bestaan uit twee of meer andere woorden. Bijvoorbeeld: zomer+huis of proef+werk+papier.
Het lidwoord ('de' of 'het') hoort bij het laatste woord:
HET huis (DE zomer) > HET zomerhuis.
Als je goed kijkt naar de losse woorden in de samenstelling kijkt, begrijp je de betekenis sneller.
This item has no instructions
Wat is dit? 🛒📝
This item has no instructions
Boodschappen + lijstje De of Het?
De
Het
This item has no instructions
Wat is dit? 🪴🔧
This item has no instructions
Tuin + gereedschap De of Het?
De
Het
This item has no instructions
Wat is dit? 🧤🥾
This item has no instructions
Hand + schoen De of Het?
De
Het
This item has no instructions
Wat is dit? 📞🔢
This item has no instructions
Telefoon + nummer De of Het?
De
Het
This item has no instructions
Opdracht 5D
Synoniemen en omschrijvingen
This item has no instructions
Welke nieuwe woorden heb je geleerd (uit de tekst)?
This item has no instructions
Opdracht 6
Oefenen met verwijswoorden
Naar welk woord of welke woorden verwijzen de verwijswoorden?
This item has no instructions
1. Welk vraagwoord gebruik je?
wat
waarmee
welke
wie
This item has no instructions
1. Wat is het antwoord?
auto´s wassen
lekker weer
This item has no instructions
2. Welk vraagwoord gebruik je?
wat
waarmee
welke
wie
This item has no instructions
2. Wat is het antwoord?
met auto´s wassen
lekker weer
This item has no instructions
3. Welk vraagwoord gebruik je?
wat
waarmee
welke
wie
This item has no instructions
3. Wat is het antwoord?
een emmer, een spons, een trekker enz.
geld verdienen
This item has no instructions
4. Welk vraagwoord gebruik je?
wat
waarmee
welke
wie
This item has no instructions
4. Wat is het antwoord?
een emmer, een spons, een trekker enz.
mensen in de buurt die de hele dag werken of.....
This item has no instructions
5. Welk vraagwoord gebruik je?
wat
waarmee
welke
wie
This item has no instructions
5. Wat is het antwoord?
een emmer, een spons, een trekker enz.
Heel veel mensen hebben een honden.....
This item has no instructions
Opdracht 6
This item has no instructions
Opdracht 7
De tekst beter begrijpen
This item has no instructions
7.1 In de tweede alinea lees je 3 redenen waarom auto's wassen leuk is. Wat zijn de 3 redenen?
Je kunt het buiten in de zon doen.
Het is verfrissend.
Auto's zijn mooi
Je kunt er wat geld mee verdienen.
This item has no instructions
7.2 Lees de derde alinea. Welke drie dingen moet je meenemen naar de supermarkt?
Boodschappenlijstje
Tandenborstel
Geld
Stevige tas
This item has no instructions
7.3 Lees de vierde alinea. Waarom heb je handschoenen nodig in de tuin?
This item has no instructions
7.4 Lees de laatste alinea. Welke twee manieren lees je om werk te vinden?
Dansen
Rondvragen bij mensen
Een advertentie ophangen in de supermarkt
Slapen in mijn bed
This item has no instructions
7.5 De titel van deze tekst is 'een extra zakcentje'. Wat betekent deze titel?
This item has no instructions
Opdracht 8
Vacature
Vacature = een advertentie voor een baan
This item has no instructions
This item has no instructions
8.1 Wat voor werk doet een oppas?
This item has no instructions
8.2 Ben jij zelf jong/oud genoeg voor dit baantje?
ja
nee
This item has no instructions
8.3 Het adres van Jan en Jacqueline staat niet in de vacature. Is dat een probleem?
ja
nee
This item has no instructions
8.4 Pas jij zelf ook op? Zo ja, op wie pas je en hoe oud is hij/zij?
This item has no instructions
Opdracht 9
Een formulier
=
een papier waarop je informatie invult
This item has no instructions
9.1 Aanmelden betekent
Inschrijven
Overschrijven
Uitschrijven
This item has no instructions
9.2 Velden met een * zijn verplicht. Het woord 'verplicht' betekent:
dit kan
dit mag
dit moet
This item has no instructions
9.3 Wat is een 'veld'?
een naam
een regel op een formulier
This item has no instructions
9.4 Op een formulier moet je gegevens invullen. Wat betekent het woord 'gegevens'?
cadeaus
informatie
This item has no instructions
9.5 Onder 'Geslacht' kunnen in plaats van 'jongen' en 'meisje' ook deze woorden staan:
Man en Vrouw
Vader en moeder
This item has no instructions
9.7 Onder algemene gegevens staat 'vanaf wanneer beschikbaar'. Wat betekent dit woord?
wanneer je gaat werken
wanneer je kunt werken
wanneer je moet werken
This item has no instructions
9.8 Wat is een 'opmerking'?
iets wat je niet mag zeggen
iets wat je moet zeggen
iets wat je wilt zeggen
This item has no instructions
Wat vond je van de les?
This item has no instructions
Vul het formulier in
This item has no instructions
This item has no instructions
Nakijken, leren en de woordenschat maken.
Vraag de antwoordbladen bij les 6 aan je docent.
Kijk les 6 na en markeer de foute antwoorden met een markeerstift.
Bekijk de vragen met foute antwoorden nog eens goed. Begrijp je nu de vraag en het antwoord beter? Zo niet, vraag dan je
This item has no instructions
Antwoorden
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
Extra
Met plaatjes
https://quizlet.com/598701942/lees-mee-les-6-flash-cards/
Zonder plaatjes
https://quizlet.com/nl/904306731/lees-mee-les-6-zonder-plaatjes-flash-cards/?i=2xb1kx&x=1jqt
zinnen maken:
https://wordwall.net/resource/88716470
synoniemen:
https://wordwall.net/resource/88716571
kahoot
https://create.kahoot.it/details/ceb4d072-45a5-40fd-b399-b7d3ed637bff
blooket
https://dashboard.blooket.com/set/67d98c59dbfc364e0db48af9
This item has no instructions
This item has no instructions
sharepoint
https://msa2.sharepoint.com/:w:/r/sites/oostpoort/101/_layouts/15/Doc.aspx?sourcedoc=%7BF7195314-4337-4126-AEB4-3848B47DDF5C%7D&file=Les%206%20Extra%20verwerkingsopdracht.docx&action=default&mobileredirect=true
This item has no instructions
1. Leesstrategieën
✅ Herhaald lezen. Lees de tekst meerdere keren. Hoe vaker je leest, hoe makkelijker het wordt!
✅ Luister en lees mee. Luister naar de tekst terwijl je meeleest. Dit helpt bij de uitspraak en het begrijpen van de woorden.
✅ Gebruik plaatjes. Kijk naar de afbeeldingen. Ze helpen je de betekenis van de tekst beter te begrijpen.
✅ Lees langzaam en hardop. Spreek de woorden uit terwijl je leest. Zo onthoud je ze beter!
✅ Stel jezelf vragen. Denk na over de tekst: Wie? Wat? Waar? Waarom? Dit helpt je om de tekst beter te begrijpen.
✅ Gebruik je vinger of een leeskaartje. Volg de tekst met je vinger of een kaartje om de juiste regels te volgen. Dit voorkomt dat je de draad kwijtraakt.
This item has no instructions
2. woordjes begrijpen in de tekst
✅ Raad de betekenis uit de tekst. Snap je een woord niet? Kijk naar de zin eromheen en probeer de betekenis te raden.
✅ Gebruik afbeeldingen. Kijk of er een plaatje bij staat dat helpt om het woord te begrijpen.
✅ Denk aan je eigen taal. Sommige woorden lijken op woorden in je eigen taal. Zie je een verband?
✅ Oefen met synoniemen en tegenstellingen. Leer nieuwe woorden door te bedenken welke andere woorden hetzelfde of het tegenovergestelde betekenen.
✅ Maak een woordenlijst. Schrijf moeilijke woorden op en oefen ze. Probeer ze te gebruiken in zinnen.
✅ Breek lange woorden in stukken. Bijvoorbeeld: "onderwijzer" → "onder" + "wijzer". Dit helpt bij het begrijpen van moeilijke woorden.
✅ Rijmen en klankherkenning. Sommige woorden klinken bijna hetzelfde. Dit helpt je om nieuwe woorden makkelijker te onthouden.
This item has no instructions
3. Woordjes uit je hoofd leren
✅ Schrijf de woorden op. Door woorden zelf op te schrijven, onthoud je ze beter. Gebruik een notitieboekje voor nieuwe woorden.
✅ Maak flitskaartjes. Schrijf het woord op de ene kant en de betekenis of een afbeelding op de andere kant. Oefen ermee!
✅ Zeg de woorden hardop. Door de woorden uit te spreken, onthoud je ze beter en oefen je de uitspraak.
✅ Gebruik de woorden in een zin. Schrijf of zeg een zin met het nieuwe woord. Zo begrijp je beter hoe je het gebruikt.
✅ Oefen met iemand anders. Laat iemand je overhoren of oefen samen met een vriend. Dit maakt leren leuker!
✅ Maak een liedje of rijm. Verzin een liedje of rijmpje met de woorden die je moet onthouden. Dit helpt je hersenen om ze beter te onthouden.
✅ Herhaal regelmatig. Leer niet alles in één keer. Herhaal de woorden elke dag een paar minuten.
This item has no instructions