Zenuwstelsel: sturen en reageren
Zenuwstelsel: sturen en reageren
This item has no instructions
Leerdoel
Ik kan uitleggen hoe het zenuwstelsel informatie ontvangt, verwerkt en doorstuurt in het lichaam.
This item has no instructions
Welke woorden passen voor jou bij het zenuwstelsel?
Gebruik de opbrengst om voorkennis op te halen. Verwachte woorden: hersenen, prikkel, reactie, zenuwen, voelen, bewegen, reflex, ruggenmerg.
Het zenuwstelsel als stuurmechanisme
Het zenuwstelsel is een stuurmechanisme van het lichaam.
Het regelt:
activiteiten van organen, cellen en weefsels
de wisselwerking tussen mens en omgeving
het bewust-zijn, zoals aandacht en beleving
Leg uit dat 'sturen' in de biologie betekent: informatie ontvangen, verwerken en omzetten in een reactie. Noem dat later ook het hormonale stelsel een rol speelt, maar dat deze les over het zenuwstelsel gaat.
Van prikkel naar reactie
Informatie uit de omgeving komt binnen via zintuigen.
Daarna gaat die informatie via zenuwbanen naar de hersenen. De hersenen verwerken de prikkel en sturen impulsen naar spieren en organen.
Benadruk de keten: waarnemen, verwerken, reageren. Houd het nog algemeen; details over neuronen en banen volgen later.
Drie taken van het zenuwstelsel
Je kunt de werking samenvatten in drie hoofdtaken:
regelen van processen in het lichaam
verwerken van informatie uit de omgeving
mogelijk maken van bewustzijn en aandacht
Zo helpt het zenuwstelsel ons steeds aanpassen aan veranderende omstandigheden.
This item has no instructions
Welke taak hoort niet bij het zenuwstelsel?
Impulsen verwerken
Bewustzijn regelen
Zuurstof maken
Organen aansturen
Distractoren sluiten aan bij slide 2-4. 'Zuurstof maken' hoort bij planten/fotosynthese en niet bij het zenuwstelsel.
Van prikkel naar reactie
Informatie uit de omgeving komt binnen via de zintuigen. Daarna gaat die informatie via zenuwbanen naar de hersenen. De hersenen verwerken de prikkel en sturen impulsen naar spieren en organen.
Controleer of leerlingen de route kennen: waarnemen, verwerken, reageren.
Zenuwweefsel: waaruit bestaat het?
Zenuwweefsel zit in:
de hersenen
het ruggenmerg
de zenuwen door het hele lichaam
Het bestaat uit twee soorten cellen:
zenuwcellen (neuronen)
steuncellen (neurogliacellen)
This item has no instructions
Bouw van een zenuwcel
Een neuron heeft:
een cellichaam met kern
dendrieten: voeren impulsen naar het cellichaam
een neuriet of axon: voert impulsen van het cellichaam af
Gebruik consequent beide termen: neuriet en axon. Maak duidelijk dat richting belangrijk is: dendrieten naar het cellichaam, axon ervan af.
Waarom uitlopers zo belangrijk zijn
Door hun uitlopers kunnen zenuwcellen impulsen over afstand geleiden.
Samen vormen neuronen een netwerk tussen:
weefsels die prikkels opvangen
weefsels die een reactie uitvoeren
Daardoor kan informatie snel door het lichaam bewegen.
This item has no instructions
Myeline en snelheid
Veel neurieten hebben een mergschede of myelineschede.
werkt als isolatie
maakt snelle geleiding mogelijk
Neurieten zonder myeline geleiden impulsen langzamer.
Je kunt ook de schede van Schwann kort noemen als cel die rond de uitloper ligt en bij voeding/ondersteuning helpt.
Synaps: overschakelen tussen cellen
Tussen twee neuronen ligt een klein contactgebied: de synaps.
Bij aankomst van een elektrische impuls:
geeft het uiteinde van het axon een neurotransmitter af
die stof prikkelt de volgende zenuwcel
daardoor ontstaat daar een nieuwe elektrische impuls
Benadruk het verschil: in de zenuwcel elektrisch, in de synaps chemisch.
Drie soorten neuronen
Op basis van functie onderscheiden we:
sensorische neuronen: van zintuigen, huid en slijmvliezen naar de hersenen
motorische neuronen: van hersenen naar spieren en klieren
schakelneuronen: verbinden neuronen binnen hersenen en ruggenmerg
Noem dat sensorische neuronen ook sensibele neuronen kunnen heten.
Steuncellen en bescherming
Naast neuronen zijn er steuncellen.
Hun functies:
steun geven aan zenuwcellen
zorgen voor voeding
helpen beschermen tegen schadelijke invloeden
Zonder steuncellen kunnen neuronen niet goed functioneren.
This item has no instructions
Welk deel voert impulsen naar het cellichaam toe?
Synaps
Axon
Dendriet
Myeline
Dendrieten voeren naar het cellichaam toe; axon/neuriet voert ervan af.
Bouw en werking van zenuwweefsel
Veel neurieten hebben een myelineschede die als isolatie werkt. Tussen twee neuronen ligt een synaps waar een neurotransmitter de volgende zenuwcel prikkelt. Naast neuronen zijn er ook steuncellen voor steun en voeding.
Alle lege plekken komen uit slide 8-11 en zijn dragende begrippen uit dit blok.
Waarom gaat een impuls sneller met myeline?
Bespreek minimaal deze elementen: myeline isoleert, daardoor gaan elektrische impulsen sneller; zonder myeline is geleiding trager.
Anatomische indeling
De bouw van het zenuwstelsel wordt anatomisch ingedeeld in:
het centrale zenuwstelsel (CZS)
het perifere zenuwstelsel (PZS)
Deze indeling zegt vooral iets over ligging en onderdelen.
This item has no instructions
Centraal en perifeer
Perifeer zenuwstelsel
ligt binnen schedel en wervelkolom
bestaat uit hersenen en ruggenmerg
ligt buiten het centrum
bestaat uit zenuwen die door het lichaam lopen
omvat hersenzenuwen, ruggenmergszenuwen en de sympathische grensstreng
Centraal zenuwstelsel
Houd de focus op anatomische ligging. Verdere functionele indelingen hoeven hier nog niet uitgewerkt te worden.
Onderdelen van het centrale zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit:
grote hersenen
tussenhersenen
hersenstam
kleine hersenen
ruggenmerg
This item has no instructions
Grote hersenen
De grote hersenen:
bestaan uit twee hemisferen
zijn van elkaar gescheiden door een diepe groeve
staan met elkaar in verbinding via de hersenbalk
Elke hemisfeer bevat verschillende hersenkwabben.
Noem eventueel de vier kwabben die in de bron staan: voorhoofdskwab, wandbeenkwab, slaapkwab en achterhoofdskwab.
Schorsvelden in de grote hersenen
Rond groeven en windingen liggen schorsvelden met eigen functies.
Belangrijk zijn:
sensorische schors: ontvangt prikkels uit zintuigen en lichaam
motorische schors: stuurt impulsen naar spieren en klieren
De motorische schors ligt vóór de centrale groeve.
Maak duidelijk dat verschillende gebieden gespecialiseerd zijn, maar wel voortdurend samenwerken.
Tussenhersenen, hersenstam en kleine hersenen
Tussenhersenen: schakelen veel gevoelsprikkels door en filteren overbodige prikkels
Hypothalamus: regelt mee met het hormonale stelsel en helpt bij temperatuur, eetlust en waterhuishouding
Hersenstam: verbinding tussen hersenen en ruggenmerg; regelt o.a. bewustzijn, slaap, ademhaling en bloeddruk
Kleine hersenen: coördineren houding, beweging en evenwicht
Dit is een volle overzichtsslide; licht elk deel kort toe met één herkenbaar voorbeeld, zoals gewenning aan geluid of een dronkemansgang bij beschadiging van de kleine hersenen.
Wat hoort bij het perifere zenuwstelsel?
Ruggenmerg
Hersenstam
Grote hersenen
Ruggenmergszenuwen
Toetst het verschil tussen ligging en onderdelen van CZS en PZS.
Welk onderdeel lijkt jou het meest op een 'schakelstation'?
Tussenhersenen
Kleine hersenen
Hersenstam
Grote hersenen
This item has no instructions
Waarom krijg je een dronkemansgang bij schade aan de kleine hersenen?
Bespreek als goede elementen: kleine hersenen coördineren bewegingen, houding en evenwicht; daarom raken bewegingen slecht afgestemd.
Ruggenmerg als verbindingskabel
Het ruggenmerg ligt in het wervelkanaal en loopt vanaf het achterhoofd tot ongeveer de tweede lendenwervel.
Het vormt de verbinding tussen de hersenen en de rest van het lichaam.
This item has no instructions
Richting van impulsen in het ruggenmerg
In een dwarsdoorsnede zie je:
achterhoorns: hier komen sensorische prikkels binnen
voorhoorns: van hier vertrekken motorische impulsen
Meestal gaat informatie eerst omhoog naar de hersenschors en daarna komt een opdracht terug naar beneden.
Gebruik de termen rugzijde/achterhoorn en buikzijde/voorhoorn als extra vocabulaire als dat past bij de groep.
Reflexen: snelle reactie zonder hersenschors
Een reflex is een uitzondering op de gewone route.
Sensorische prikkel → overschakeling in het ruggenmerg → motorische reactie
Bij een reflex:
gaat de reactie snel
gebeurt de reactie buiten de wil om
noemen we de route een reflexboog
Voorbeeld: kniepeesreflex. Benadruk dat de hersenen wel geïnformeerd kunnen worden, maar niet eerst hoeven te beslissen.
Bescherming van hersenen en ruggenmerg
Het centrale zenuwstelsel is goed beschermd:
schedel beschermt de hersenen
wervelkolom beschermt het ruggenmerg
hersenvliezen en ruggenmergsvliezen vormen extra bescherming
liquor omgeeft hersenen en ruggenmerg
This item has no instructions
Liquor: meer dan alleen bescherming
Liquor is hersenvocht.
Functies van liquor:
werkt als schokbreker
zorgt voor warmte-isolatie
helpt bij voeding van zenuwweefsel
voert stofwisselingsproducten af
De druk blijft normaal constant door evenwicht tussen aanmaak en afvoer.
Je kunt kort noemen dat liquor voor onderzoek kan worden afgenomen via een lumbaalpunctie.
Wat gebeurt bij een reflex als eerste?
Opdracht uit hersenschors
Prikkel naar achterhoorn
Impuls uit voorhoorn
Beweging door spieren
De reflexroute start met een sensorische prikkel die binnenkomt via de achterhoorn.
Ruggenmerg en bescherming
Bij een reflex wordt een sensorische prikkel in het ruggenmerg direct omgezet in een motorische reactie. Die route heet een reflexboog. Hersenen en ruggenmerg worden ook beschermd door liquor, dat werkt als schokbreker.
Leg de koppeling tussen functie van het ruggenmerg en bescherming van het CZS.
Wat is één inzicht uit deze les dat je wilt onthouden?
This item has no instructions
Welk onderdeel van deze les vond je het lastigst?
This item has no instructions
Wat hielp jou vandaag het best om dit te begrijpen?
This item has no instructions
Begrippenlijst
zenuwstelsel - stuurmechanisme dat informatie ontvangt, verwerkt en doorstuurt
zenuwweefsel - weefsel dat bestaat uit neuronen en steuncellen
neuron - zenuwcel die impulsen geleidt
dendriet - korte uitloper die impulsen naar het cellichaam voert
axon / neuriet - lange uitloper die impulsen van het cellichaam af voert
myelineschede - isolerende laag rond een neuriet
synaps - schakelplaats tussen twee zenuwcellen
This item has no instructions
Begrippenlijst
neurotransmitter - chemische stof die een impuls overdraagt in de synaps
sensorisch neuron - zenuwcel die prikkels naar de hersenen voert
motorisch neuron - zenuwcel die opdrachten naar spieren of klieren voert
schakelneuron - zenuwcel die binnen CZS neuronen met elkaar verbindt
centrale zenuwstelsel - hersenen en ruggenmerg
perifere zenuwstelsel - zenuwen buiten hersenen en ruggenmerg
reflexboog - korte route waarbij een prikkel direct in het ruggenmerg wordt omgezet in reactie
This item has no instructions
Begrippenlijst
grote hersenen - hersendeel voor verwerking, bewustzijn en aansturing
tussenhersenen - schakelstation en filter voor veel prikkels
hypothalamus - deel van de tussenhersenen dat o.a. temperatuur en hormonen mee regelt
hersenstam - verbinding tussen hersenen en ruggenmerg met vitale centra
kleine hersenen - coördineren houding, beweging en evenwicht
ruggenmerg - geleidt impulsen tussen hersenen en lichaam
liquor - hersenvocht rond hersenen en ruggenmerg
This item has no instructions