Hoofdstuk 14.2 Bloedband

1 / 30
next
Slide 1: Slide
GodsdienstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 8 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

- introductie thema
- gedoe in de familie- karma?
- Je eigen stamboom
- groepsopdracht: drie religies

Slide 3 - Slide

Wat is voor jou belangrijker?
Familie
Vrienden

Slide 4 - Poll

In mijn familie
A
is er heel veel goed contact met elkaar
B
hebben we goed contact met een deel van de familie
C
zien we elkaar niet veel, contact is oké
D
zien we elkaar niet veel. Dat is maar goed ook, anders is er alleen maar gedoe.

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Video

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Slide

Stamboom opdracht
Maak een stamboom van je familie -> Jij centraal en vanuit jou trek je lijnen naar ouders, broers en zussen, opa en oma, ooms en tantes.


Als je kijkt naar dat plaatje, zijn er dan dingen die een gegeven zijn, die onlosmakelijk met jouw familie te maken hebben.
1. Erfelijke zaken, zoals huidskleur, ziektes : DNA
2. Maar ook, keuzes die familie gemaakt hebben: geloof, land
3. Of dingen die jouw familie zijn overkomen: oorlog, ongeluk, slavernij, etc.




Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link

Slide 12 - Video

Stellingen
Bespreek in twee-tallen de volgende stellingen, en kijk welke verschillen er zijn en welke overeenkomsten;
- Als er visite komt gaat bij ons vanzelfsprekend de televisie uit. 
- Wij vieren alles wat er te vieren valt, het liefst met de hele familie,
- Ruzie maken lost niets op, je kunt maar beter de harmonie bewaren,
- Praten helpt als er iets is wat je dwars zit,
- Natuurlijk gaan we regelmatig op bezoek bij mijn grootouders. 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Bloedband
  • De familieband is een band waar je altijd aan vastzit: ook als je geen warme relatie met elkaar hebt, deel je genen, herinneringen en ervaringen.
  • Je familie is je eerste ervaring met andere mensen: dit heeft veel invloed op je.

Slide 15 - Slide

Genen
Een stukje DNA dat de code voor een  erfelijke eigenschap draagt noemen we een GEN.
Allel = invulling van gen
Voorbeeld van erfelijke eigenschappen:
  • haarkleur (blond, zwart, rood)
  • haarstijl (krullend of steil)
  • oogkleur (blauw, bruin, groen)

Slide 16 - Slide

Welke genen heb jij zeker overgenomen van je ouders?

Slide 17 - Open question

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Opdracht
Lees blz 56, en beantwoord in je schrift de volgende vragen:
  1. Wat denk jij dat de doorslag geeft in wat je doet? Je DNA of je omgeving?
  2. Wat is een mythe? 
  3. Weet jij iets waar jouw familie goed in is? Of een bepaald beroep wat veel terugkomt?

Slide 21 - Slide

Familie mythe
  • In families leven bepaalde mythes: verhalen met een bepaalde betekenis/eigenschap van de familie, bijvoorbeeld  “wij van de familie Bakker zijn geen aanstellers” of 'wij van de familie De Boer zijn erg koppig'. 
  • In de puberteit ben je (on)bewust met deze mythes bezig: door je juist wel of juist niet zo te gedragen als in de mythe wordt beweerd. 
  • Van sommige dingen besluit je om het later zelf heel anders te doen of juist zelf ook te doen
  • In sommige families zijn deze verhalen verdrietige verhalen door narigheid uit het verleden. 

Slide 22 - Slide

Opdracht
Lees bron 7, en beantwoord de volgende vragen in je schrift:
  • Wat vertellen jouw ouders over wat zij thuis vroeger vervelend vonden? En doen zij dit nu zelf anders?
  • Welke dingen uit jouw gezin zou je zelf aan je kinderen willen doorgeven? En welke dingen zeker niet?
  • Waarom noemt Diatlowicki familieverhalen mythes?

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Deze moeder en dochter hebben geen bloedband. Zijn ze dan wel familie?

Slide 25 - Open question

Slide 26 - Video

Opdracht
Lees bron 8, en beantwoord de vragen in je schrift:
  • Waarom heeft Typhoon de clip: "We zijn er"op deze manier gemaakt denk je? 
  • Vind je dat hij iets te maken heeft met de slavernij? Leg je antwoord uit.
  • Vind je dat jij iets te maken hebt met slavernij? Leg je antwoord uit.
  • Mensen lijden nu nog onder de gevolgen van de Shoah of van de slavernij, wanneer zal dat voorbij zijn denk je?

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Opdracht
Lees bron 9 en bron 10, en beantwoord de volgende vragen in je schrift:
  • Heb jij te maken met of ken je iemand met 'nieuwe' familie? Spelen daarbij ook de problemen mee die in de tekst worden genoemd?
  • Welke voordelen zitten er aan 'nieuwe' familie? Leg je antwoord uit.
  • Denk je dat Ina en Hinda dezelfde problemen tegenkomen als in bron 9? Leg uit wat volgens jou het verschil is.
  • Liggen de roots van Hinda in India of in Nederland? En hoe is dat voor Ina, leg je antwoord uit. 

Slide 29 - Slide

Opdracht
Lees de tekst op bladzijde 59:
  • Bedenk bij elke godsdienst een stelling die laat zien wat het belang van familie is volgens die godsdienst. 
  • Maak een mooie achtergrond en presenteer de stelling aan de klas. 

Slide 30 - Slide