Wat weten we nog? les 1 en 2 voorraadbeheer

Les 1 en 2

wat weet jij nog?

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerkooppraktijkMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3,4

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

Les 1 en 2

wat weet jij nog?

Als de bestel eenheid 12 is betekend dat:

A

Dat je er 12 moet bestellen

B

Dat als je er 1 besteld je er 12 krijgt

Wat betekend minimale en maximale voorraad?

A

Hier vul je in hoeveel geld je minimaal en maximaal mag uit geven aan voorraad.

B

Hier vul je in wat je denkt dat minimaal en maximale voorraad ongeveer is.

C

Minimum is het minimale wat je moet verdienen aan dit product. En maximum betekend het maximale wat je mag verdienen met dit product.

D

Minimum betekend de kleinste voorraad die je wilt hebben. En Maximum is de grootste voorraad die je wilt hebben. Hier mag je nooit overheen!

Wat betekend het woord saldo:

A

Hier vul je het bedrag in wat erbij komt.

B

Hier vul je het bedrag in wat er af gaat.

C

Hier vul je de aantal aanwezige voorraad in, wat gaat er af wat komt erbij.

D

Hier vul je alleen spullen in die niet goed meer zijn of kapot.

Je hebt inkopen gedaan bij de groothandel waar schrijf je de nieuwe voorraad op?

A

Het aantal gekochte producten schrijf ik op bij BIJ

B

Het aantal gekochte producten schrijf ik op bij AF

Welke drie R’s gebruiken wij bij een goede voorraad?


A

Ruimte, Rust, Regels

B

Rente, Regels, Risico

C

Risico, Ruimte, Rente

D

Regelmaat, Regels, Risico

Wat is een slowmover? geef 1 voorbeeld:

Wat betekend manco?

A

Dit vul je in als de bestelling compleet is.

B

Dit vul je in als de levering van de groothandel compleet is.

C

Dit vul je in als er een product beschadigt/ over de datum of niet is geleverd

De voorraad moet worden aangevuld hoeveel gaan ze er bestellen?

A

40

B

20

C

2

D

30

Hoeveel verdient de groothandel per doos eieren?


laat zien hoe je aan je antwoord komt

Wat betekend FIFO?

Je mag ook een uitleg of voorbeeld geven.

Welke informatie heb je nodig als er bij jou een bestelling wordt geplaatst?

A

- Naam van de klant

- Geboorte datum

- Telefoon nummer

- Handtekening

B

- Naam van de klant

- Manier waarop er betaald gaat worden

- Aantal producten

- Telefoon nummer

C

- Naam van de klant

- Telefoonnummer

- Aantal producten

- Handtekening

Wat schrijven we onder het vakje omschrijving?

Wat betekend

t.a.v?

A

Ter aanzien van

B

Tot antwoord van

C

Tussen aankoop van

D

Tegen aankopen van