Artikelpresentatie aanvullen

Artikelpresentatie aanvullen

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerkooppraktijkPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Artikelpresentatie aanvullen

Open bij een herkenbare winkelsituatie: schappen aanvullen gebeurt niet zomaar, maar netjes, veilig en met aandacht voor de klant.

Planning vandaag


Dorpsopdracht:

Samuel & Chayenne (Action/Jumbo)

Chayenn & Mohammed (Jumbo/Action)


De rest:

  • LessonUp

  • Werken in het boek

  • Aan het werk in de winkel!



This item has no instructions

Lesdoel

Ik kan een artikelpresentatie op een nette, veilige en klantvriendelijke manier aanvullen.

This item has no instructions

Welke woorden passen bij netjes vakken vullen?

Gebruik de woorden uit de cloud als start: bijvoorbeeld netjes, schoon, veilig, klant, schap, opruimen.

Wat is artikelpresentatie?

  • Artikelpresentatie is de manier waarop artikelen in de winkel staan.

  • Producten moeten netjes, schoon en goed zichtbaar zijn.

  • Een goede presentatie helpt de klant kiezen.

  • Een lege of rommelige plank ziet er onverzorgd uit.

Leg de link met verkoop en uitstraling van de winkel, maar houd het eenvoudig: klanten moeten producten makkelijk kunnen zien en pakken.

Waarom vul je aan?

  • De plank blijft vol.

  • De winkel blijft netjes.

  • Klanten kunnen het product makkelijk vinden.

  • De presentatie blijft aantrekkelijk.

This item has no instructions

Wat betekent artikelpresentatie?

A

De prijs van artikelen

B

De plek van het magazijn

C

Hoe artikelen staan

D

Het tellen van voorraad

Sluit aan op slide 2. Distractors zijn winkelwoorden die leerlingen kunnen verwarren met presentatie.

Maak de tekst compleet

Een artikelpresentatie is de manier waarop artikelen in de winkel staan. Bij vakken vullen zet je producten in het schap. Bij spiegelen zet je producten naar voren voor een net vak.

artikelpresentatie
vakken vullen
spiegelen
transportmiddel
lichaamshouding
ompakken
schoon werken

Controleert de kernbegrippen uit slides 2 t/m 5.

Houd de presentatie schoon

  • Verwijder karton en afval meteen.

  • Maak het schap netjes als er vuil ligt.

  • Zet producten recht en overzichtelijk terug.

This item has no instructions

Laat de klant voorgaan

  • De klant is belangrijk in de winkel.

  • Stop even als een klant iets wil pakken.

  • Zorg dat je niet in de weg staat.

  • Werk rustig en vriendelijk verder.

Koppel dit aan klantvriendelijkheid: aanvullen is nodig, maar de klant moet goed bij de artikelen kunnen komen.

Werk voorzichtig

  • Pak producten rustig vast.

  • Laat niets vallen.

  • Beschadig de verpakking niet.

  • Zet artikelen netjes op hun plek.

This item has no instructions

Ruim je spullen op

  • Laat geen dozen of plastic slingeren.

  • Zet een transportmiddel netjes weg.

  • Houd looppaden vrij.

  • Een opgeruimde werkplek is veiliger.

Hier zit ook de koppeling met overlast voor klanten: minder rommel betekent minder hinder en minder kans op struikelen.

Zo is er weinig overlast

Tijdens opruimen en aanvullen houd je de overlast klein door netjes te werken.


  • laat de klant voorgaan

  • zet dozen en karren niet in de looproute

  • ruim afval meteen op

  • werk snel, rustig en overzichtelijk

Dit slide beantwoordt direct de vraag hoe je overlast voor klanten klein houdt, zonder het als opdracht te formuleren.

Wat doe je als een klant iets wil pakken?

A

Je loopt door

B

Je stopt even

C

Je zet dozen neer

D

Je draait je om

Gebaseerd op slide 7: laat de klant voorgaan.

Maak de tekst compleet

Tijdens aanvullen houd je de presentatie schoon. Je laat de klant voorgaan. Dozen en karren staan niet in de looproute. Zo is er weinig overlast.

schoon
klant
looproute
vloer
doos
voorkant
winkel

Echoot slides 6 t/m 10 en beantwoordt ook de vraag over overlast voor klanten.

Hoe zorg je voor zo min mogelijk overlast voor klanten?

Bespreek dat goede antwoorden gaan over: klant voorgaan, dozen en karren uit de looproute houden, afval meteen opruimen, rustig en overzichtelijk werken.

Veilig werken begint bij jezelf

  • Werk veilig betekent: opletten en risico's voorkomen.

  • Kijk waar je loopt en waar je spullen neerzet.

  • Gebruik materialen op de juiste manier.

  • Denk ook aan de veiligheid van klanten en collega's.

This item has no instructions

Transportmiddel veilig gebruiken

  • Gebruik een kar of rolcontainer rustig.

  • Zet hem op een veilige plek.

  • Blokkeer geen gangpad of uitgang.

Noem eenvoudige voorbeelden van transportmiddelen uit de winkelpraktijk: kar, steekwagen, rolcontainer.

Maak de tekst compleet

Werk veilig met een transportmiddel en zet het op een veilige plek. Let op je lichaamshouding en buk door je knieën. Bij ompakken snijd je voorzichtig en laat je geen plastic op de vloer liggen.

transportmiddel
lichaamshouding
ompakken
artikelpresentatie
spiegelen
vakken vullen
klant

Verbindt slides 11 t/m 15: veilig werken, transportmiddel, lichaamshouding en ompakken.

Vakken vullen

  • Vul lege plekken in het schap aan.

  • Zet het juiste product op de juiste plek

  • Controleer of alles recht staat.

This item has no instructions

Spiegelen

  • Zet producten naar voren.

  • Maak de voorkant van het vak netjes.

  • Zo lijkt het schap vol en verzorgd.

Leg uit dat spiegelen geen nieuw product toevoegt, maar de presentatie verbetert.

Aan het werk!

  • Maken klassikaal: 1E en 1F in het boek

  • Daarna: werkblad en beoordelingsformulier 'Vakkenvullen'

Leg uit dat spiegelen geen nieuw product toevoegt, maar de presentatie verbetert.

Netjes én klantvriendelijk vullen

Goed aanvullen betekent meer dan alleen vullen.


  • schoon werken

  • veilig werken

  • klant ruimte geven

  • producten netjes neerzetten

  • afval direct opruimen

Gebruik deze slide als samenvattende brug: alle begrippen en regels komen hier samen in het dagelijkse werk in de detailhandel.

Wat is spiegelen?

A

Producten tellen

B

Dozen openen

C

Prijskaartjes plakken

D

Naar voren zetten

Gebaseerd op slide 17.

Maak de tekst compleet

Bij vakken vullen vul je lege plekken aan. Zet het juiste product op de juiste plek. Bij spiegelen zet je producten naar voren. Zo blijft het schap netjes en verzorgd.

vakken vullen
plek
spiegelen
doos
kar
klant
vloer

Controleert het verschil tussen vullen en spiegelen.

Wat heb jij geleerd in deze les?

This item has no instructions

Wat vond jij het moeilijkst?

This item has no instructions

Wat onthoud jij van deze les?

Laat leerlingen kernwoorden delen, zoals veilig, netjes, klant, opruimen of spiegelen.

Begrippen

Artikelpresentatie - de manier waarop artikelen in de winkel staan.

Ompakken - goederen uit een doos of verpakking halen.

Transportmiddel - hulpmiddel om goederen te verplaatsen.

Lichaamshouding - de manier waarop je staat, bukt en tilt.

Vakken vullen - producten in het schap zetten of aanvullen.

Spiegelen - producten naar voren zetten voor een net vak.

This item has no instructions