1.1 - Kracht bij beweging



1. Vul het Cornell schema van de vorige les verder aan:
  • Aantekeningen (terugkijken LessonUp)
  • Begrippenlijst (dikgedrukte woorden in paragraaf)
  • Overhoringsvragen (zelf bedenken)
  • Samenvatting (zie tips op Teams)

2. Kijk het huiswerk na (via Teams).

3. Maak de basis voor het Cornell schema voor paragraaf 1.1




1. Lezen paragraaf 0 (boekje op tafel).

2. Maken opdracht 7 t/m 13 van paragraaf 0.

3. Nakijken opdrachten (via Teams).

4. Lezen informatie over Cornell schema via Teams berichten.

5. Maken basis Cornell schema (zwarte lijnen overnemen).
Starttaak:
Havo:
Vwo:
timer
10:00
1 / 39
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson



1. Vul het Cornell schema van de vorige les verder aan:
  • Aantekeningen (terugkijken LessonUp)
  • Begrippenlijst (dikgedrukte woorden in paragraaf)
  • Overhoringsvragen (zelf bedenken)
  • Samenvatting (zie tips op Teams)

2. Kijk het huiswerk na (via Teams).

3. Maak de basis voor het Cornell schema voor paragraaf 1.1




1. Lezen paragraaf 0 (boekje op tafel).

2. Maken opdracht 7 t/m 13 van paragraaf 0.

3. Nakijken opdrachten (via Teams).

4. Lezen informatie over Cornell schema via Teams berichten.

5. Maken basis Cornell schema (zwarte lijnen overnemen).
Starttaak:
Havo:
Vwo:
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Starttaak
1. Vul het Cornell schema van de vorige les verder aan:
  • Aantekeningen (terugkijken LessonUp)
  • Begrippenlijst (dikgedrukte woorden in paragraaf)
  • Overhoringsvragen (zelf bedenken)
  • Samenvatting (zie tips op Teams)

2. Kijk het huiswerk na (via Teams).

3. Maak de basis voor het Cornell schema voor paragraaf 1.1

Klaar? --> Lezen paragraaf 1.1 en maken opdracht 2 t/m 9, 11, 12
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Hoofdstuk: 1
Paragraaf: 1
Onderwerp: Kracht bij beweging

Begrippen: dikgedrukte woorden uit paragraaf.


Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Kracht bij beweging
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1

Slide 5 - Slide


Wat betekent het symbool v?
Voorkennis
A
tijd
B
snelheid
C
vaart
D
versnelling

Slide 6 - Quiz


Wat betekent het symbool t?
Voorkennis
A
tijd
B
totaal
C
top
D
seconde

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Video

(v,t)-diagram
Vanuit het filmpje van net weten we dat dat Kjeld harder reed dan 100 km/h! Hier kunnen we een grafiek van maken: 

Slide 9 - Slide

(v,t)-diagram
Eerste 60 seconden: Kjeld versnelt en de snelheid neemt constant toe.

60-140 seconden: Kjeld versnelt nogsteeds constant maar minder snel.

140-220 seconden: Kjeld rijdt constant op zijn topsnelheid

220-300 seconden: Kjeld stopt met schaatsen en zijn snelheid neemt af tot hij stiltstaat.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Eenparig / constant
Kjeld schaatst dus vaak constant, dat noemen we ook wel eenparig.
  • Eenparig versneld: snelheid neemt elke seconde met dezelfde hoeveelheid toe.
  • Eenparig vertraagd: de snelheid neemt elke seconde met dezelfde hoeveelheid af.

Eenparig (=constant): elke seconde hetzelfde 

Slide 12 - Slide

Snelheid
Snelheid is een grootheid (=iets wat we kunnen meten).
Het symbool voor snelheid is v
v komt van het Engelse woord velocity of het Nederlandse woord vaart

 

Slide 13 - Slide

Eenheid snelheid
De eenheden van snelheid zijn m/s of km/h.
Want wanneer je een snelheid hebt leg je een aantal meter (of kilometer) af in een aantal seconde (of uur).

De snelheden moeten we ook kunnen omrekenen:

 
h is voor hour in het Engels
Bijv.:
8 m/s   --> 8 x 3,6 = 28,8 km/h
162 km/u --> 162 : 3,6 = 45 m/s

Slide 14 - Slide

Het record van Kjeld is 103 km/h.

Hoeveel m/s is dat?
Vergeet eenheid niet, met spatie, één decimaal

Slide 15 - Open question

5 soorten bewegingen







Constant (=eenparig) --> Rechte lijn

Slide 16 - Slide



Waar versnelt de fietser eenparig?
A
A en C
B
B en D
C
E en F
D
Nergens

Slide 17 - Quiz



Waar vertraagt de fietser eenparig?
A
A en C
B
B en D
C
E en F
D
Nergens

Slide 18 - Quiz



Waar vertraagt de fietser eenparig?
A
A en C
B
B en D
C
E en F
D
Nergens

Slide 19 - Quiz



Waar staat de fietser stil?
A
A en C
B
B en D
C
E en F
D
Nergens

Slide 20 - Quiz


Waar beweegt de fietser
met een constante snelheid?
A
A en C
B
B en D
C
E en F
D
Overal

Slide 21 - Quiz

Slide 22 - Slide

Resulterende kracht





De motor in de auto creëert een motorkracht waardoor de auto vooruit beweegt.

Slide 23 - Slide

Resulterende kracht




Zodra de auto rijdt ontstaat er wrijving door de banden en de wind. Deze werkt in de tegenovergestelde richting als de motorkacht.

Slide 24 - Slide

Resulterende kracht





Resulterende kracht = som (optelling) van alle krachten

Slide 25 - Slide

Resulterende kracht





In dit geval zijn is de wrijvingskracht even groot als de motorkracht, namelijk beide 100 Newton.

Slide 26 - Slide

Resulterende kracht





De wrijvingskracht werkt in de tegenovergestelde kracht van de motorkracht en is dus negatief (= -100 N)

Slide 27 - Slide

Resulterende kracht





Als we deze krachten bij elkaar optellen komen we op een resulterende kracht van: - 100 + 100 = 0 N

Slide 28 - Slide

Resulterende kracht





Als de resulterende kracht 0 N is versnelt of vertraagt de auto niet. De auto staat stil of beweegt met een constante snelheid.

Slide 29 - Slide

Resulterende kracht





Maar wanneer je meer gas geeft, wordt de motorkracht groter.

Slide 30 - Slide

Resulterende kracht





Resulterende kracht = -100 + 200 = 100 N (naar rechts)
Dus de auto versneld naar rechts.

Slide 31 - Slide

Resulterende kracht




Minder gas -> kleinere motorkracht
 Resulterende kracht = -100 + 50 = -50 N
Dus de auto vertraagd.

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Abdul en Inez trekken het winkelwagentje van
Sarah naar rechts, Abdul met 63 N en Inez met 59 N.
Sarah trekt terug met een kracht van 73 N.

Bereken de resulterende kracht en geef aan welke kant deze op beweegt.
Vergeet eenheid niet, zonder spatie!

Slide 35 - Open question

Voorbeeldopgave
Abdul en Inez trekken het winkelwagentje van Sarah naar rechts, Abdul met 63 N en Inez 
met 59 N. Sarah trekt terug met een kracht van 73 N.


Bereken de resulterende kracht en geef aan welke kant deze op beweegt.

63 + 59 = 122 N naar rechts

Fres = -73 + 122 = 49 N
Beweegt naar rechts




Slide 36 - Slide

Aan de slag!


1. Aanvullen begrippen & maken overhoringsvragen bij aantekeningen.

2. Weektaak opschrijven in agenda.

3. Aan de slag met weektaak.



Weektaak (woe 2 september af)
Paragraaf 1.1 maken en nakijken:
  • 2 t/m 9, 11, 12
timer
10:00
timer
6:00

Slide 37 - Slide

Aan de slag!



1. Aanvullen begrippen & maken overhoringsvragen bij aantekeningen.

2. Weektaak opschrijven in agenda.

3. Aan de slag met weektaak.



Weektaak (ma 31 augustus af)
Paragraaf 0 (boekje) maken en nakijken behalve opdr. 5

Paragraaf 1.1 maken en nakijken:
  • 2 t/m 9, 11, 12
timer
14:00

Slide 38 - Slide

Aan de slag!


1. Aanvullen begrippen & maken overhoringsvragen 
bij aantekeningen.

2. Weektaak opschrijven in agenda.

3. Aan de slag met weektaak.



Weektaak (woe 2 september af)

Havo:
Paragraaf 1.1 maken en nakijken:
  • 2 t/m 9, 11, 12


Vwo:
Paragraaf 0 (boekje) maken en nakijken: 
  • 7 t/m 13

Paragraaf 1.1 maken en nakijken:
  • 2 t/m 9, 11 t/m 13


timer
10:00
3G

Slide 39 - Slide