quiz medische beeldvorming

Quiz Medische Beeldvorming
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Quiz Medische Beeldvorming

Slide 1 - Slide

Een CT-scan is beeldvorming met behulp van...
A
licht
B
UV
C
geluid
D
röntgen-straling

Slide 2 - Quiz

Echografie is beeldvorming met behulp van...
A
licht
B
UV
C
geluid
D
röntgen-straling

Slide 3 - Quiz

Welk straling zien we hier vrijkomen?
A
Alfa
B
Bèta
C
Gamma
D
Delta

Slide 4 - Quiz

Wat voor soort straling wordt er uitgezonden?
A
alpha straling
B
beta straling
C
gamma straling
D
geen straling

Slide 5 - Quiz

Om welke soort straling gaat het bij dit verval?
A
alfa straling
B
beta straling
C
gamma straling

Slide 6 - Quiz

Wat voor soort straling wordt er uitgezonden?
A
alpha straling
B
betastraling
C
gammastraling
D
Er wordt geen straling uitgezonden

Slide 7 - Quiz

Welk element blijft er over na β- verval van

​26​59​​Fe
A
​25​59​​Mn
B
​27​59​​Co
C
​24​55​​Cr

Slide 8 - Quiz

Welke straling heeft het grootst ioniserend vermogen?
A
alfa straling
B
beta- straling
C
beta+ straling
D
gamma straling

Slide 9 - Quiz

Halveringsdikte is een begrip wat van toepassing is op:
A
alfastraling
B
bètastraling
C
gammastraling
D
röntgenstraling

Slide 10 - Quiz

Welke straling heeft het grootst doordringend vermogen?
A
Alfa straling
B
Beta straling
C
Gamma straling
D
Röntgenstraling

Slide 11 - Quiz

Wat is de eenheid van de equivalente stralingsdosis?
A
Gy
B
Sv
C
J
D
J/mGy

Slide 12 - Quiz

Het aantal deeltjes dat per seconden vrijkomt noem je:
A
Stralingsdosis
B
Activiteit
C
Bequerel
D
Intensiteit

Slide 13 - Quiz

De hoeveelheid straling van een
CT-scan is groter dan een röntgenfoto.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

Bij nucleaire diagnostiek wordt gebruik gemaakt van...
A
gammastraling
B
betastraling
C
rontgenstraling
D
tracer

Slide 15 - Quiz

Wie kan er geen gebruik maken van MRI?
A
Mensen met een pacemaker
B
Zwangere vrouwen.
C
Kinderen
D
Mensen met een longziekte.

Slide 16 - Quiz