H1.3 Zuivere stoffen en mengsels

1.3 Zuivere stoffen en mengsels
1 / 35
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

1.3 Zuivere stoffen en mengsels

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Alle stoffen kunnen we onderverdelen in verschillende categorieën. 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

We beginnen met het onderverdelen in 2 categorieën.
Mengsels
Zuivere stoffen
Alle stoffen

Slide 3 - Drag question

This item has no instructions

Zuivere stof of mengsel (1/3)
DEFINITIE: Een zuivere stof bestaat maar uit 1 soort deeltje (molecuul).
Dus ALLE deeltjes in die stof zijn exact hetzelfde.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Zuivere stof of mengsel (2/3)
Een ander voorbeeld van een zuivere stof is water dat we in het laboratorium gebruiken: demi water (gedemineraliseerd water)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Zuivere stof of mengsel (3/3)
Als we suiker en water bij elkaar voegen dan hebben we een MENGSEL.
DEFINITIE: een mengsel bestaat uit meerdere verschillende deeltjes (moleculen)

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat is de definitie van een mengsel? Een mengsel...
A
bestaat uit een soort moleculen.
B
bestaat uit meerdere soorten moleculen.
C
bestaat uit meerdere moleculen.
D
bestaat uit meerdere soorten atomen

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat zie je hier?
A
Zuivere stof
B
Mengsel

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Hoe bepaal je een zuivere stof of mengsel? (1/2)
Zuivere stof:
Bij een faseovergang blijft de 
temperatuur precies gelijk.

We noemen dit het SMELTPUNT 
en KOOKPUNT

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Hoe bepaal je een zuivere stof of mengsel? (2/2)
Mengsel:
Bij een faseovergang verandert
de temperatuur een klein beetje

We noemen dat een SMELTTRAJECT
en KOOKTRAJECT

Slide 10 - Slide

This item has no instructions


Welke stelling is juist?
A
Diagram 1 laat een temperatuurverloop zien van een zuivere stof. Er is een kookpunt te zien.
B
Diagram 2 laat een temperatuurverloop zien van een zuivere stof. Er is een kookpunt te zien.
C
Diagram 1 laat een temperatuurverloop zien van een zuivere stof. Er is een kooktraject te zien.
D
Diagram 2 laat een temperatuurverloop zien van een zuivere stof. Er is en een kooktraject te zien.

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Mengsel
Zuivere stof
Kookpunt
Smeltpunt
Kooktraject
Smelttraject

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

Alle stoffen kunnen we dus onderverdelen in mengsels en zuivere stoffen
Mengsels kunnen we onderverdelen in Homogene- en Heterogene mengsels.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Soorten mengsels
  • Homogene mengsels zijn mengsels waarbij je de verschillende onderdelen niet kunt onderscheiden
  • Voorbeelden van homogene mengsels zijn oplossingen en gasmengsels

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Heterogene mengsels

  • Heterogene mengsels zijn mengsels waarbij je de verschillende onderdelen wél kunt onderscheiden
  • Er zijn verschillende soorten heterogene mengsels: suspensies, emulsies, nevel, rook, schuim

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Heterogeen mengsel
Homogeen mengsel

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Wat is een homogeen mengsel?
A
Een mengsel waarin de verschillende stoffen gelijkmatig verdeeld zijn.
B
Een mengsel waarin maar één soort deeltjes aanwezig is.
C
Een mengsel waarin de verschillende stoffen ongelijkmatig verdeeld zijn.
D
Een mengsel waarin de verschillende stoffen niet gemengd zijn.

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een heterogeen mengsel?
A
Een mengsel waarin de verschillende stoffen gelijkmatig verdeeld zijn.
B
Een mengsel waarin maar één soort deeltjes aanwezig is.
C
Een mengsel waarin de verschillende stoffen ongelijkmatig verdeeld zijn.
D
Een mengsel waarin de verschillende stoffen niet gemengd zijn.

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Het schema is hier nu ingevuld. We gaan nog even kijken naar de verschillende soorten mengsels.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Gasmengsels
  • Gasmengsels zijn homogene mengsels
  • Denk bijvoorbeeld aan de lucht die wij inademen. Daar zit niet alleen zuurstof in, maar bijvoorbeeld ook stikstof, koolstofdioxide en argon. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Oplossingen
Een oplossing is een Homogeen mengsel en is altijd Helder.

Bijvoorbeeld: appelsap


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Suspensies zijn heterogene mengsels
Als je een vaste stof mengt met een vloeistof en die vloeistof wordt troebel, dan heb je te maken met een suspensie.
  • Een voorbeeld van een suspensie is verf.
  • vast (s) in vloeistof (l)

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Emulsie
Emulsies zijn heterogene mengsels
Bijvoorbeeld:
water en olie en olie mengen niet. Maar als je een emulgator toevoegt lukt het mengen wel.

Denk bijvoorbeeld aan Mayonaise, gemaakt van olie en azijn, door het toevoegen van een ei (emulgator) mengt het wel!

Vloeistof (l) in vloeistof (l)

Slide 23 - Slide

Emulgator: lecithine, lanettewas.
Wanneer een emulsie gemakkelijk met water te mengen is noemen we dit een olie-in-water emulsie (o/w). De watermoleculen bevinden zich om het oliemolecuul heen. Voelt niet vet aan.
Reinigingsmilk heeft een hoog vochtgehalte en gemakkelijk uitsmeerbaar.

Rook / Nevel
(heterogene mengsels)
Rook: vaste deeltjes die         Nevel: vloeistofdruppels
zweven in een gas                   die zweven in een gas

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Homogeen mengsel<br>
Heterogeen mengsel<br>
Emulsie
Oplossing
Rook
Mayonaise
Suspensie
Coca Cola
Nevel
Gasmengsel
Verf

Slide 25 - Drag question

This item has no instructions

Suspensie
Oplossing
Zuivere stof
Emulsie
Kraanwater
Sinaasappelsap
Coca Cola
Mayonaise
Demiwater
Suiker
Chocolademelk
Margarine

Slide 26 - Drag question

This item has no instructions

Samenvatting

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

percentage = altijd in procenten
  • percentage lijkt veel op de concentratie, alleen reken je om naar procenten
  •                                                               %
  • volumepercentage (bij vloeistof in vloeistof mengsel) en massapercentage (bij vaste stoffen)
  •  je antwoord kan nooit > 100% zijn      
percentage=​geheel​​(deel)​​⋅100

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Massa Percentage
massapercentage is 
hoeveelheid vaste stof in een andere stof

Massa% = hoeveelheid stof A / totale hoeveelheid stof x 100% 

Zet beiden eerst om naar dezelfde eenheden!

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

volume percentage
volumepercentage is
hoeveelheid vloeistof in een andere vloeistof

Volume% = hoeveelheid stof  A / totale hoeveelheid stof x 100% 

Zet beiden eerst om naar dezelfde eenheden!

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

We vullen 120 gram suiker aan totdat we 1 kilo suikerwater hebben. Wat is de massapercentage suiker in dit water?

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Antwoord massapercentage
Massa percentage = Hoeveelheid Opgeloste stof
                                                       Hoeveelheid mengsel X 100% 
Opgeloste stof: 120 gram suiker.
Hoeveelheid mengsel: 1 kilo, oftewel 1000 gram.

Antwoord: 120 gram / 1000 gram * 100% = 12%

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

er zit 200 gram zout in een mengsel van zand en zout dat 800 gram weegt.
wat is het massapercentage zout%?
A
20 massa%
B
25 massa%
C
40 massa%
D
4 massa%

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

In 750 mL wijn zit 90 mL alcohol.
Het volumepercentage alcohol in de wijn is:
A
12 vol%
B
66 vol%
C
68 vol%
D
83 vol%

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Aan de slag
Maak  H1.3 
opdracht 1 t/m 10




Slide 35 - Slide

This item has no instructions