1) teken ALTIJD eerst de C=C en dan 2 bindingen aan de linker C omhoog/omlaag en dan 2 bindingen aan de rechter C omhoog/omlaag.
2) teken dan pas de rest van het molecuul van de grondstof
Slide 8 - Slide
Additiepolymerisatie propeen
Tip:
3) Bijna altijd wordt een stuk uit het nmidden van het polymeer gevraagd ==> links EN rechts groeit het nog door ==> teken links en rechts een kronkel op het uiteinde
Je zet golfjes (~) aan het uiteinde van het stukje polymeer uit het midden -> Geeft aan dat het aan beide kanten nog ver doorgaat.
Bij notatie met vierkante haken zet je tussen de haken de monomeereenheid. De n geeft het gemiddeld aantal monomeren in de keten aan.
Slide 11 - Slide
Geef de stappen propagatie en terminatie van het mechanisme als but-1-een polymeriseert
initiatie: R-O-O-R --> 2 RO.
propagatie:
terminatie:
Slide 12 - Slide
Voorbeelden van polymeren
polyetheen (PE)
polypropeen (PP)
polyvinylchloride (PVC)
polystyreen (PS)
Slide 13 - Slide
Teken de monomeren voor deze polymeren
Slide 14 - Slide
Teken het polymeer dat gemaakt kan worden van but-1-een
en het polymeer dat gemaakt kan worden van
but-2-een.
Slide 15 - Slide
Copolymeren
Slide 16 - Slide
Uit welke twee monomeren is dit copolymer opgebouwd?
Slide 17 - Slide
Samenvatting
Kunststoffen bestaan uit heel grote moleculen: polymeren. Deze moleculen worden gemaakt uit kleine moleculen: de monomeren.
De naam van het polymeer is de naam van het monomeer met het woord poly ervoor.
Polymeren kun je maken door additiepolymerisatie of door condensatiepolymerisatie.
Het additiepolymerisatieproces wordt gestart door een initiator. De initiator verbreekt de dubbele binding van het eerste monomeer, waarna de keten wordt gevormd.
Slide 18 - Slide
Je kunt nu....
uitleggen wat de begrippen monomeer, polymeer, copolymeer, polymerisatiereactie en additiepolymerisatie betekenen;
uitleggen hoe een additiepolymerisatie verloopt onder invloed van een initiator en uv‑licht;
uitgaande van de structuurformule van een of meer monomeren, de structuurformule van een additiepolymeer geven en andersom;
uitgaande van de structuurformule van het polymeer of monomeer, de naam van het additiepolymeer geven.
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Video
Vul de tabel in
Additiepolymerisatie
Kenmerk monomeer
Soort reactie
Reactiesnelheid en polymerisatiegraad
Splitst er een molecuul af?
Kenmerk polymeer
Tekentips
Crosslinks
Slide 21 - Slide
Additiepolymerisatie
Kenmerk monomeer
C=C
Soort reactie
additiereactie
(radicaalreactie, C=C springt open)
Reactiesnelheid en polymerisatiegraad
hangt af van hoeveelheid initiator
Splitst er een molecuul af?
nee
Kenmerk polymeer
* alleen C-atomen in de polymeerketen
* het aantal C-atomen dat per monomeer in de polymeerketen terecht komt is 2 (of 4 bij 1,4-additie)
Slide 22 - Slide
Additiepolymerisatie
Tekentips
* teken bij monomeer C=C horizontaal en de atoom(groepen) aan de twee C-atomen naar boven en beneden.
* gebruik bij het mechanisme pijlen met een halve punt.
* stukje uit polymeerketen: gebruik 'golfjes' aan weerszijden
Crosslinks (H12.3)
kan als monomeer twee maal C=C heeft
Slide 23 - Slide
condensatiereactie
Wat is een condensatiereactie?
Tussen welke karakteristieke groepen kan een condensatiereactie optreden?
vorming ester (zuur + alcohol)
vorming amide (zuur + amine)
vorming ether (alcohol+alcohol)
opfrissen voorkennis
Slide 24 - Slide
alcohol + zuur -> estergroep
Slide 25 - Slide
condensatiepolymeren
elk monomeer heeft TWEE karakteristieke groepen om de keten te kunnen verlengen:
monomeren poly-ester: monomeren poly-amide:
-> HO- ....-COOH
Slide 26 - Slide
polyester uit één soort monomeren
monomeer heeft -OH én -COOH
naam monomeer: hydroxy .... zuur
voorbeeld: polyester van 3-hydroxyhexaanzuur
Slide 27 - Slide
condensatiepolymeren
elk monomeer heeft TWEE karakteristieke groepen om de keten te kunnen verlengen:
monomeren poly-ester: monomeren poly-amide:
-> HO- ....-COOH
-> HO-...-OH & HOOC-...-COOH
( = copolymeer)
Slide 28 - Slide
polyester uit twee soorten monomeren
1 monomeer heeft 2x -OH en 1 monomeer heeft 2x -COOH
namen: - diol en - dizuur
voorbeeld:
copolymeer >>
Slide 29 - Slide
amine + zuur -> amidegroep
Slide 30 - Slide
condensatiepolymeren
elk monomeer heeft TWEE karakteristieke groepen om de keten te kunnen verlengen:
monomeren poly-ester: monomeren poly-amide:
-> HO- ....-COOH -> H2N - ... - COOH
-> HO-...-OH & HOOC-...-COOH
Slide 31 - Slide
polyamide uit één soort monomeren
monomeer heeft -NH2 én -COOH
naam monomeer: amino.... zuur
voorbeeld: polyamide van 3-aminopropaanzuur
Slide 32 - Slide
condensatiepolymeren
elk monomeer heeft TWEE karakteristieke groepen om de keten te kunnen verlengen:
1 monomeer heeft 2x -NH2 en 1 monomeer heeft 2x -COOH
namen: - diamine en - dizuur
voorbeeld:
copolymeer
Slide 34 - Slide
Hoe teken je een condensatie-polymeer?
noteer structuurformules monomeren
zorg dat de karakteristieke groepen (-OH & -COOH of -NH2& -COOH) aan de linker-en rechterkant van het molecuul staan (let op: HO- en niet OH-!)
laat per binding één molecuul H2O vertrekken
haal ook van de zijgroepen aan het uiteinde H / OH weg (op zelfde manier als in het midden) en sluit af met ~
Teken de repeterende eenheid het polymeer van ethaan-1,1-diamine en propaandizuur.
Slide 35 - Slide
Voorbeeld Polyamide
Een bekende polyamide is nylon.
Bestaat uit twee verschillende monomeren, waarbij 1 monomeer 2 zuurgroepen heeft en het andere monomeer 2 aminegroepen.
Slide 36 - Slide
Slide 37 - Video
condensatiereacties
Vaak wordt er bij een condensatiereactie een molecuul water afgesplitst, maar er kunnen ook andere kleine moleculen afgesplitst worden: (bv HCl of NH3)
Slide 38 - Slide
samenvatting
Additiepolymerisatie
Condensatiepolymerisatie
Kenmerk monomeer
C=C
OH/COOH (diol+dizuur)
NH/COOH (diamine+dizuur of aminozuren)
Soort reactie
additiereactie
(radicaalreactie, C=C springt open)
condensatiereactie
(afsplitsen klein molecuul, meestal water)
Reactiesnelheid en polymerisatiegraad
hangt af van hoeveelheid initiator
hangt af van [monomeren] en aanwezigheid katalysator
Splitst er een molecuul af?
nee
ja (bijna altijd water)
Kenmerk polymeer
* alleen C-atomen in de 'ruggengraat' = polymeerketen
* het aantal C-atomen dat per monomeer in de polymeerketen terecht komt is 2 (of 4 bij 1,4-additie)
* naast C- ook N- of O-atomen in polymeerketen (ruggegraat van L naar R)
* estergroep of amidegroep
Slide 39 - Slide
samenvatting
Additiepolymerisatie
Condensatiepolymerisatie
Tekentips
* teken bij monomeer C=C horizontaal en de atoom(groepen) aan de twee C-atomen naar boven en beneden.
* gebruik bij het mechanisme pijlen met een halve punt.
* stukje uit polymeerketen: gebruik 'golfjes' aan weerszijden
* teken monomeer met karakteristieke groepen links en rechts, rest molecuul naar boven en beneden
* splits water af en teken nieuwe atoombinding tussen C-O of C-N
* verwijder aan de uiteinden H / OH op dezelfde manier als in de keten
* sluit af met ~
Crosslinks
kan als monomeer twee maal C=C heeft
kan als 3 OH/NH/COOH-groepen in monomeer aanwezig zijn