2.1 Gemiddelde snelheid

Beweging
1 / 13
next
Slide 1: Mind map
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Beweging

Slide 1 - Mind map

Paragraaf 2.1
Gemiddelde snelheid

Slide 2 - Slide

Gemiddelde snelheid
Om de gemiddelde snelheid van een beweging uit te rekenen, gebruik je:
 
gemiddelde snelheid = afstand
                                                      tijd

Hiervoor gebruiken we de afkortingen:
vgem = gemiddelde snelheid
s = afstand 
t = tijd
 



vgem=ts

Slide 3 - Slide

Gemiddelde snelheid
Kies eerst welke eenheden je wilt gebruiken

manier 1: v in m/s; s in m; t in s
manier 2: v in km/h; s in km; t in h

Schrijf altijd een volledige berekening op
vgem=ts

Slide 4 - Slide

Voorbeeld

Opgave: een wandelaar loopt in precies 45 minuten een afstand van 4 km. Hoe groot is zijn gemiddelde snelheid?

Slide 5 - Slide


Manier 1

s = 4 km
t = 45 min = 0,75 h

v = s : t = 4 : 0,75 = 5,3 km/h

Manier 2

s = 4 km =  4000 m
t = 45 min = 2700 s

v = s : t = 4000 : 2700 = 1, 5 m/s

Slide 6 - Slide

Onthouden

Slide 7 - Slide

Een fietser doet 22 minuten over een afstand van 5 km. Hoe groot is zijn gemiddelde snelheid? Vul je hele berekening in.

Slide 8 - Open question

Hoe groot is de gemiddelde snelheid
van de bal uit figuur 4 in je boek?
Vul je hele berekening in.

Slide 9 - Open question

Andersom
Je kunt de formule ook gebruiken om de afstand of de tijd uit te rekenen, je gebruikt hem dan in een andere volgorde. Leer deze volgordes alle drie goed uit je hoofd.

vgem=ts
t=vgems
s=vgemt

Slide 10 - Slide

Hoe lang doet een automobilist er over om met een gemiddelde snelheid van 80 km/h een afstand van 175 km te rijden? Vul je hele berekening in.

Slide 11 - Open question

Een atleet loopt een rondje van 80 minuten met een gemiddelde snelheid van 14 km/h. Hoe groot is de afstand die hij gelopen heeft? Vul je hele berekening in.

Slide 12 - Open question

Weektaak / Huiswerk
Maken paragraaf 2.1 even opgaven

Slide 13 - Slide