T1H1 Ontwikkelen, hoe doe je dat?

Thema 1: Fundamenten


1 / 37
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPedagogisch handelenSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Thema 1: Fundamenten


T1H1:

Ontwikkelen, hoe doe je dat?

LEF 3

Pedagogisch handelen

p. 14-20

Verken


Welke woorden komen het eerst in jou op?

Begrippen


Geef een voorbeeld van groeien in de eerste twintig jaar van jouw leven.

Geef een voorbeeld van rijpen.

Geef een voorbeeld van leren.

Op een rij

Ontwikkeling is het veranderingsproces waarbij groeien, rijpen en leren leiden tot een hoger niveau van functioneren.


  • Groeien: het lichaam neemt in omvang en mogelijkheden toe.

  • Rijpen: de organen kunnen hun functies opnemen.

  • Leren: verwerven van kennis, vaardigheden, attitudes via allerlei technieken

Op een rij

Verschillende factoren hebben een invloed op de ontwikkeling.







De ontwikkelingsfactoren beïnvloeden elkaar onderling.


Op een rij

De ontwikkelingsfactoren beïnvloeden elkaar onderling.

  • nature (natuurlijke aanleg): biologische ontwikkelingsfactoren, eigen aan de persoon, die een rol spelen in de ontwikkeling

  • nurture (opvoeding en omgeving): ontwikkelingsfactoren, die eigen zijn aan de opvoeding en de omgeving en die een impact hebben op de ontwikkeling

  • zelfbepaling: het vermogen van elke persoon om verantwoordelijkheid op te nemen en voor zichzelf keuzes te maken afhankelijk van de eigen voorkeuren en interesses.


Invuloefening: Welk begrip hoort bij welke omschrijving?

  • De organen kunnen hun functies opnemen = rijpen

  • veranderingsproces waarbij groeien, rijpen en leren leiden tot een hoger niveau van functioneren = ontwikkeling

  • biologische factoren, eigen aan de persoon, die een rol spelen in de ontwikkeling = nature

  • Het lichaam neemt in omvang en mogelijkheden toe = groeien

  • het vermogen van elke persoon om verantwoordelijkheid op te nemen en voor zichzelf keuzes te maken, afhankelijk van de eigen voorkeuren en interesses = zelfbepaling

  • kennis, vaardigheden en attitudes worden verworven via allerlei activiteiten = leren

  • ontwikkelingsfactoren die niet eigen zijn aan de persoon en die een impact hebben op de ontwikkeling = nurture

rijpen
ontwikkeling
nature
groeien
zelfbepaling
leren
nurture

Baby Eveline kan nog niet scherp zien.

Welk deel van ontwikkeling speelt een rol?

A

groeien

B

rijpen

C

leren

D

Answer D

Arno bereidt zich voor op zijn theoretisch rijexamen voor de bromfiets.

Welk deel van ontwikkeling speelt een rol?


A

groeien

B

rijpen

C

leren

D

Answer D

Lise krijgt voor het eerst haar maandstonden.

Welk deel van ontwikkeling speelt een rol?

A

groeien

B

rijpen

C

leren

D

Answer D

Marthe kan nog niet zo goed op de klimmuur klimmen als haar broer Cezar. Haar beentjes zijn nog niet lang genoeg.

Welk deel van ontwikkeling speelt een rol?

A

groeien

B

rijpen

C

leren

D

Answer D

Jacques leert om grenzen te stellen nadat hij een tijdje afwezig was op het werk na een burn-out.

Welk deel van ontwikkeling speelt een rol?

A

groeien

B

rijpen

C

leren

D

Answer D

Op basis van onderzoek naar het sluiten van zijn groeischijven voorspelt de dokter van Arno dat zijn lichaamslengte nog zal toenemen tot hij 20 jaar is.

A

groeien

B

rijpen

C

leren

D

Answer D

De groei van onze hersenen loopt door tot de leeftijd van 25 jaar.

Welke factor heeft een invloed?

A

nature

B

nurture

C

zelfbepaling

D

combinatie van factoren

Raven (26 jaar) kan niet lezen en schrijven. Waar ze opgroeide, gingen meisjes niet naar school.

Welke factor heeft een invloed?

A

nature

B

nurture

C

zelfbepaling

D

combinatie van factoren

Muziekvirtuozen hebben niet alleen veel talent, ze moeten ook jarenlang intensief oefenen en hebben ondersteuning nodig om de nodige kansen te krijgen.

Welke factor heeft een invloed?

A

nature

B

nurture

C

zelfbepaling

D

combinatie van factoren

Dries (19 jaar) heeft verschillende familieleden die roken en verloor zijn papa aan longkanker. Hij kiest ervoor om zelf niet te roken.

Welke factor heeft een invloed?

A

nature

B

nurture

C

zelfbepaling

D

combinatie van factoren

Baby Freya (10 maanden) krijgt niet de juiste voeding en loopt daardoor een ontwikkelingsachterstand op.

Welke factor heeft een invloed?

A

nature

B

nurture

C

zelfbepaling

D

combinatie van factoren

Als Geoffrey 4 jaar is, ontdekt de juf dat hij bepaalde kleuren niet kan onderscheiden. Dat blijkt in de familie te zitten, ook zijn papa en opa hebben die vorm van kleurenblindheid.

Welke factor heeft een invloed?

A

nature

B

nurture

C

zelfbepaling

D

combinatie van factoren

Jef (16 jaar) luistert naar de adviezen van zijn ouders en maakt daarna zelf een keuze voor een vakantiejob in de zomer die aansluit bij zijn talenten.

Welke factor heeft een invloed?

A

nature

B

nurture

C

zelfbepaling

D

combinatie van factoren