Presenteren

Presenteren 
1 / 30
next
Slide 1: Slide
LOBMBOStudiejaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Presenteren 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Ik vind presenteren spannend
Ja
Nee

Slide 2 - Poll

This item has no instructions

Slide 3 - Video

Zoek de verschillen
Je krijgt nu twee filmpjes te zien van twee personen die presenteren. 

Wat zijn de verschillen?
Noem er minimaal 3

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Welke verschillen kun je noemen?

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

Wat zijn valkuilen bij het presenteren?

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

Een goede presentatie heeft een goede voorbereiding nodig. Hoe bereid jij je voor?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Voorbereiding 
  • Maak een goede planning 
  • Verzamel informatie. Gebruik de vragen die horen bij de opdracht.




Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Verdeel  materiaal over een inleiding- kern- slot
Bepaal welke hulpmiddelen je gebruikt (voorwerp, foto's)
Schrijf je presentatie uit aan de hand van sleutelwoorden

Oefenen - oefenen - oefenen 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Opening 
Wacht tot het stil is en begin je presentatie met een duidelijke opening.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Benoem 1 creatieve manier waarop je de presentatie kunt openen

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Creatieve opening 
Citaat
Bijvoorbeeld:

" Linda is een enthousiaste en gedreven meid. Ze is een aanwinst voor ons bedrijf geweest op het gebied van marketing & communicatie" ( mevr. Jansen - Okay Reclame)


Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Quizvraag
Bijvoorbeeld:

Waar denken jullie dat ik stage heb gelopen?
A: Mediamarkt
B: Ikea
C: Intersport
D: van der Valk 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Foto (vraag aan het publiek)
Vragen aan het publiek:

Waar denk je dat deze foto is genomen?
Wat denk je als je deze foto ziet?
Hoelang geleden is deze foto gemaakt?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Beginnen met een verhaal
Bijvoorbeeld:

Je leukste moment van de stage 
Bijzondere gebeurtenis
Humoristisch moment 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Wat is belangrijk aan je houding?

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

In een presentatie gebruik je verbale en non verbale communicatie?
Wat is verbale communicatie?

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van non-verbale communicatie?
A
tekens en symbolen
B
lichaamshouding
C
praten met handen en voeten
D
van je gezicht aflezen

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Er mogen geen stiltes vallen tijdens mijn presentatie
Ja
Nee

Slide 24 - Poll

This item has no instructions

Tips gebruik PowerPoint/Prezi, Google presentaties 
  • Gebruik zo min mogelijk tekst in de slides
  • Oefen de presentatie met de slides 
  • Gebruik kleur voor duidelijkheid in je presentatie maar gebruik het niet als versiering

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

De laatste tips 
  • Spreek rustig en duidelijk 
  • Kijk je publiek aan en kijk niet teveel op je (spiek)briefje
  • Zorg voor een logische indeling (openen- inhoud- afsluiten)
  • Gebruik duidelijke en korte zinnen 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1 - dierbaar voorwerp
Je gaat een presentatie geven over een voorwerp wat je dierbaar is. Dit kan bijvoorbeeld een foto, sieraard of beeldje zijn, maar bijvoorbeeld ook iets wat je van iemand hebt gekregen.

Je gaat over dit voorwerp presenteren en neemt het voorwerp mee naar de les

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Wat vertel je over het voorwerp?
  • Wat heb je meegenomen?
  • Waarom heb je voor dit voorwerp gekozen?
  • Wat is de waarde van het voorwerp oftewel, waarom is het zo speciaal voor jou?
  • Hoe kom je eraan?
  • Waar bewaar je het?
  • Vertel minimaal 2 feiten over het voorwerp dat je hebt meegenomen: Bijvoorbeeld:

Dit horloge wat ik van mijn opa heb gekregen komt uit Griekenland. Hij heeft het van zijn vader gekregen en mijn vader gaf het aan mij. Het horloge is in 1860 gemaakt.
* Bedenk een originele opening van je presentatie. Denk aan de voorbeelden

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Wie ben ik?
Waar je woon ik?
welke opleiding ga ik doen 
wat kun je met deze opleiding
hobby

Slide 30 - Slide

This item has no instructions