Vind de fout
Werkvormen
Vind de fout
Werkvormen
Deze les laat de werkvorm Vind de fout zien in vijf vakken, met een extra voorbeeld voor rekenen op de basisschool. Elk voorbeeld bestaat uit twee slides: eerst het werk van een fictieve leerling met een fout die elk jaar terugkomt, daarna een opgave met dezelfde valkuil. Kies het voorbeeld dat bij je les past, of gebruik het als model voor een fout die jij elk jaar ziet. Eén voorbeeld duurt tien tot vijftien minuten.
Sanne is tekendocent en schrijft op haar cv:
Ik geef hen les in tekenen en schilderen.
Zie jij de fout in deze zin? Plaats het kruisje op de fout.
❌
This item has no instructions
Verbeter de fout van Sanne.
Kan je uitleggen waarom dit fout is?
Verzin een passende naam voor deze fout.
"Ik geef hen les in schilderen."
De fout van Sanne:
De denkfout: “Hen klinkt netter, dus het zal wel goed zijn”
Veel leerlingen hebben geleerd dat "hun" fout is in zinnen als "Hun hebben dat gedaan" (waar het onderwerp moet zijn: zij). Daardoor ontstaat een overcorrectie: ze denken dat hun áltijd fout of 'foutief taalgebruik' is en vervangen het overal door hen.
Maar dat klopt niet:
Hun is juist bij een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel: “Ik geef hun les.” Hen gebruik je na een voorzetsel of als lijdend voorwerp: “Ik geef les aan hen” of “Ik zie hen.”
De hulpregel (aan-test): kun je er het woordje 'aan' voor zetten zonder dat de zin verandert? Dan gebruik je hun als je 'aan' weglaat: Ik geef [aan] hun les
Blijft de zin kloppen als je het woordje 'aan' toevoegt?
Dan gebruik je hun als je 'aan' weglaat:
De hulpregel
Doe de aan-test:
zonder aan
Ik geef hun les
Ik geef aan hen les
Ik stuur aan hen bloemen
zonder aan
Ik stuur hun bloemen
Ik geef les aan hen
aan kan niet weg
Ik geef les aan hen
Lees de drie voorbeeld zinnen eerst voor met 'aan'.
Lees ze vervolgens voor zonder 'aan'.
De eerste twee zinnen blijven goed lopen.
De laatste zin is zonder niet goed, dus blijft het hen.
Ik heb een kaartje gestuurd aan hen.
Ik stuur hun morgen een kaartje.
Nu jij
Hier staan beide vormen door elkaar, zodat leerlingen niet overal hun kunnen invullen.
De eerste zin heeft een lijdend voorwerp, dus hen.
De tweede heeft een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel, dus hun. De derde staat na een voorzetsel, dus hen.
Maakt iemand hier toch de fout van Sanne, noem dan de naam die jullie de fout gaven.
Waar zit de fout? Verbeter hem. Hoe kwam Mila hierop, en waarom klopt dat hier niet?
Opdracht: Schrijf in het frans
Dit is mijn vriendin:
Mila schrijft:
C'est ma amie.
De meest logische reden voor de fout:
Amie is vrouwelijk, dus 'ma amie'.
Maar amie start met een klinker en dán krijgt ook een vrouwelijk zelfstandig naamwoord mon als bezittelijk voornaamwoord.
Het goede antwoord is dus: C'est MON amie.
Hoe zou je als klas deze fout willen benoemen? Een naam geven aan de fout, is namelijk een makkelijk ezelsbruggetje!
Zet de woorden in het juiste kader
Ma
Mon
l'école
le chien
l'adresse
la voiture
l'avion
le frère
la sœur
les animaux
This item has no instructions
Mon of ma?
Dit is mijn zus - C'est ma sœur.
Hier is mijn adres - Voilà mon adresse.
Elke vorm komt één keer voor. Let vooral op leerlingen die bij sœur weer mon kiezen: dat is dezelfde werkwijze als bij Mila. Noem dan de naam die jullie de fout gaven.
Waar zit de fout?
Verbeter hem. Hoe kwam Noor hierop, en waarom klopt dat hier niet?
Aantekening van Noor:
De eerste Olympische Spelen (776 v.Chr.) vonden plaats na de dood van Julius Caesar (44 v.Chr.).
Noor gebruikt de werkwijze dat een groter jaartal later is. Na Christus klopt dat altijd, en daar komt de fout vandaan. Vóór Christus tel je terug vanaf het jaar 1: hoe groter het getal, hoe langer geleden. De Spelen van 776 v.Chr. waren dus ruim zevenhonderd jaar vóór de dood van Caesar.
Een goede uitleg noemt dat je vóór Christus terugtelt, of tekent een tijdlijn met het jaar 1 in het midden.
Geef de fout na de bespreking samen een korte naam, zoals de groter-is-later-fout, en schrijf die op het bord.
Wat gebeurde het eerst?
Rome wordt volgens de overlevering gesticht (753 v.Chr.)
Alexander de Grote sterft
(323 v.Chr.)
Julius Caesar sterft
(44 v.Chr.)
Het Oost Romeinse rijk viel
(1453 n.Chr.)
Wie Caesar kiest, rekent nog met kleiner is eerder en maakt dus dezelfde fout als Noor. Noem de naam die jullie de fout gaven en laat de drie jaartallen op een tijdlijn zetten.
Waar zit de fout?
Wat klopt er niet aan dit verhaal? En waarom denk je
dat Ravi deze fout maakte?
Het verhaal van Ravi:
Het is Kerst in Australië.
Buiten sneeuwt het en de familie zit rond de haard...
Ravi gebruikt wat hij elk jaar ziet: Kerst valt in de winter.
Dat klopt op het noordelijk halfrond, maar niet op het zuidelijk halfrond daar waar Australië ligt.
De aardas staat schuin. In december is het zuidelijk halfrond naar de zon toe gekanteld, dus daar staat de zon hoger, zijn de dagen langer en is het zomer.
Een goede uitleg noemt het zuidelijk halfrond en de schuine aardas. Alleen "het is daar andersom" is een begin, maar nog geen verklaring: vraag door waarom het andersom is.
Geef de fout na de bespreking samen een korte naam, zoals de december-is-winter-fout, en schrijf die op het bord.
In welke maand is het in Kaapstad winter?
januari
juli
december
Mei
Wie januari of december kiest, gebruikt nog de Nederlandse seizoenen. Noem de naam die jullie de fout gaven en laat Kaapstad op een wereldkaart aanwijzen ten opzichte van de evenaar.
Waar zit de fout?
a. Waarom is het antwoord van Mees fout?
b. Waarom zou Mees deze fout gemaakt hebben, denk je?
De rekenopdracht:
Vul in < , > , =
0,75 ... 0,8
Het antwoord van Mees:
0,75 > 0,8
Optioneel voorbeeld voor de basisschool, groep 6 tot en met 8. Mees gebruikt wat bij hele getallen klopt: 75 is groter dan 8.
Bij kommagetallen vergelijk je eerst de tienden: 8 tienden is meer dan 7 tienden. Schrijf 0,8 als 0,80 en vergelijk dan met 0,75.
Een goede uitleg noemt de tienden, of laat het zien met geld: 0,80 euro is meer dan 0,75 euro.
Geef de fout na de bespreking samen een korte naam, zoals de langer-is-groter-fout, en schrijf die op het bord.
Zet van groot naar klein
Het grootste getal staat bovenaan.
This item has no instructions
Deze les laat de werkvorm Vind de fout zien in vijf vakken, met een extra voorbeeld voor rekenen op de basisschool. Elk voorbeeld bestaat uit twee slides: eerst het werk van een fictieve leerling met een fout die elk jaar terugkomt, daarna een opgave met dezelfde valkuil. Kies het voorbeeld dat bij je les past, of gebruik het als model voor een fout die jij elk jaar ziet. Eén voorbeeld duurt tien tot vijftien minuten.