Werkvormen: Vind de fout

Vind de fout

Werkvormen

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsBasisschoolMiddelbare schoolPraktijkonderwijsSpeciaal OnderwijsVoortgezet speciaal onderwijsMBOvmbo, mavo, havo, vwo

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 5 min
Report this lesson

Introduction

Leerlingen zien het werk van een fictieve leerling, met een fout in denkwijze die je elk jaar weer terug ziet komen. Ze verbeteren de fout en leggen uit welke werkwijze erachter zit en waarom die hier niet klopt. Daarna maken ze een opgave met dezelfde valkuil. Zo bespreek je de valkuil voordat leerlingen er zelf in trappen.

Instructions

Vind de fout
Elk jaar dezelfde fout? Maak er een les van.

Wat is het?
Je kent ze wel: de fouten die elk jaar terugkomen, hoe helder je uitleg ook was. “Ik geef hen les.” “C’est mon mère.” Vaak zit er een werkwijze achter die in andere situaties wél werkt.
Bij Vind de fout krijgen leerlingen het werk van een fictieve leerling met precies die fout. Ze verbeteren hem en leggen uit hoe die leerling erop kwam, en waarom dat hier niet klopt.

Wanneer zet je het in?
  • Na je uitleg, vlak voordat leerlingen zelf gaan oefenen. Dan staat de basis, en breng je de valkuil ter sprake voordat ze erin trappen. 
  • Als korte herhaling aan het begin van de volgende les kan ook.
Het werkt in elk vak met een fout die steeds terugkomt. In 10 tot 15 minuten voorkom je dat deze fout inslijt en steeds moeilijker 'af te leren' is.

Hoe zet je het in?
- Leen een fout: laat het werk zien van een fictieve leerling, met een naam.
- Markeer de fout niet: zoeken naar de fout hoort erbij. En omdat het andermans werk is, voelt niemand zich aangesproken.
- Verbeter en verklaar: vraag: “Waar zit de fout? Verbeter hem. Hoe kwam Sanne hierop, en waarom klopt dat hier niet?”  Juist om dat waarom draait het.
- Benoem en probeer: geef de fout samen een naam en zet die op het bord. Daarna maken leerlingen een opgave met dezelfde valkuil. Kiest iemand toch weer de oude route? Dan hoef je alleen de naam van de fout te noemen om leerlingen alert te maken.
Tip: vindt bijna niemand de fout, dan staat de basis nog niet. Leg dan eerst nog eens uit.

Wat levert het op?
Verbeter je alleen het antwoord, dan blijft de werkwijze erachter vaak gewoon staan. Hier komt die werkwijze op tafel, en moeten leerlingen zelf onder woorden brengen waar hij ophoudt te kloppen. Jij houdt er een naam aan over om naar terug te verwijzen. Handig, want hardnekkige fouten verdwijnen zelden in één keer.

Waar is het op gebaseerd?
Leerlingen leren gemiddeld iets meer van foute voorbeelden dan van alleen goede, vooral als ze moeten uitleggen wat er misging. Dat werkt het best als de basis er al is. Veel terugkerende fouten komen voort uit iets wat eerder klopte, zoals “langer is groter” bij kommagetallen, en zulke fouten blijven vaak hangen. Het meeste onderzoek komt uit rekenen en wiskunde.
(Gebaseerd op de volgende onderzoeken: (Alemdag, Eichelmann & Narciss, 2025), (Große & Renkl, 2007), (Resnick e.a., 1989), (Durkin, 2012))

Hoe maak je het?
Elk voorbeeld bestaat uit meerdere slides. Eerst een open vraag met het werk van de fictieve leerling, daarna een oefening met dezelfde valkuil. 
In deze les staan kant-en-klare paren voor Nederlands, Frans, geschiedenis en aardrijkskunde, plus kommagetallen voor de basisschool.
In de notities lees je per slide wat een goed antwoord is en welke naam je de fout kunt geven. 

Items in this lesson

Vind de fout

Werkvormen

Deze les laat de werkvorm Vind de fout zien in vijf vakken, met een extra voorbeeld voor rekenen op de basisschool. Elk voorbeeld bestaat uit twee slides: eerst het werk van een fictieve leerling met een fout die elk jaar terugkomt, daarna een opgave met dezelfde valkuil. Kies het voorbeeld dat bij je les past, of gebruik het als model voor een fout die jij elk jaar ziet. Eén voorbeeld duurt tien tot vijftien minuten.

Sanne is tekendocent en schrijft op haar cv:

Ik geef hen les in tekenen en schilderen.

Zie jij de fout in deze zin? Plaats het kruisje op de fout.









❌

This item has no instructions

Verbeter de fout van Sanne.
Kan je uitleggen waarom dit fout is?

Verzin een passende naam voor deze fout.

"Ik geef hen les in schilderen."

De fout van Sanne:

De denkfout: “Hen klinkt netter, dus het zal wel goed zijn”

Veel leerlingen hebben geleerd dat "hun" fout is in zinnen als "Hun hebben dat gedaan" (waar het onderwerp moet zijn: zij). Daardoor ontstaat een overcorrectie: ze denken dat hun áltijd fout of 'foutief taalgebruik' is en vervangen het overal door hen.

Maar dat klopt niet:

Hun is juist bij een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel: “Ik geef hun les.” Hen gebruik je na een voorzetsel of als lijdend voorwerp: “Ik geef les aan hen” of “Ik zie hen.”

De hulpregel (aan-test): kun je er het woordje 'aan' voor zetten zonder dat de zin verandert? Dan gebruik je hun als je 'aan' weglaat: Ik geef [aan] hun les

Blijft de zin kloppen als je het woordje 'aan' toevoegt?

Dan gebruik je hun als je 'aan' weglaat:

De hulpregel
Doe de aan-test:

zonder aan

Ik geef hun les

Ik geef aan hen les

Ik stuur aan hen bloemen

zonder aan

Ik stuur hun bloemen

Ik geef les aan hen

aan kan niet weg

Ik geef les aan hen

Lees de drie voorbeeld zinnen eerst voor met 'aan'.
Lees ze vervolgens voor zonder 'aan'.
De eerste twee zinnen blijven goed lopen.
De laatste zin is zonder niet goed, dus blijft het hen.


Ik heb een kaartje gestuurd aan hen.

Ik stuur hun morgen een kaartje.

hen
hun

Nu jij

Hier staan beide vormen door elkaar, zodat leerlingen niet overal hun kunnen invullen.
De eerste zin heeft een lijdend voorwerp, dus hen.
De tweede heeft een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel, dus hun. De derde staat na een voorzetsel, dus hen.

Maakt iemand hier toch de fout van Sanne, noem dan de naam die jullie de fout gaven.

Waar zit de fout? Verbeter hem. Hoe kwam Mila hierop, en waarom klopt dat hier niet?

Opdracht: Schrijf in het frans
Dit is mijn vriendin:

Mila schrijft:
C'est ma amie.

De meest logische reden voor de fout:
Amie is vrouwelijk, dus 'ma amie'.
Maar amie start met een klinker en dán krijgt ook een vrouwelijk zelfstandig naamwoord mon als bezittelijk voornaamwoord.
Het goede antwoord is dus: C'est MON amie.

Hoe zou je als klas deze fout willen benoemen? Een naam geven aan de fout, is namelijk een makkelijk ezelsbruggetje!

Zet de woorden in het juiste kader

Ma

Mon



l'école

le chien

l'adresse

la voiture

l'avion

le frère

la sœur

les animaux

This item has no instructions

Mon of ma?

Dit is mijn zus - C'est ma sœur.

Hier is mijn adres - Voilà mon adresse.

ma
mon

Elke vorm komt één keer voor. Let vooral op leerlingen die bij sœur weer mon kiezen: dat is dezelfde werkwijze als bij Mila. Noem dan de naam die jullie de fout gaven.

Waar zit de fout?

Verbeter hem. Hoe kwam Noor hierop, en waarom klopt dat hier niet?

Aantekening van Noor:

De eerste Olympische Spelen (776 v.Chr.) vonden plaats na de dood van Julius Caesar (44 v.Chr.).

Noor gebruikt de werkwijze dat een groter jaartal later is. Na Christus klopt dat altijd, en daar komt de fout vandaan. Vóór Christus tel je terug vanaf het jaar 1: hoe groter het getal, hoe langer geleden. De Spelen van 776 v.Chr. waren dus ruim zevenhonderd jaar vóór de dood van Caesar.

Een goede uitleg noemt dat je vóór Christus terugtelt, of tekent een tijdlijn met het jaar 1 in het midden.

Geef de fout na de bespreking samen een korte naam, zoals de groter-is-later-fout, en schrijf die op het bord.

Wat gebeurde het eerst?

A

Rome wordt volgens de overlevering gesticht (753 v.Chr.)

B

Alexander de Grote sterft

(323 v.Chr.)

C

Julius Caesar sterft

(44 v.Chr.)

D

Het Oost Romeinse rijk viel
(1453 n.Chr.)

Wie Caesar kiest, rekent nog met kleiner is eerder en maakt dus dezelfde fout als Noor. Noem de naam die jullie de fout gaven en laat de drie jaartallen op een tijdlijn zetten.

Waar zit de fout?

Wat klopt er niet aan dit verhaal? En waarom denk je
dat Ravi deze fout maakte?

Het verhaal van Ravi:

Het is Kerst in Australië.
Buiten sneeuwt het en de familie zit rond de haard...

Ravi gebruikt wat hij elk jaar ziet: Kerst valt in de winter.
Dat klopt op het noordelijk halfrond, maar niet op het zuidelijk halfrond daar waar Australië ligt.
De aardas staat schuin. In december is het zuidelijk halfrond naar de zon toe gekanteld, dus daar staat de zon hoger, zijn de dagen langer en is het zomer.

Een goede uitleg noemt het zuidelijk halfrond en de schuine aardas. Alleen "het is daar andersom" is een begin, maar nog geen verklaring: vraag door waarom het andersom is.

Geef de fout na de bespreking samen een korte naam, zoals de december-is-winter-fout, en schrijf die op het bord.

In welke maand is het in Kaapstad winter?

A

januari

B

juli

C

december

D

Mei

Wie januari of december kiest, gebruikt nog de Nederlandse seizoenen. Noem de naam die jullie de fout gaven en laat Kaapstad op een wereldkaart aanwijzen ten opzichte van de evenaar.

Waar zit de fout?
a. Waarom is het antwoord van Mees fout?
b. Waarom zou Mees deze fout gemaakt hebben, denk je?

De rekenopdracht:
Vul in < , > , =
0,75 ... 0,8


Het antwoord van Mees:

0,75 > 0,8

Optioneel voorbeeld voor de basisschool, groep 6 tot en met 8. Mees gebruikt wat bij hele getallen klopt: 75 is groter dan 8.
Bij kommagetallen vergelijk je eerst de tienden: 8 tienden is meer dan 7 tienden. Schrijf 0,8 als 0,80 en vergelijk dan met 0,75.

Een goede uitleg noemt de tienden, of laat het zien met geld: 0,80 euro is meer dan 0,75 euro.

Geef de fout na de bespreking samen een korte naam, zoals de langer-is-groter-fout, en schrijf die op het bord.

Zet van groot naar klein

Het grootste getal staat bovenaan.

1

1,24

2

0,52

3

0,645

4

1,7

This item has no instructions

Vind meer inspiratie op ons Inspiratiekanaal.

Alle werkvormen vind je op het kanaal WoW.

Werkvormen

Deze les laat de werkvorm Vind de fout zien in vijf vakken, met een extra voorbeeld voor rekenen op de basisschool. Elk voorbeeld bestaat uit twee slides: eerst het werk van een fictieve leerling met een fout die elk jaar terugkomt, daarna een opgave met dezelfde valkuil. Kies het voorbeeld dat bij je les past, of gebruik het als model voor een fout die jij elk jaar ziet. Eén voorbeeld duurt tien tot vijftien minuten.