Quiz thema 15

Quiz thema 15
1 / 25
next
Slide 1: Slide
BeveiligingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Quiz thema 15

Slide 1 - Slide

Het wetboek van strafvordering gaat o.a. over:
A
De rechten die opsporingsambtenaren en burgers hebben
B
De plichten die verdachten hebben
C
De rechten van een verdachte
D
Wat strafbaar is gesteld in de wet

Slide 2 - Quiz

We kennen 2 soorten opsporingsambtenaren:
A
De algemene en de bijzondere
B
De specifieke en de buitengewone
C
De algemene en de buitengewone
D
De specifieke en de buitengewone

Slide 3 - Quiz

Een opsporingsambtenaar mag opsporen, een burger niet
A
Juist
B
Niet juist

Slide 4 - Quiz

Een burger mag buiten heterdaad aanhouden
A
Juist
B
Niet juist

Slide 5 - Quiz

Wat is waar?
A
Een burger heeft dezelfde bevoegdheden als een handhaver
B
Een burger heeft dezelfde bevoegdheden als een beveiliger
C
Burgers mogen niet handelend optreden als ze een strafbaar feit ontdekken
D
Iedereen mag buiten heterdaad aanhouden

Slide 6 - Quiz

Wat is waar?
A
Algemeen opsporingsambtenaren mogen alle strafbare feiten opsporen
B
Voor het tappen van een telefoon is geen toestemming nodig van de OvJ
C
Een politieagent mag niet harder rijden dan het overige verkeer
D
Een Boa mag met zwaailicht en sirene rijden

Slide 7 - Quiz

De Officier van Justitie vervolgt namens het OM
A
Juist
B
Niet juist

Slide 8 - Quiz

A = een rechter
B = een terrorist
C = een politieman
D = een Boa
A
B
C
D

Slide 9 - Quiz

Wat is een voorbeeld van seponeren?
A
Besluit van de rechter om niet te vervolgen omdat er bijvoorbeeld te weinig bewijs is
B
Besluit van de OvJ om niet vervolgen omdat de verdachte ontoerekeningsvatbaar is
C
Besluit van de politie om niet te vervolgens omdat de verdachte al genoeg gestraft is
D
Besluit van de OvJ om niet te vervolgen omdat hij geen zin heeft in de moeite

Slide 10 - Quiz

Een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) is een opsporingsambtenaar die bevoegd is voor het opsporen van bepaalde strafbare feiten waarvoor hij is aangesteld of is beëdigd.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quiz

Voorbeelden van Buitengewoon opsporingsambtenaren zijn:
A
parkeercontroleur je vader douanebeambte jachtopziener
B
parkeercontroleur leerplichtambtenaar leraar jachtopziener
C
parkeercontroleur leerplichtambtenaar douanebeambte jachtopziener
D
parkeercontroleur leerplichtambtenaar douanebeambte politieagent

Slide 12 - Quiz

In welke wet staan de bevoegdheden van een toezichthouder?
A
Strafrecht
B
Strafvordering
C
Besluit toezichthouders
D
Awb

Slide 13 - Quiz

Wat is een bevoegdheid van een beveiliger volgens het Wetboek van Strafvordering?
A
Personen opsluiten in een cel.
B
Dwangmiddelen toepassen.
C
Onderzoek aan kleding uitvoeren.
D
Verdachten aanhouden bij heterdaad.

Slide 14 - Quiz

Wat betekent het begrip "staande houden" volgens het Wetboek van Strafvordering?
A
Het vragen naar de identiteit van een persoon.
B
Het vasthouden van een verdachte voor ondervraging.
C
Het uitvoeren van een fouillering.
D
Het in beslag nemen van goederen.

Slide 15 - Quiz

Wat houdt "onderzoek aan kleding" in volgens het Wetboek van Strafvordering?
A
Het selecteren van kleding als bewijsmateriaal.
B
Het herstellen van beschadigde kleding.
C
Het doorzoeken van kleding op verboden voorwerpen.
D
Het controleren van kleding op stijl en kleur.

Slide 16 - Quiz

Wat is in beslag nemen?
A
Het onder zich nemen of gaan houden van een voorwerp ten behoeve aan strafvordering
B
Afpakken van voorwerpen
C
Stelen
D
Bij het fouilleren controleren van tassen en andere voorwerpen

Slide 17 - Quiz

Wie zijn volgens het Wetboek van Strafvordering opsporingsambtenaren?
A
Alle personen belast met het opsporen van het strafbare feit
B
Alle ambtenaren belast met het opsporen van overtredingen
C
Alle personen belast met het opsporen van alleen misdrijven

Slide 18 - Quiz

Wie zijn volgens het Wetboek van Strafvordering opsporingsambtenaren?
A
Alle personen die beschikken over een titel van opsporingsbevoegdheid.
B
Personen die belast zijn met de opsporing van strafbare feiten in een bepaald gebied/domein.
C
Alle personen die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten.

Slide 19 - Quiz

Wat verstaat het Wetboek van Strafvordering onder aanhouden?
A
Iemand rechtens van zijn vrijheid beroven.
B
Iemand laten stoppen door een stopteken te geven.
C
Iemand beletten door te lopen en hem vragen mee te komen.

Slide 20 - Quiz

Een beveiliger heeft goederen onder zich genomen en draagt deze over aan een opsporingsambtenaar. Wat doet de opsporingsambtenaar met de goederen?
A
Teruggeven aan de rechtmatige eigenaar
B
onder zich houden ten behoeve van strafvordering
C
deponeren bij de rechtbank
D
helemaal niks

Slide 21 - Quiz

Wie is volgens het Wetboek van Strafvordering bevoegd tot het staande houden van een verdachte?
A
Iedere opsporingsambtenaar, maar alleen bij ontdekking van een strafbaar feit op heterdaad.
B
Een ieder, dus ook een burger, maar alleen in geval van een misdrijf.
C
Iedere opsporingsambtenaar.

Slide 22 - Quiz

Wie wordt in het Wetboek van Strafvordering bedoeld met: 'Degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld voortvloeit'?
A
Een dader.
B
Een verdachte.
C
Een medeplichtige.

Slide 23 - Quiz

Redelijk vermoeden van schuld betekent:
A
Dat je denkt dat iemand schuldig is
B
Dat je weet dat iemand schuldig is
C
Dat je weet dat iemand onschuldig is
D
Dat je denkt dat iemand onschuldig is

Slide 24 - Quiz

Er zijn twee soorten verdachten:
-De verdachte voor vervolging is gestart
-De verdachte tegen wie de vervolging is gestart
A
Juist
B
Niet juist

Slide 25 - Quiz