zelfstandige naamwoorden les 2

Naamwoord
groep 5/6
1 / 19
next
Slide 1: Slide
TaalSpeciaal OnderwijsLeerroute 6

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Naamwoord
groep 5/6

Slide 1 - Slide

Lesdoel
Ik kan de woordensoorten lidwoord en naamwoord herkennen.

De hond loopt op de stoep.

Slide 2 - Slide

Waarom?

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Lidwoorden 
de 
het
een 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Hoe herken je een naamwoord?
Kun je er 'de', 'het' of 'een' voorzetten? 

Is het een mens een dier of een ding? 

Slide 7 - Slide

Oma bakt appeltaart in de keuken.
Wat is het lidwoord?
A
oma
B
appeltaart
C
de
D
in

Slide 8 - Quiz

Oma bakt appeltaart in de keuken.
Wat is het naamwoord?
A
de
B
in
C
bakt
D
keuken

Slide 9 - Quiz

De kinderen zwemmen in de zee.
Wat is het lidwoord
A
kinderen
B
zee
C
zwemmen
D
de

Slide 10 - Quiz

De kinderen zwemmen in de zee.
Wat is het naamwoord?
A
kinderen
B
zwemmen
C
in
D
de

Slide 11 - Quiz

'speciale' naamwoorden
Voor sommige naamwoorden kun je geen lidwoord zetten 
Mama loopt naar de kast ze pakt een boek
Mama loopt naar de kast ze pakt een boek
ze = ook een naamwoord 

Slide 12 - Slide

Ik fiets ook naar school.
Wat is het 'speciale' naamwoord
A
Ik
B
fiets
C
ook
D
naar

Slide 13 - Quiz

Hij rent naar de aula.
Wat is het speciale naamwoord?

A
rent
B
naar
C
de
D
hij

Slide 14 - Quiz

Zij zwemmen naar de overkant.
Wat is het speciale naamwoord?
A
naar
B
de
C
zij
D
zwemmen

Slide 15 - Quiz

Rik en Teun voetballen samen buiten.
wat is het speciale naamwoord?
A
voetballen
B
samen
C
Teun
D
buiten

Slide 16 - Quiz

Rik en Teun voetballen samen buiten.
wat is het speciale naamwoord?
A
voetballen
B
samen
C
Rik
D
buiten

Slide 17 - Quiz

Noem een lidwoord met een naamwoord.

Slide 18 - Open question

Noem een speciaal naamwoord.

Slide 19 - Open question