grammatica

grammatica

1 / 34
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsISK

This lesson contains 34 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

grammatica

Wat gaan we leren?


-zinnen maken

De docent staat voor de klas

Wie?

Wat?

Waar?

Volgorde zinnen

Wie?

Wat?

Waar?

De leerling zit op de stoel

Wie?

Wat?

Waar?

NU jullie:


de klas in de de leerling zit


Goede zin

De leerling zit in de klas.

het weekend in  verveel me ik


Goede zin

In het weekend verveel ik me.

IK verveel me in het weekend.

het toneel de man staat op


Goede zin

De man staat op het toneel.

mensen hou ik van


Goede zin

Ik hou van mensen.

pesten sommige jongeren


Correcte zin

Sommige jongeren pesten.

ruzie veel mensen hebben


Correcte zin

Veel mensen hebben ruzie.

Peter leest een boek op school.

Peter leest een boek.

Wie? Peter

Wat doet hij? Leest een boek

Waar?  Op school Wanneer?..........


Zet in de goede volgorde

kijken wij een film in de bioscoop.



Wij kijken een film in de bioscoop.


Zet in de goede volgorde

springt Julia over het hek elke dag

Goede zin

Julia springt over het hek elke dag..

Elke dag springt Julia over het hek.

Julia springt elke dag over het hek.

Zet in de goede volgorde.

spreekt goed Nederlands zij

Goede zin

Zij spreekt goed Nederlands.

Zet in de goede volgorde.

vandaag moeten samenwerken wij

Goede zin

Vandaag moeten wij samenwerken.


Zet in de goede volgorde.

controleert de docent iedere dag het huiswerk

Goede zin

Iedere dag controleert de docent het huiswerk.

De docent controleert iedere dag het huiswerk.

De docent controleert het huiswerk iedere dag.