DP3 H5 5.2/5.3

1 / 16
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

✍️ Startopdracht in stilte
startactiviteit schooltaalwoorden

Leg in eigen woorden uit:
1. materiaal
2. decoratie
3. presentatie
4. sfeer

Daarna:
Kies één woord en gebruik het in een goede zin.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
Startopdracht
Terugblik
Koopgedrag
Boekopdrachten
Energizer
Praktijk
Exit ticket

HERHALEN → LEREN → OEFENEN → DOEN → TERUGKIJKEN




Slide 3 - Slide

“Vorige les ging het over presenteren. Vandaag gaan we een stap verder. Je krijgt niet altijd vijf of tien minuten om iets uit te leggen. Soms moet je iemand in heel korte tijd enthousiast maken.”
🎯Leerdoelen paragraaf 5.1

Aan het einde van de les kan ik...

  • compositie gebruiken;
  • onderscheid maken tussen opbouwmateriaal en decoratiemateriaal;
  • kleur en verlichting gebruiken om sfeer te maken.

VAN PRODUCT NAAR PRESENTATIE Vandaag bouwen we verder.
Niet alleen: Waar zet je producten neer?
Maar ook:
HOE MAAK JE ER ÉÉN GEHEEL VAN?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Even terug
Welke compositie zie je voor je?

1. Links en rechts gelijk.
2. Breed onderaan, smal bovenaan.
3. Alles wijst naar het midden.


Slide 5 - Slide

Wat weet je nog?

Koopbehoefte = ...

Wat iemand wil of nodig heeft.

Koopmotief = ...

De reden waarom iemand iets wil kopen.

Waarom zijn die twee belangrijk voor een verkoper?

Omdat je anders moeilijk een passend advies kunt geven.
Wat maakt sfeer?
Stel:
De producten zijn exact hetzelfde.

Presentatie A heeft:
zwart – goud – spots

Presentatie B heeft:
geel – ballonnen – vrolijke muziek

Vraag: Krijg je hetzelfde gevoel bij de 2 presentaties?

Slide 6 - Slide

AIDA

Waar staan de letters voor?

A – Attention
I – Interest
D – Desire
A – Action

Extra:

Welke stap betekent:

“Koop hem vandaag!”

Action
Een productpresentatie opbouwen
Een presentatie bestaat uit verschillende onderdelen.
  1. PRODUCTEN - Wat je wilt verkopen.
  2. OPBOUWMATERIAAL-Waarmee of waarop je producten presenteert.
   Bijvoorbeeld:
  • tafel;
  • rek;
  • glasplaat;
  • pop.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Decoratiemateriaal
DECORATIEMATERIAAL=> Materialen waarmee je sfeer maakt.
 Bijvoorbeeld:
  • bloemen;
  • takken;
  • vlaggetjes;
  • ballonnen;
  • decoratiestoffen.

Onthouden
Opbouw = dragen/neerzetten
Decoratie = sfeer

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Waar hoort het bij?

Keuze uit: 

O = opbouw
D = decoratie

Sokkel → 
Ballon → 
Rek → 
Bloemen → 
Tafel → 
Decoratiestof → 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Verlichting
Verlichting kan:

  • producten zichtbaar maken;
  • de aandacht trekken;
  • sfeer creëren.

Voorbeelden:

spotlights – sfeerverlichting – feestverlichting.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Kleur

Kleuren moeten passen bij:

doelgroep;
seizoen;
huisstijl.

Gebruik niet te veel verschillende kleuren tegelijk.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Wat doet kleur?

❤️ rood → opvallend, actief
💙 blauw → rustig, betrouwbaar
💚 groen → natuurlijk, duurzaam
💛 geel → vrolijk
🖤 zwart → luxe
🤍 wit → fris en schoon.

Vraag
Welke kleur zou jij gebruiken voor een luxe parfum?
En voor een biologische winkel?

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandig werken

1. Lees eerst de theorie goed (grijze gedeeltes in je boek)
2. Gebruik je markeerstift. Markeer alleen:
🟨 belangrijke begrippen & definities
🟨 stappen
🟨 dingen die je moet onthouden

Maak daarna:
  • paragraaf H5  §5. 2: 11 tot en met 16
  • Praktijkopdracht  1 en 6
👉 Eerst lezen en begrijpen
👉 Daarna opdrachten maken

Slide 13 - Slide

Tijdens zelfstandig werken

Voor basisleerlingen zou ik niet zeggen: “Markeer alles wat belangrijk is.” Dat wordt inderdaad vaak een halve gele bladzijde.

Geef liever deze instructie:

Markeer per stukje theorie maximaal drie belangrijke woorden.

En loop tijdens het werken langs met vragen als:

“Wat is hier het belangrijkste begrip?”
“Waar vind je het antwoord in de theorie?”
“Hoort dit bij voorbereiden, maken of presenteren?”
“Waarom is de doelgroep belangrijk?”
Zelfstandig werken

Klaar met een onderdeel?

✅ Pak het antwoordmodel bij de docent
✅ Kijk je antwoorden na
✅ Verbeter je fouten


👉 Eerst lezen & begrijpen → dan maken → daarna nakijken & verbeteren

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

PRAKTIJKOPDRACHT 4, 5 EN 6

Voer de opdrachten uit volgens je boek.
Denk steeds aan:

COMPOSITIE
OPBOUW
DECORATIE
KLEUR
SFEER
Sfeercheck
Bekijk jullie werk.
Laat iemand anders drie woorden noemen die bij jullie presentatie passen.
Bijvoorbeeld:
luxe – rustig – modern
Vraag
Zijn dat de woorden die jullie wilden uitstralen?



Wat moet veranderen?

Slide 15 - Slide

Tijdens zelfstandig werken

Voor basisleerlingen zou ik niet zeggen: “Markeer alles wat belangrijk is.” Dat wordt inderdaad vaak een halve gele bladzijde.

Geef liever deze instructie:

Markeer per stukje theorie maximaal drie belangrijke woorden.

En loop tijdens het werken langs met vragen als:

“Wat is hier het belangrijkste begrip?”
“Waar vind je het antwoord in de theorie?”
“Hoort dit bij voorbereiden, maken of presenteren?”
“Waarom is de doelgroep belangrijk?”
✍️Exitticket
Je maakt een presentatie voor duurzame verzorgingsproducten.

Kies:
1. Eén kleur
2. Eén soort decoratiemateriaal
3. Eén vorm van verlichting

Leg bij één keuze uit:
Waarom past dit bij de uitstraling?

Slide 16 - Slide

Antwoord: fase 2 – koopbehoefte onderzoeken.