307 - 4H - samenvatting 3.1 t/m 3.5

Natuurkunde
1) Pak je natuurkunde spullen.




2) Berg je telefoon en tas op
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 17 slides, with text slides.

Items in this lesson

Natuurkunde
1) Pak je natuurkunde spullen.




2) Berg je telefoon en tas op

Slide 1 - Slide

3.1 Krachten in soorten
  • vector
  • zwaartekracht
  • normaalkracht
  • spankracht
  • luchtweerstand
  • rolweerstand en schuifweerstand 

Slide 2 - Slide








Er is een kracht waarmee de ondergrond terug duwt: de normaalkracht.







Er is een kracht die het voorwerp omhoog houdt: 
de spankracht
Voor alles wat op een ondergrond staat: 
Voor alles wat ophangt:

Slide 3 - Slide

Zwaartekracht bereken je met:
Fz=mg
     is de zwaartekracht in newton (N)
m is de massa in kilogram (kg)
g is de valversnelling in meter per
    seconde kwadraat (      )
     = 9,81       in Nederland
Fz
s2m
s2m

Slide 4 - Slide

Voorbeeld
Een voorwerp van 51kg ligt op de grond
a) Bereken de zwaartekracht
op dit voorwerp.
b) Hoe groot is de normaalkracht op
voorwerp?
c) Teken de krachten in het plaatje hiernaast.

Slide 5 - Slide

Voorbeeld
Een voorwerp van 51kg valt met 
constante snelheid naar beneden.
a) Bereken de zwaartekracht op het voorwerp.
b) Welke krachten werken er nog meer op 
het voorwerp? Hoe groot zijn deze? 
c) Teken de krachten in het plaatje hiernaast.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

3.2: Krachten samenstellen
  • resulterende kracht / resultante
  • krachten langs één lijn
  • krachten niet langs één lijn: parallellogram methode 
  • krachten loodrecht op elkaar: stelling van pythagoras

Slide 9 - Slide

3.3: Krachten ontbinden
  • ontbinden
  • componenten

Slide 10 - Slide

3.4: Krachten bij constante snelheid

  • Eerste wet van Newton: de resultante kracht is nul, als het voorwerp stilstaat of met constante snelheid beweegt.

Slide 11 - Slide

Krachten langs een 
helling worden 
ontbonden in een 
werklijn langs de helling
en een werklijn
loodrecht op de helling.
1) Teken een gestippelde hulplijn evenwijdig aan F1, door de punt van F2.

2) Teken een gestippelde hulplijn evenwijdig aan F2, door de punt van F1.

3) Teken de resultante van het aangrijpingspunt tot de kruising van de hulplijnen.

Optellen met de
parallelogram methode
Staan de krachten onder een hoek van 90o ten opzicht van elkaar, dan; 
Fres=(F1)2+(F2)2
Optellen met de
stelling van Pythagoras
1) Teken een hulplijn evenwijdig aan de rechter werklijn, door de punt van de vector.
2) Teken een hulplijn evenwijdig aan de linker werklijn, door de punt van de vector.
3) Teken de componenten van het aangrijpingspunt naar waar de hulplijnen en werklijnen kruisen.


Ontbinden in componenten

Slide 12 - Slide

24
a) Construeer de 
resulterende kracht.

b) Bepaal hoe groot 
de resultante is.

Slide 13 - Slide

Een zeilboot steekt een rivier over.

De windkracht in de zeilen van de boot blaast met 600N.
De stroming in de rivier oefent een kracht uit van 150N, loodrecht op de vaarrichting van de boot.

a) Bepaal de totaalkracht op de boot.
b) Controleer je antwoord met een berekening
Voorbeeld:

Slide 14 - Slide

Voorbeeld
Een voorwerp met een massa van 51 kg ligt stil op een helling.
a) Bereken de zwaartekracht op dit voorwerp.
b) Teken alle krachten die op het voorwerp werken in het plaatje hiernaast.
c) Bepaal de grootte van de wrijvingskracht en de normaalkracht

Slide 15 - Slide

3.5: Krachten bij versnellen en vertragen

  • Tweede wet van Newton: Een resulterende kracht veroorzaakt een versnelling of vertraging volgens: 
Fres=ma

Slide 16 - Slide

Voorbeeld
Op een karretje van 51 kg werken de volgende krachten:



Bereken de grootte en de richting van de versnelling van het karretje.

Slide 17 - Slide