Les rekenkaart

Les rekenkaart

Hoe werk ik met de rekenkaart?

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1-4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Les rekenkaart

Hoe werk ik met de rekenkaart?

Doelen:

Ik weet aan het einde van de les:


  • Wat ik kan vinden op de rekenkaart

  • Hoe ik de rekenkaart kan inzetten

De voorkant

  • Geld/snelheid

  • Nieuwe prijs na kortingspercentage

  • Schaal/werkelijkheid

Snelle vraag:


De pizzeria verhoogt de prijs van een tonijnpizza met 20%, de pizza kostte 10 euro. Hoe veel gaat de pizza kosten?


Welk gedeelte van de rekenkaart kun je nu het beste gebruiken?

A

Algemeen rekenen met verhoudingen

B

Kortingspercentage

C

Snelheid van m/s naar km/uur

D

Verhogingspercentage

Hoe doe je dat?

Kijk mee op je rekenkaart

Hoe doe je dat?

Kijk mee op je rekenkaart

Hoe veel gaat de tonijnpizza kosten?

De prijs was 10 euro. Er komt 20% bovenop.

Dit is een slechtvalk

Als een slechtvalk duikt kan er een snelheid van 108,3 meter per seconde worden gehaald.


Hoe snel kan een slechtvalk duiken in kilometer per uur?

Slechtvalk




Welk gedeelte van de rekenkaart kun je nu het beste gebruiken?

A

Algemeen rekenen met verhoudingen

B

Nieuwe prijs na kortingspercentage

C

Snelheid van m/s naar km/uur

D

Nieuwe prijs na prijsverhoging

Als een slechtvalk duikt kan er een snelheid van 108,3 meter per seconde worden gehaald.


Hoe snel kan een slechtvalk duiken in kilometer per uur?

A: Een zomerabbonement bij de tennisverenigingen kost 45 euro. Leden van een voetbalvereniging in de buurt betalen 20% minder voor een zomerabbonement. Hoe veel betaald een speler van de voetbalvereniging als hij in de zomer wil tennissen?


B: Iemand wilt 75 gram pijnboompitjes kopen. Een kilo pijnboompitten kost 29,99. Hoe veel kost 75 gram pijnboompitten?


  • Welk gedeelte van de rekenkaart gebruik je bij A? En welk gedeelte bij B?

  • Reken 1 van de 2 opdrachten uit en noteer je antwoord

De achterkant

  • breuken en percentages

  • Maten omrekenen

  • Terugrekenen

  • Rekenen met tijd

  • Tabellen en grafieken

  • Rekenvolgorde

Karlijn is 14 jaar, 3 maanden en 5 dagen oud

Je wil weten hoe oud Karlijn is in UREN.


Welk gedeelte van de rekenkaart kun je het beste gebruiken?

A

Maten omrekenen

B

Rekenen met tijd

C

Terugrekenen

D

Tabellen en grafieken

Karlijn is 14 jaar, 3 maanden en 5 dagen oud

Hoe oud is Karlijn in UREN?

Je hebt een plantje laten kiemen


  • Op dag 1 was je plantje 1 centimeter

  • Op dag 2: 3 centimeter

  • Op dag 3: 5 centimeter

  • Op dag 4: 8 centimeter

  • Op dag 5: 13 centimeter


Gebruik het stuk 'tabellen en grafieken' en maak een tabel en grafiek van deze gegevens