H3 Werken en belasting betalen

H3 Werken en belasting betalen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

H3 Werken en belasting betalen

Slide 1 - Slide

Leerdoel 1

Aan het einde van de les kan ik de belasting berekenen in het schijventarief.

Slide 2 - Slide

Leerdoel 2

Aan het einde van de les ken ik de soorten belastingstelsels.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Inkomensheffing

Over je loon moet je inkomensheffing aan de overheid betalen, een deel van je loon gaat dus naar de overheid.

Inkomensheffing bestaat uit:
  • loonbelasting 
  • premies volksverzekeringen 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Belasting
Gemiddelde heffingstarief = inkomensheffing / brutoloon x 100%

Sander heeft een brutoloon van € 18.000 en moet €5.565 inkomensheffing betalen. Iris heeft een brutoloon van € 130.000 en moet € 48.430 inkomensheffing betalen. Bereken voor beide het gemiddelde heffingstarief.

  • Sander: 5.565/18.000 x 100 = 31%
  • Iris: 48.430/130.000 x 100 = 37%

Hoe meer je verdient hoe meer belasting je in verhouding gaat betalen  progressief belastingstelsel

Slide 7 - Slide

Stap 1 berekenen inkomensheffing
Vaststellen belastbaar jaarinkomen:

Bruto jaarinkomen uit arbeid 
Bijtellingen +
Aftrekposten -
Belastbaar jaarinkomen

  • Bijtelling -> het eigenwoningforfait en ‘een auto van de zaak’
  • Aftrekpost -> bijv. hypotheekrente, reiskosten als je met OV naar het werk gaat

Slide 8 - Slide

Voorbeeld
Bruto jaarinkomen € 45.000
Hypotheek van € 175.000 met 3% rente
Eigenwoningforfait € 1.080

Bereken belastbaar jaarinkomen

  • € 175.000 : 100 x 3 = € 5.250 --> hypotheekrente

  • Nu formule toepassen:
  • € 45.000 + € 1.080 - € 5.250 = € 40.830


Slide 9 - Slide

Stap 2 berekenen inkomensheffing




Belastbaar jaarinkomen door de schijven halen.
Belastbaar jaarinkomen: € 15.000. 
Hoeveel belasting moet je betalen?

Tot welke schijf? 
  • Marginaal tarief -> schijf 1 dus 35,82%
  • Schijf 1: € 15.000 : 100 x 35,82 = € 5.373

Belasting altijd afronden naar beneden!

Slide 10 - Slide

Voorbeeld

Belastbaar jaarinkomen: € 75.000  
Tot en met welke schijf? 
  • Schijf 2, dus marginaal tarief 37,48%
  • Schijf 1: € 38.441 : 100 x 35,82 = € 13.769 -> betalen over schijf 1

  • Hoeveel € valt nu nog in schijf 2?
  • € 75.000 - € 38.441 = € 36.559
  • Schijf 2: € 36.559 : 100 x 37,48 = € 13.702 -> betalen over schijf 2

  • Totaal: € 13.769 + € 13.702 = € 27.471


Slide 11 - Slide

Voorbeeld

Belastbaar jaarinkomen: € 115.000  
  • Tot en met welke schijf?
  • Schijf 3, dus marginaal tarief 49,5%
  • Schijf 1: € 38.441 : 100 x 35,82 = € 13.769 -> betalen over schijf 1

  • Hoeveel € valt in schijf 2? De lengte van de schijf -> € 38.376
  • Schijf 2: € 38.376 : 100 x 37,48 = € 14.383 -> betalen over schijf 2

  • Hoeveel € valt nu nog in schijf 3?
  • € 115.000 - € 76.817 = € 38.183
  • Schijf 3: € 38.183 : 100 x 49,5 = € 18.900 -> betalen over schijf 3

  • Totaal: € 13.769 + € 14.383 + € 18.900 = € 47.052



Slide 12 - Slide

Stap 3 berekenen inkomensheffing

  • Korting op het bedrag dat je moet betalen aan belasting.
  • Verschilt per persoon.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link

Stappenplan samengevat
Stap 1: Belastbaar jaarinkomen bepalen door:
Bruto jaarinkomen uit arbeid 
Bijtellingen +
Aftrekposten -
Belastbaar jaarinkomen

Stap 2: Belastbaar inkomen door de belastingschijven halen

Stap 3: Heffingskortingen van belasting af
Dan heb je te betalen inkomensheffing :)

Slide 15 - Slide

Belastingstelsels
  • Progressief = gemiddelde tarief stijgt als inkomen stijgt (dit hebben we in NL)
  • Proportioneel = tarief blijft altijd gelijk (bijv. voor iedereen 25%) 
  • Degressief = gemiddelde tarief daalt als inkomen stijgt

  • Bij progressief worden de verschillen tussen arm en rijk kleiner -> nivellering 
  • Bij proportioneel blijven de verschillen gelijk
  • Bij degressief worden de verschillen tussen arm en rijk groter -> denivellering 

  • Hoe meer je verdient hoe procentueel je meer belasting gaat betalen -> progressief belastingstelsel

Slide 16 - Slide

Begrippen
  • Heffing = belasting en premies die je moet betalen aan de overheid.
  • Ingehouden loonheffing = ‘voorschot’ dat al naar de belastingdienst is gestuurd door de werkgever.
  • Belastbaar inkomen = Brutoloon + bijtellingen – aftrekposten
  • Bijtellingen = eigenwoningforfait en ‘auto van de zaak’
  • Aftrekposten = zoals hypotheekrente
  • Belastbaar inkomen = dit bedrag haal je door de belastingschijven
  • Gemiddeld heffingstarief = hoeveel % heffing iemand gemiddeld betaalt (loonheffing / brutoloon x 100%)
  • Marginaal tarief = % van de hoogste schijf waar iemand in valt

Slide 17 - Slide

Aan de slag
3.1 t/m 3.9

Klaar? Nakijken 
timer
20:00

Slide 18 - Slide

Leerdoel 1 behaald?

Aan het einde van de les kan ik de belasting berekenen in het schijventarief.

Slide 19 - Slide

Leerdoel 2 behaald?

Aan het einde van de les ken ik de soorten belastingstelsels.

Slide 20 - Slide