Significanties les 2

Significante cijfers en decimalen
natuurkunde overal
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Significante cijfers en decimalen
natuurkunde overal

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt rekenen met significanties
  • Je kunt waarden noteren en rekenen met machten van 10
  • Je kunt waarden noteren met voorvoegsels

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Sommen oplossen
  1. Maak de som
  2. bekijk wat het kleinste aantal significanties is in de begingegevens
  3. Rond het antwoord af in het juiste aantal significanties

Slide 4 - Slide

Een tafel heeft een lengte van 2,1 en een breedte van 1,55 m. Wat is het oppervlak?

Slide 5 - Open question

3 mensen nemen elk 500 mL water mee naar school. Hoeveel Liter water hebben ze in totaal?

Slide 6 - Open question

ojee, probleem
  • 100 x 20 = 2000
  • maar we mogen maar 2 significanties gebruiken!




                                                    Paniek!

Slide 7 - Slide

Werken met machten van 10

Slide 8 - Slide

10 macht
=>                           => 
een positieve 10 macht kun je zien als de komma 2 plekjes naar rechts moeten schuiven.

=>                           =>
een negatieve 10 macht kun je zien als de komma 2 plekjes naar links moeten schuiven. 
1⋅10​2​​
1⋅10​−2​​
100
0,01

Slide 9 - Slide

2,53⋅10​3​​
Schrijf het getal voluit:

Slide 10 - Mind map

3,7⋅10​3​​
Schrijf het getal voluit:

Slide 11 - Mind map

6,4⋅10​−1​​
Schrijf het getal voluit:

Slide 12 - Mind map

7100⋅10​−3​​
Schrijf het getal voluit:

Slide 13 - Mind map

0,01
Schrijf in wetenschappelijke notatie:

Slide 14 - Mind map

25,6
Schrijf in wetenschappelijke notatie:

Slide 15 - Mind map

Wetenschappelijke notatie
het getal voor de komma heeft een waarde van 1 tm 9




wetenschappelijke notatie wordt bijna nooit gevraagd. Het juiste aantal significanties is vaak al voldoende.

444m=4,44⋅10​2​​m
0,035s=3,5⋅10​−2​​s

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Heb je nog een vraag? Stel hem hier!
Zo niet, ga door naar het vragenvuur...

Slide 18 - Open question


m=5,501⋅1,2=

Slide 19 - Open question


v=​3600​​2,0⋅10​3​​​​=

Slide 20 - Open question


ρ=​2,00⋅10​2​​​​0,20⋅10​5​​​​=

Slide 21 - Open question

Leerdoelen
  • Je kunt rekenen met significanties
  • Je kunt waarden noteren en rekenen met machten van 10
  • Je kunt waarden noteren met voorvoegsels

Slide 22 - Slide

Wat is jouw gevoel na deze les?
Paniek!
Ik kan dit

Slide 23 - Slide

Wat is jouw gevoel na deze les?

Slide 24 - Open question

Volgende les
verder met rekenen met 10 machten en met voorvoegsels

Slide 25 - Slide