Persoonlijk voornaamwoord + avoir

Bonjour!


1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFransMiddelbare schoolvmbo lwoo, mavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min
Report this lesson

Items in this lesson

Bonjour!


Aujourd'hui

  • Persoonlijk voornaamwoord

  • Het werkwoord avoir

Persoonlijk voornaamwoord

Als je een zin maakt, begint die zin met een onderwerp.

  • Het onderwerp van de zin kan ik, jij, hij, zij, wij, jullie, u of zij zijn.

  • In het Frans kennen we die woorden ook!

La consigne

Op de volgende dia zie je alle Nederlandse en Franse persoonlijke voornaamwoorden. Verbind het juiste voornaamwoord aan de juiste vertaling.

Verbind de Nederlandse persoonlijke voornaamwoorden aan de Franse persoonlijke voornaamwoorden

Je

Tu

Il

Elle

Nous

On

Vous

Ils

Elles

Wij

Zij

Hij

Jij

Ik

Jullie

Zij (vrouwelijk)

Zij (mannelijk)

U

Het werkwoord

Avoir


La consigne

  • We weten nu hoe we een zin in het Frans kunnen beginnen namelijk met een onderwerp oftewel een persoonlijk voornaamwoord!

  • Ken je ze nog? Je, Tu, Il, Elle, Nous/on, Vous, Ils, Elles

  • Na het onderwerp komt de persoonsvorm. Dit is altijd een werkwoord

  • Een veelgebruikt werkwoord is hebben

  • In het Frans heet het werkwoord hebben ''avoir''

Het persoonlijk voornaamwoord + Avoir!


Au travail!

We gaan nog twee keer een drag-and-drop oefening doen.


Oefening 1:


Verbind de juiste phrase-clé aan de juiste Nederlandse vertaling.

Verbind de juiste phrase-clé aan de juiste Nederlandse vertaling.

Elles ont

Il a

J'ai

Elle a

Nous avons

On a

Vous avez

Ils ont

Tu As

Wij hebben

Zij heeft

Ik heb

Hij heeft

Zij hebben (vrouwelijk)

Jullie hebben

Jij hebt

Zij hebben (mannelijk)

U heeft

Au travail!

We gaan nog twee keer een drag-and-drop oefening doen.


Oefening 2:


We maken het nog een stapje moeilijker! Verbind het juiste Franse persoonlijke voornaamwoord en de juiste vorm van avoir aan de juiste Nederlandse vertaling.

Verbind de juiste phrase-clé aan de juiste Nederlandse vertaling.

Elles

Il

J'

Elle

Nous

On

Vous

Ils

Tu

ont

a

ai

avons

avez

as

Wij hebben

Zij heeft

Ik heb

Hij heeft

Zij hebben (vrouwelijk)

Jullie hebben

Jij hebt

Zij hebben (mannelijk)

U heeft

Les devoirs