Conditionals


Conditionals
if- zinnen
1 / 23
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson


Conditionals
if- zinnen

Slide 1 - Slide

CONDITIONALS 

Conditionals, of if-zinnen, zijn voorwaardelijke zinnen. 

Ze bestaan ALTIJD uit twee delen: een hoofdzin en een bijzin. 

In het if-gedeelte staat ALTIJD een voorwaarde
In het gedeelte zonder if staat ALTIJD het gevolg als er aan die voorwaarde wordt voldaan. 

Slide 2 - Slide

Lees de voorbeelden door. Het zijn allemaal conditionals. Wat zijn de verschillen? 

If you heat chocolate, it melts.
If you work hard, you will do well.
If you met Donald Trump, what would you say to him? 
If the weather had been better, we would have gone sailing. 

Slide 3 - Slide

Zero conditional 

Het is een algemene waarheid, het gaat niet over een bepaald geval in het heden of de toekomst. 

If you heat water to 100 degrees, it starts to boil. 
If it rains, the matches are cancelled. 
If you are late for school you have to report to the coordinators. 

Je gebruikt twee keer de present simple. 

Slide 4 - Slide

First conditional 

Dit gaat over een situatie in de toekomst die waarschijnlijk wel gaat gebeuren. Het gaat hier niet om een algemene waarheid, maar om een specifiek  geval. 

If you work harder, you will do better at school. 
I will get really angry if you keep bullying me.  
The teacher will help you if you ask her. 

In de voorwaarde gebruik je de present simple, in het gevolg een toekomende tijd met will. In de voorwaarde (met if) gebruik je NOOIT will! 

Slide 5 - Slide

Second conditional 

Dit gaat over een situatie in de toekomst die niet onmogelijk is, maar wel onwaarschijnlijk.  Het gaat hier niet om een algemene waarheid, maar om een specifiek  geval. 

If you spoke more clearly, people would understand  you better. 
I would dump my boyfriend if he treated me like that! 
What would you do if you didn't have to go to school?  

In de voorwaarde gebruik je de past simple, in het gevolg een toekomende tijd met would. In de voorwaarde (met if) gebruik je NOOIT would! 

Slide 6 - Slide

COPY THE TABLE ON THE NEXT SLIDE IN YOUR NOTEBOOKS 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

If I failed my exam after all this hard work, I .............. really disappointed.
A
am
B
will be
C
would be
D
would have been

Slide 9 - Quiz

If you jump into the pool, you ............ wet.
A
get
B
will get
C
would get
D
might get

Slide 10 - Quiz

We will join you if we ............. time
A
have
B
will have
C
had
D
would have

Slide 11 - Quiz

What ...................... if it rains tomorrow morning?
A
do you do
B
do you
C
will you do
D
would you do

Slide 12 - Quiz

If you ............... so much junk food, you would be healthier.
A
eat
B
don't eat
C
ate
D
didn't eat

Slide 13 - Quiz

If you ............... carefully, you will see two dolphins
A
looked
B
will look
C
looking
D
look

Slide 14 - Quiz

When you are late, this teacher ................ you in.
A
not let
B
let
C
doesn't let
D
will let

Slide 15 - Quiz

If it ................ tomorrow, we will go swimming.
A
doesn't rain
B
rain
C
will rain
D
rains

Slide 16 - Quiz

When you are in Australia, you ............ Christmas on a sunny beach!
A
spend
B
can spend
C
will spend
D
are spending

Slide 17 - Quiz

Your mother ............. you to school by car if you ask her nicely
A
takes
B
will take
C
would take
D
taking

Slide 18 - Quiz

What ................... if I asked you to join me to the party?
A
do you do
B
did you do
C
will you do
D
would you do

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Slide 23 - Link