Marketing H1 t/m H6

Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

1 / 42
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMarketing & CommunicatieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 150 min

Items in this lesson

Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Producten en diensten worden aangeboden op een zogenaamde markt.
Er zijn twee soorten markten: de concrete en de abstracte markt.

Voorbeelden van concrete markten zijn:

  • Dagmarkten, weekmarkten en jaarmarkten

  • Beurzen en veilingen

  • Inschrijvingen en aanbestedingen

Soorten markten

Marketing
Hoofdstuk 1: Marketing en maatschappij

Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Wat is een abstracte markt?

Naast de onderverdeling in een abstracte en een concrete markt wordt in de economie een onderscheid gemaakt in soorten markten:

  • Inkoopmarkt

  • Kopersmarkt

  • Verkopersmarkt

  • Consumentenmarkt

  • Industriële of business-to-business-mark

Soorten markten

Marketing
Hoofdstuk 1: Marketing en maatschappij

Op basis van een van de vraagsoorten zal een klant vervolgens overgaan tot een aankoop. Dit kan hij om verschillende redenen doen:
Actuele vraag:

Vervangingsvraag

Herhalingsaankoop

Initiële vraag: De eerste aanschaf

Additionele vraag: Extra aanschaf

Potentiële vraag: Mogelijke vraag - de huidige vraag
Uitbreidingsvraag: Initiële vraag en additionele vraag

Vraagsoorten of aankoopredenen:

Marketing
Hoofdstuk 1: Marketing en maatschappij

Natuurlijke hulpbronnen: Gas, olie, zon, wind en water
Arbeid: Lichamelijke arbeid en kennis

Kapitaal: Geld of geld geinvesteerd in goederen, machines of panden





#prestatiebeloning #rente #dividend #pacht #Winst

Productiefactoren

Marketing
Hoofdstuk 1: Marketing en maatschappij

Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Heb je genoeg aan natuurlijke hulpbronnen, arbeid en kapitaal?

  1. Natuurlijke hulpbronnen

  2. Arbeid

  3. Kapitaal

  4. Ondernemerschap


Productiefactoren

Marketing
Hoofdstuk 1: Marketing en maatschappij

Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Wat betekenen onderstaande begrippen
en hoe reken je ze uit?

  • Marktpotentieel.

  • Penetratiegraad en bezitsgraad

  • Marktaandeel

Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Bedenk een wervorm waarbij iedereen
straks het verschil weet tussen de 9 ondernemingsvormen

Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Wat betekenen onderstaande vraagsoorten?

  • Primaire vraag

  • Secundaire vraag

  • Generieke vraag

  • Selectieve vraag

  • Finale vraag

  • Afgeleide vraag

Wat is generieke concurrentie?

A

Generieke concurrentie vindt plaats tussen generieke merken.

B

Generieke concurrentie vindt plaats tussen verschillende producten die in eenzelfde behoefte voorzien.

C

Generieke concurrentie draait om dezelfde groep potentiële afnemers.

D


Wat is een ander woord voor detailhandelsmarketing?

A

Detaillistenmarketing

B

Geen idee

C

Retailmarketing

D

Profitmarketing

Wat is de doelgroep bij detaillistenmarketing

A

De producent

B

De groothandel

C

De consument

D

De winkelier

Aan welke marketing doen vloggers en bloggers

A

Dienstenmarketing

B

Productenmarketing

C

Contentmarketing

D

SEA

Bij direct marketing staat het volgende centraal:

A

Directe en persoonlijke benadering

B

Snelle verhoging van de omzetcijfers

C

Langdurige relatie opbouwen met de klant

D

Linkedbuilding

Een advertentie van Rolex-horloges op een tennis-

toernooi is een vorm van:

A

Actiemarketing

B

Themamarketing

C

Direct marketing

D

Long keyword

Een klant kocht 10 jaar lang iPhones en is overgestapt
naar Samsung.

De winst die Apple in de 10 jaar heeft behaald op de
verkoop van de iPhones noemen we:

A

Customer value.

B

Customer lifetime value.

C

Customer loyalty.

D

Customer lifetime

Welk begrip hoort bij de omschrijving?

De verhouding tussen het aantal verkooppunten van een merkartikel en het totaal aantal verkooppunten van het betreffende product

A

Marktaandeel

B

Penetratiegraad

C

Distributiespreiding

D

Customer lifetime

Bij de penetratiegraad draait het om:

A

De relatie tussen kosten en de opbrengsten

B

De relatie tussen de actuele vraag en het marktpotentieel

C

De relatie tussen de klant en de leverancier

D

De relatie tussen de consument en de groothandel

Vijf tevredenheidsfactoren:

Marketing
Hoofdstuk 3: Klantgedrag

  1. Verwachtingen

  2. Cognitieve dissonantie

  3. Hier en nu perceptie

  4. Kennis van alternatieven

  5. Vergelijkingsprocessen

Vijf tevredenheidsfactoren:

Marketing
Hoofdstuk 3: Klantgedrag

  1. Verwachtingen

  2. Cognitieve dissonantie

  3. Hier en nu perceptie

  4. Kennis van alternatieven

  5. Vergelijkingsprocessen

Vijf tevredenheidsfactoren:

Marketing
Hoofdstuk 3: Klantgedrag

  1. Verwachtingen

  2. Cognitieve dissonantie

  3. Hier en nu perceptie

  4. Kennis van alternatieven

  5. Vergelijkingsprocessen

Vijf tevredenheidsfactoren:

Marketing
Hoofdstuk 3: Klantgedrag

  1. Verwachtingen

  2. Cognitieve dissonantie

  3. Hier en nu perceptie

  4. Kennis van alternatieven

  5. Vergelijkingsprocessen

Klanttrouw en klanttevredenheid

Marketing
Hoofdstuk 3: Klantgedrag

Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Presenteer de verschillen tussen:

Primaire groep, referentiegroep en secundaire groep

En de verschillen tussen:
Associatiegroep, aspirantengroep en dissociatiegroep


Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Geef goede voorbeelden van:

Selectieve blootstelling

Selectieve perceptie
Selectieve interpretatie
Selectieve herinnering

Redundatie


Marketing

Hoofdstuk 1 t/m 8

Onderwijs je medestudenten over

  • Primaire tegenover secundaire behoeften

  • Materiële tegenover immateriële behoeften

  • Individuele tegenover collectieve behoeften

Hoe noem je de marketingactiviteiten van een
leverancier van zaagmachines aan kozijnenfabrikanten?

A

Dienstenmarketing

B

Industriële marketing

C

Detaillistenmarketing

D

Business to consumer

Wat is een nicher?

A

Een bedrijf dat de meeste omzet haalt in een bepaalde branche.

B

Een bedrijf dat de marktleider volgt.

C

Een bedrijf dat een specifiek deel van de markt bedient.

D

Business to consumer

Een nieuwe manier om een merk te promoten is een
strategie die meestal gebruikt wordt door:

A

Nichers

B

Marktvolgers

C

Marktuitdagers

D

Retailers

Wat voor soort monopolie zou Nederland hebben
als het het enige land is dat kaas produceert?

A

Natuurlijke monopolie

B

Merkmonopolie

C

Generieke monopolie


Hoe wordt het aangaan van een fusie ook wel genoemd?

A

Marktleider

B

Verticale integratie

C

Markt uitdagen

D

Horizontale integratie

Wat is guerillamarketing?

A

Een flankaanval op een deel van de markt.

B

Een samenwerking tussen twee bedrijven.

C

Een marketingtechniek waarbij men probeert met beperkte middelen een groot resultaat te bereiken.

D

Retailers

Een paar bedrijven maken afspraken over de distributie
van hun producten. Ze spreken af dat ze elk een eigen regio gaan bedienen.
Dit is een vorm van een:

A

Kartel

B

Joint venture

C

Inkoopcombinatie

Positioneren:

Marketing
Hoofdstuk 5: Marketingmodellen

is het door een organisatie bewust scheppen van een bepaalde relatieve positie van een
merk of een product in de perceptie van de afnemer ten opzichte van de concurrenten.

Concurrentiestrategie van Porter

Marketing
Hoofdstuk 5: Marketingmodellen

Porter heeft nagedacht over de winstgevendheid van een branche. Hij onderscheidt soorten concurrentie die de winstgevendheid van een bedrijf in een bepaalde branche in gevaar kunnen brengen:

  • Nieuwkomers met een focus op (een lage) prijs;

  • Vervangingsproducten (substituut producten);

  • Leveranciers die samenwerken;

  • Inkopers of klanten die samenwerken;

  • Onderlinge concurrentie.

Portfolioanalyse of de BCG-matrix

Marketing
Hoofdstuk 5: Marketingmodellen

De BCG-matrix is een door de Boston Consultancy Group ontworpen matrix, waarin vier typen bedrijven of producten zijn gedefinieerd (star, cash cow, problem child en dog) door de marktgroei en het marktaandeel tegen elkaar af te zetten.

Model van Ansoff:

Marketing
Hoofdstuk 5: Marketingmodellen

  • Niet alleen Cup-a-Soup bij het brood eten, maar ook aan het einde van de middag en als tussendoortje.

  • Een bedrijf dat voor het eerst haar sportschoenen (bestaand product) gaat verkopen in Venezuela (nieuwe markt).

  • Een bedrijf produceert bijvoorbeeld tapijt, maar gaat nu ook kunstgras maken.

  • Denk maar aan een bedrijf dat een nieuw soort robot (nieuw product) heeft ontwikkeld en deze gaat verkopen in China (nieuwe markt),

Piramide van Maslov

Marketing
Hoofdstuk 5: Marketingmodellen

Productlevensyclus:

Marketing
Hoofdstuk 5: Marketingmodellen

Zijn er nog vragen?

Alle hoofdstukken leren van het boek:

  • Marketing en communicatie

  • Marketing


Nu is het verder aan jullie

Marketing