Lesdoel
Ik kan een zin maken met “als” en ik let op de juiste woordvolgorde.
Aan het einde van de les:
Kan ik een zin maken met als.
Let ik op de plaats van onderwerp en werkwoord.
Kan ik controleren of een zin correct is.
Lesdoel
Ik kan een zin maken met “als” en ik let op de juiste woordvolgorde.
Aan het einde van de les:
Kan ik een zin maken met als.
Let ik op de plaats van onderwerp en werkwoord.
Kan ik controleren of een zin correct is.
Wat weet je al over zinnen met 'als'?
Activering: het balspel
Regels:
- Als je de bal hebt, gooi je hem naar iemand anders.
- Als de bal op de grond valt, ben je af.
- Als je af bent, doe je armen over elkaar.
- Als je naar iemand gooit die af is, ben je zelf af.
Uitleg: zinnen met 'als'
Voorbeeld:
Het regent. / Ik blijf thuis.
→ Als het regent, blijf ik thuis.
Bijzin (met als):
→ Als het regent
Structuur: als + onderwerp + werkwoord
Hoofdzin:
→ blijf ik thuis
Let op!Werkwoord + onderwerp
Begeleide oefening
Maak zinnen af:
- Als het weekend is, ... - Als ik geld heb, ... - Als ik Nederlands leer, ...
Als ik tijd heb, ...
Als ik moe ben, ...
Samen werken:
Maak de zinnen af.
Je mag overleggen met je buurman/buurvrouw
Controleer of het werkwoord en het onderwerp op de juiste plek staan.
Klaar met de oefening?
Ga verder met de extra opdracht
Quiz: controle begrip
1. Welke zin is goed?
A. Als ik tijd heb, ik lees een boek. B. Als ik tijd heb, lees ik een boek. 2. Goed of fout? 'Als het zonnig is, ik ga naar buiten.' 3. Maak de zin af: 'Als ..., ... ik ...'
Afronding en reflectie
Wat vond je makkelijk? Wat was lastig aan zinnen met 'als'? Probeer na de les nog drie zinnen te maken!
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.