Rooster vrijdag

Rooster vrijdag

-Leg je jas en tas in de kluis en les je boeken voor het eerste blok vast klaar op je tafel.

-Neem het dagrooster over in je agenda.

1 / 20
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAlgemeenMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3,4

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

Rooster vrijdag

-Leg je jas en tas in de kluis en les je boeken voor het eerste blok vast klaar op je tafel.

-Neem het dagrooster over in je agenda.

Leerjaar 3


  1. D&P AT (Miguel)/ D&P in de klas

  2. D&P AT (Miguel)/ D&P in de klas

  3. Wiskunde 1.1 Opdracht 11 t/m 19

  4. Rekenen H10 Startopdracht en 10.1

  5. Nederlands Gouden weken

  6. Weekafsluiting. Laatje en kluisje opruimen, klas netjes maken, controleren of al het werk af is, anders boeken mee naar huis, spelletje.

Leerjaar 4


  1. Wiskunde: 3.1 afmaken

  2. Nederlands Taalverz. P1 tot opdr 10

  3. D&P Rik

  4. D&P Rik

  5. Economie 1.1 Opdr. 1-11

  6. Weekafsluiting. Laatje en kluisje opruimen, klas netjes maken, controleren of al het werk af is, anders boeken mee naar huis, spelletje.

Hoe sta jij ervoor met  
ww-spelling?

Persoonsvorm 

In elke goede zin, staat altijd een persoonsvorm. De persoonsvorm kan je op drie manieren vinden.


1. Een vraagzin maken, het eerste werkwoord in de zin is de persoonsvorm.

2. De zin van tijd veranderen. Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm.

3. Het aantal veranderen (enkelvoud/meervoud). Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm.

Weet je nog?

Persoonsvorm = vorm van het werkwoord die zich aanpast aan het onderwerp van de zin

Voltooid Deelwoord = een vorm van een werkwoord die in het Nederlands gebruikt wordt om een voltooide tijd te vormen


Tegenwoordige tijd (tt) 

1. Ik-vorm (aangepaste stam)

2. Ik-vorm + t

3. Hele werkwoord

Bekijk de regels en leer goed wanneer je welke vorm gebruikt!


Bij onregelmatige werkwoorden, moet je het gewoon uit je hoofd leren (zijn, kunnen, hebben etc.)

3 Werkwoordsvormen:

1-tegenwoordige tijd (t.t):    ik schilder, ik land, ik raad, ik fiets

2-verleden tijd (v.t):  ik schilderde, ik landde, ik raadde, ik fietste

3-voltooid deelwoord (vdw): ik HEB geschilderd, ik BEN geland



Verleden tijd (vt)

zwakke werkwoorden

enkelvoud: ik-vorm + de of te

meervoud: ik vorm + den of ten


ev: ik struikelde

mv: wij struikelden


ev: ik pakte

mv: wij pakten


Verleden tijd

Sterke werkwoorden: veranderen van klank!


Ik gaf, wij gaven --> geven

Ik liep, wij liepen --> lopen


Zwakke werkwoorden: veranderen niet van klank.


Voltooid deelwoord (vd)

Het voltooid deelwoord is het tweede werkwoord in de zin en staat veelal achteraan in de zin. Dit werkwoord is NIET de persoonsvorm. 


Belangrijk:

  • De zin bevat een vorm van hebben, zijn of worden.

  • Werkwoord staat achterin de zin.

  • Ge-, be-, ver-, woorden. 

Gisteren hebben wij door de school gelopen



Voltooid deelwoord (vd)

Verlengproef

Het heeft 7 euro gekos....

koste

je hoort een t

Het heeft 7 euro gekost





t ex kofschip

Engelse werkwoorden

Je behandelt en schrijft ze op dezelfde manier als Nederlandse werkwoorden (ik mail, hij mailt, ik mailde, ik heb gemaild)

Ook als (soms) de stam, of ik-vorm op een -e eindigt (ik delete, hij deletet, ik deletete, ik heb gedeletet)

Het hondje (gehoorzamen) goed na de puppycursus.

A

gehoorzaamd

B

gehoorzaamt

C

gehoorzaamdt

D


Mijn broer is (vragen) als penningmeester.

A

gevraagt

B

gevraagdt

C

gevraagd

D


Laat hem maar even rustig zitten; over een half uurtje zal hij wel (bedaren) zijn.

A

bedaard

B

bedaart

C

bedaardt

D


Leerjaar 3 Wiskunde Theorie B


Zie noordhoff


Je kunt maten omrekenen door gebruik te maken van de trap.