Les 1: Wat geef je, wat krijg je? . . .
MEEDOEN!
Actief! Burgerschap
Les 1: Wat geef je, wat krijg je? . . .
MEEDOEN!
Actief! Burgerschap
Les 1 uit de reeks Meedoen! van Actief! Burgerschap. Lesduur: 50 minuten. Weinig tijd? Sla dan de meerkeuzevraag over de identificatieplicht (slide 8) over en speel bij de stopknop drie rondes in plaats van vijf. Dan duurt de les ongeveer 43 minuten.
Deze les gaat over wat je geeft aan de samenleving en wat je ervan terugkrijgt: rechten, plichten en wat mensen vrijwillig doen voor elkaar. In les 2 onderzoeken de leerlingen hoe je iets verandert in de samenleving, in les 3 maken ze een eigen plan.
Voorbereiden: lees de spelregels van de stopknop (slide 10) en kijk de video op slide 11 vooraf zelf. Je hebt niets te printen: de acht rollen staan op slide 9 en op het rad.
Hoe werkt het?
Dit weet je al
Dit leer je nu
Doen
Terugkijken
Kijken
Klik hier
Afbeelding vergroten
Leg kort uit wat de symbolen betekenen. Rechtsboven op elke slide zie je wat je gaat doen.
Na de les:
kun je uitleggen wat een recht, een plicht en vrijwillig meedoen is.
kun je opnoemen welke rechten en plichten je krijgt als je ouder wordt.
kun je uitleggen wat er stilvalt als niemand meer vrijwillig meedoet.
kun je uitleggen wat vrijwillig meedoen jou oplevert.
Lees de leerdoelen samen, 1 minuut.
Kerndoel 3, onderdeel maatschappelijke betrokkenheid (3B): beschrijven hoe burgers met taken, rollen, rechten en plichten bijdragen aan de samenleving, en ervaringen opdoen met verantwoordelijkheid nemen voor anderen.
Sta op als je ...
... een bijbaan of stage hebt.
... weleens oppast op een kind uit je familie of buurt.
... trainer, scheidsrechter of leider bent bij een club.
... weleens hebt geholpen bij een actie of evenement.
... een nieuwe leerling of collega wegwijs hebt gemaakt.
Sta je? Dan doe je al mee.
Opener, 4 minuten. Klik de zinnen één voor één tevoorschijn. Leerlingen die zich herkennen gaan staan, en blijven staan. Lees bij elke zin hardop voor en wacht even.
Na de vijfde zin staat waarschijnlijk bijna iedereen. Klik dan de laatste regel tevoorschijn: "Sta je? Dan doe je al mee." Vraag een paar leerlingen kort wat ze doen. Wie blijft zitten, doet niets fout: blijven zitten mag altijd, en je hoeft niet uit te leggen waarom.
De zinnen zijn zo gekozen dat niemand iets persoonlijks hoeft te vertellen. Zorgen voor een ziek familielid (mantelzorg) staat er bewust niet bij, omdat dat voor sommige leerlingen zwaar is.
Deze opener werkt zonder devices. Kan er in het lokaal niet gestaan worden? Laat leerlingen dan een hand opsteken.
Denkvragen: is een betaalde bijbaan eigenlijk meedoen? (Ja, je draagt bij aan een bedrijf en aan de samenleving, maar het is niet vrijwillig in de zin van onbetaald. Op slide 6 komt dat verschil terug.) En een stage? Op het mbo en op veel middelbare scholen is een stage verplicht. Is het dan nog meedoen? Vraag ook: wat krijg jij er eigenlijk voor terug? (Geld, maar ook plezier, ervaring, iets voor je cv, vrienden, het gevoel dat je nodig bent.) Daar gaat deze les over.
Dit weet je al
Je doet al meer mee dan je denkt. Met een bijbaan, als trainer of door iemand op weg te helpen.
Maar wat moet je eigenlijk, en wat mag je?
En wat doe je voor een ander?
Voorkennis activeren, 2 minuten. Grijp terug op de opener: wat deden de leerlingen die stonden? Schrijf drie of vier voorbeelden op het bord. Die heb je op de volgende slide nodig.
Heeft de klas de reeks Democratie & rechtsstaat van Actief! gehad? Leg dan kort de link: daar ging het over hoe de macht verdeeld is en wie de regering controleert. Stemmen is één manier om mee te doen, maar je kunt elke dag meedoen.
Moet het, mag het of wil je het?
RECHT
PLICHT
VRIJWILLIG
Iets wat je mag of kunt opeisen, maar niet hoeft. Zoals stemmen.
Iets wat je moet, volgens de wet. Zoals belasting betalen.
Onbetaald, en je kiest het zelf. Voor een ander. Zoals trainer zijn.
Uitleg, 3 minuten. Drie manieren om mee te doen. Hang de voorbeelden van het bord (slide 5) onder de juiste kolom.
Recht: iets wat je mag of kunt opeisen, maar niet hoeft, zoals stemmen, vrij je mening geven, onderwijs of zorg.
Plicht: iets wat je moet, omdat de wet het zegt, zoals belasting betalen over wat je verdient, je kunnen identificeren of naar school gaan.
Vrijwillig: iets wat niemand je verplicht en waar je geen loon voor krijgt, maar wat je doet voor een ander of voor de samenleving, zoals trainer zijn, collecteren of een nieuwkomer helpen.
Vraag: is naar school gaan een recht of een plicht? (Allebei. Iedereen heeft recht op onderwijs, en tegelijk geldt de leerplicht tot je 16e en daarna de kwalificatieplicht tot je 18e of tot je een startkwalificatie hebt, zoals een havo-, vwo- of mbo 2-diploma.)
Vraag: is stemmen een recht of een plicht? (In Nederland een recht. Van 1917 tot 1970 gold een opkomstplicht: wie niet ging stemmen, kon een boete krijgen. In België geldt die opkomstplicht nog, en in 2024 moesten daar ook jongeren van 16 en 17 opkomen voor het Europees Parlement.)
Verwachte misvatting: "Vrijwilligerswerk is iets voor gepensioneerden." Juist jongeren doen veel, vaak zonder het vrijwilligerswerk te noemen: trainen, scheidsrechter zijn, helpen bij een evenement.
Elke leeftijd brengt iets nieuws. Is het een recht of een plicht?
RECHT (dit mag je)
PLICHT (dit moet je)
Vanaf 18: stemmen voor de Tweede Kamer
Vanaf 14: identificatieplicht
Vanaf 16: je scooterrijbewijs halen
Vanaf 18: zelf een zorgverzekering afsluiten
Als je 17 wordt: inschrijving voor de dienstplicht
Vanaf 17: autorijden met een begeleider
Tot 18: naar school tot je een diploma hebt
Vanaf 16: zelf toestemming geven voor je data
Sleepvraag, 5 minuten. Leerlingen passen toe wat ze op slide 6 leerden: is het iets wat je mag (recht) of iets wat je moet (plicht)? De leeftijden hoeven ze niet te kennen, die staan op de kaartjes. Met devices: klik op 'toon bij leerling'. Zonder devices: zet RECHT en PLICHT op het bord, lees de kaartjes voor en laat de klas per kaartje kiezen.
Antwoorden:
Recht: je scooterrijbewijs (AM) vanaf 16, zelf toestemming geven voor je data vanaf 16, autorijden met een begeleider vanaf 17 (2toDrive), stemmen voor de Tweede Kamer vanaf 18.
Plicht: de identificatieplicht vanaf 14, ingeschreven worden voor de dienstplicht in het jaar dat je 17 wordt, naar school tot je 18e of tot je een diploma hebt (kwalificatieplicht), zelf een zorgverzekering afsluiten vanaf 18.
Achtergrond: toestemming voor je data gaat over apps en websites die je gegevens willen gebruiken (AVG). Onder de 16 heb je daarvoor toestemming van je ouders nodig. Voor de dienstplicht schrijft Defensie je in, in het jaar dat je 17 wordt, sinds 2020 ook meisjes. De opkomstplicht is sinds 1997 opgeschort, dus je hoeft niet in dienst. Op school: tot je 16e geldt de leerplicht, daarna tot je 18e de kwalificatieplicht, tenzij je al een startkwalificatie hebt, zoals een havo-, vwo- of mbo 2-diploma. Wat de identificatieplicht precies inhoudt, komt op de volgende slide.
Bespreek daarna: welke kaartjes wist je niet? Wat valt op bij 18? (Daar komen de meeste rechten en plichten tegelijk: je wordt volwassen.) Verwachte verrassing: veel leerlingen weten niet dat ze voor de dienstplicht worden ingeschreven. Vraag: wat vind jij daarvan?
Verwachte misvatting: "Een scooterrijbewijs moet je halen, dus het is een plicht." Nee: niemand verplicht je om op een scooter te rijden. Je mag het rijbewijs halen. Wil je rijden, dan moet je wel een rijbewijs hebben.
Voor mbo-studenten: vanaf 18 jaar heb je op het mbo ook recht op studiefinanciering.
Vanaf je 14e geldt de identificatieplicht. Wat moet je dan?
Je ID altijd bij je dragen
Je ID kunnen laten zien als de politie erom vraagt
Je ID laten zien aan elke winkelier die erom vraagt
Je naam en adres noemen als de politie erom vraagt
Meerkeuzevraag, 3 minuten. Het goede antwoord is B: vanaf 14 jaar moet je een geldig identiteitsbewijs kunnen laten zien als de politie of een toezichthouder, zoals een boa, erom vraagt.
Wie A kiest, zit er dichtbij. Officieel heet het een toonplicht, geen draagplicht: nergens staat dat je je ID altijd bij je moet dragen. Maar kun je hem niet laten zien als het moet, dan kun je een boete krijgen. In de praktijk neem je hem dus beter mee.
Wie C kiest, denkt aan de leeftijdscheck bij alcohol, tabak of een film. Een winkelier mag om je ID vragen, maar je bent niet verplicht hem te laten zien. Je krijgt het product dan alleen niet.
Wie D kiest, denkt dat je naam zeggen genoeg is. Dat is het niet: je moet een geldig identiteitsbewijs laten zien, zoals een ID-kaart, paspoort of rijbewijs.
Zonder devices: leerlingen steken 1, 2, 3 of 4 vingers op.
Wie houdt de stad draaiende?
1 Jeugdtrainer
2 Scheidsrechter
3 Brandweer
4 KNRM-redder
5 EHBO'er
6 Voedselbank
7 Taalmaatje
8 Moderator
Rollen verdelen, 2 minuten. Deze mensen houden de stad draaiende, en ze doen het vrijwillig of bijna gratis. Laat de klas aftellen van 1 tot 8: iedereen met nummer 1 is jeugdtrainer, nummer 2 scheidsrechter, enzovoort. Laat elk groepje kort zeggen wat hun rol doet.
Goed om te weten: het grootste deel van de Nederlandse brandweer bestaat uit vrijwilligers (bron: Brandweer Nederland, brandweer.nl). De reddingsboten van de KNRM varen met vrijwilligers (bron: knrm.nl). Een EHBO'er helpt bij sportwedstrijden en evenementen. Een taalmaatje oefent Nederlands met een nieuwkomer. Een moderator houdt een online community (een Discord-server, een forum, een Reddit) veilig en vrij van haat en spam. Image credit: Nguyen Thu Hoai / Unsplash Image credit: Nathan Shively / Unsplash Image credit: Matt C / Unsplash Image credit: Ray Harrington / Unsplash Image credit: Mat Napo / Unsplash Image credit: Joel Muniz / Unsplash Image credit: Vitaly Gariev / Unsplash Image credit: Kaitlyn Baker / Unsplash
De stopknop
Je krijgt een rol.
Ga allemaal staan.
Het rad bepaalt welke rol wegvalt.
Ga zitten als jouw rol stopt.
Wat gaat er mis? Wie merkt het als eerste?
Kan iemand het overnemen?
Spel, 12 minuten. De klas is een stad. De groepjes en rollen van slide 9 blijven: 1 jeugdtrainer, 2 scheidsrechter, 3 brandweer, 4 KNRM-redder, 5 EHBO'er, 6 voedselbank, 7 taalmaatje, 8 moderator. Iedereen gaat staan: zo draait de stad.
Draai aan het rad: "Vanaf vandaag stopt de ..." Het groepje met die rol gaat zitten en vertelt wat er nu misgaat. De rest van de klas vult aan: wie merkt het als eerste, en wat gebeurt er een maand later? Vraag dan: kan iemand het overnemen, en wie betaalt dat? Komt een rol twee keer voor? Draai dan opnieuw. Speel vijf rondes. Daarna zitten vijf van de acht groepjes, en ligt een groot deel van de stad stil.
Voorbeelden: zonder jeugdtrainers en scheidsrechters stoppen de wedstrijden van jonge kinderen. Zonder vrijwillige brandweer duurt het in veel dorpen veel langer voor er hulp is. Zonder KNRM-vrijwilligers vaart er geen reddingsboot uit. Zonder EHBO'ers mag een festival vaak niet doorgaan. Zonder moderators wordt een online community al snel een plek vol haat en spam.
Verwachte misvatting: "Dan neemt de gemeente of een bedrijf het toch over?" Soms wel, maar dat kost veel geld, en dat betalen we samen via de belasting. Vaak is er ook niemand die het meteen kan overnemen.
Sluit af met de vraag: wat valt op? (Veel dingen die we normaal vinden, draaien op mensen die het vrijwillig doen. Als zij stoppen, merkt iedereen het, maar vaak pas later.)
Zonder devices: het rad draait op het scherm. Werkt het scherm niet? Trek dan een lootje met een nummer van 1 tot 8.
Let op: de voedselbank kan dichtbij komen voor leerlingen van wie het gezin er zelf gebruik van maakt. Houd het bij de rol van de vrijwilliger en vraag niet wie er weleens komt.
Kijk: wat krijgt Aurelie ervoor terug?
Video, 5 minuten (2:33, plus bespreken). Maak de overstap vanuit de stopknop: we zagen wat de stad mist als iedereen stopt. Waarom doen mensen het dan toch?
NOS Jeugdjournaal, december 2025: Aurelie doet in de kerstvakantie vrijwilligerswerk bij een honden-uitlaatservice.
Kijkopdracht vooraf: wat krijgt Aurelie er zelf voor terug? Wie heeft er iets aan haar werk?
Bespreek kort na de video. De antwoorden op de kijkopdracht zijn de start voor de volgende slide, waar de klas verzamelt wat een vrijwilliger ervoor terugkrijgt.
De video is van het Jeugdjournaal en dus gemaakt voor een jonger publiek. Kondig hem voor oudere leerlingen aan als een kort voorbeeld: het gaat om de vraag, niet om de vorm.
Bron: NOS Jeugdjournaal, https://www.youtube.com/watch?v=kj8O1Nt6cuw
Nu meteen
Later
Nu meteen
Later
Wat krijgt een vrijwilliger er zelf voor terug?
Stuur je antwoorden in.
Antwoord per categorie, 4 minuten. Hier komt het tweede deel van de titel terug: wat krijg je? Leerlingen bedenken zelf wat een vrijwilliger ervoor terugkrijgt, en kiezen alleen of je dat nu meteen krijgt of pas later. De categorieën verklappen dus niets. Ze mogen denken aan Aurelie uit de video en aan de rollen van de stopknop.
Met devices: leerlingen typen meerdere antwoorden. Zonder devices: zet NU METEEN en LATER op het bord en laat leerlingen post-its plakken, of verzamel de antwoorden klassikaal.
Verwachte antwoorden. Nu meteen: plezier, het gevoel dat je nodig bent, trots, waardering, nieuwe vrienden, iets leren, soms een kleine vrijwilligersvergoeding. Later: iets voor je cv of sollicitatie, een referentie, een diploma zoals EHBO of een trainerscursus, ontdekken wat je wilt studeren of worden, een netwerk.
Bespreek: aan welke kant staan de meeste antwoorden? Welke antwoorden kunnen aan allebei de kanten? Vraag door: is het erg als je er iets voor terugkrijgt? Is het dan nog vrijwillig? (Ja. Vrijwillig betekent dat je het zelf kiest en er geen loon voor krijgt, niet dat je er niets aan mag hebben.)
Wat doe jij al vrijwillig voor een ander?
En wat zou je nog vrijwillig willen doen?
Reflectie, 4 minuten. Met devices: leerlingen typen een antwoord, eventueel anoniem. Zonder devices: leerlingen schrijven het voor zichzelf op.
Er is geen goed of fout antwoord. Laat leerlingen merken dat kleine dingen ook tellen: een vriend helpen met huiswerk, iemand wegwijs maken, helpen bij een actie of evenement.
Let op: niet iedereen wil vertellen wat hij of zij thuis doet. Sommige leerlingen zorgen bijvoorbeeld voor een ziek familielid. Vraag daarom niet door naar de thuissituatie, en laat antwoorden voorlezen alleen als de leerling dat wil.
Ik kan het goed uitleggen aan een ander
Ik snap het grotendeels
Ik snap het een beetje
Ik snap het nog niet
Hoe goed kun jij nu uitleggen wat meedoen is, en wat het jou en anderen oplevert?
Terugkijken, 1 minuut. De poll is anoniem.
Zonder devices: leerlingen steken 1, 2, 3 of 4 vingers op (1 = ik kan het goed uitleggen, 4 = ik snap het nog niet), met de ogen dicht.
Kiezen veel leerlingen voor "een beetje" of "nog niet"? Laat dan slide 6 (recht, plicht, vrijwillig) en slide 12 (wat krijg je terug) nog eens zien.
Begrippenlijst
Recht - iets wat je mag of kunt opeisen, maar niet hoeft. Jij kiest of je het gebruikt.
Plicht - iets wat je moet, omdat de wet het zegt.
Vrijwilligerswerk - werk dat je onbetaald doet, voor anderen of voor de samenleving.
Maatschappelijke betrokkenheid - je inzetten voor de mensen om je heen en voor de samenleving.
Identificatieplicht - vanaf je 14e moet je je ID kunnen laten zien als de politie erom vraagt.
Dienstplicht - in het jaar dat je 17 wordt, schrijft Defensie je in. Opkomen hoeft nu niet.
De begrippen uit deze les, 2 minuten. Laat leerlingen ze eventueel overnemen in hun schrift.
VOLGENDE LES
Hoe verander je iets?
Een petitie, een demonstratie of een post die viraal gaat. Wat werkt echt, als jij iets wilt veranderen?
Vooruitblik op les 2, 1 minuut. Vraag de leerlingen om tot de volgende les één ding te bedenken dat zij zouden willen veranderen, op school, in hun buurt of in de wereld.
De link naar les 2 komt hier zodra die les klaar is.
This item has no instructions