Warmtetransport en debiet (Natuurkunde havo), les 2: Examentraining

Radiator met thermostaatknop (foto: ri, CC0)

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Examentraining

Warmtetransport en debiet: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met 8 vragen: warmtestroom berekenen, redeneren met evenredigheden, debiet berekenen en stroming door buizen. Havo natuurkunde, D1.

Items in this lesson

Radiator met thermostaatknop (foto: ri, CC0)

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Examentraining

Warmtetransport en debiet: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: ri / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Wat ga je kunnen?

Ik kan de warmtestroom door een wand en het debiet in een buis berekenen en redeneren met evenredigheden.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven en gevraagd? Reken alles om naar m, s en m³.

  • 2. Kies: P = λ·A·ΔT/d, Q = ΔV/Δt of Q = A·v.

  • 3. Reken: vul in met eenheden; een ΔT in °C is even groot als in K.

  • 4. Controleer: juiste significante cijfers en eenheid.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Vraagtype 1: warmtestroom berekenen

  • P = λ·A·ΔT/d, met d in m en ΔT in K.

  • Herleiden mag: d = λ·A·ΔT/P.

  • De luchtlagen aan weerszijden van de wand verwaarloos je.

Syllabus D1.2: eenvoudige berekeningen aan de warmtestroom.

Muur: λ = 0,70 W/(m·K), A = 12 m², d = 0,25 m, ΔT = 16 K. Bereken P.

A

5,4·10² W

B

5,4 W

C

34 W

D

7,7·10² W

P = λ·A·ΔT/d = 0,70 × 12 × 16 / 0,25 = 134,4/0,25 = 537,6 W, dus 5,4·10² W (twee significante cijfers). Afleiders: d als 25 invullen (5,4 W), met d vermenigvuldigen (34 W), λ vergeten (7,7·10² W). Controle: 5,4·10² × 0,25 = 135. Syllabus D1.2.

Raam: P = 75 W, A = 0,50 m², ΔT = 15 K, λ = 0,80 W/(m·K). Bereken d in cm.

A

13 cm

B

0,80 cm

C

8,0 cm

D

80 cm

d = λ·A·ΔT/P = 0,80 × 0,50 × 15 / 75 = 6,0/75 = 0,080 m = 8,0 cm. Afleiders: formule omgekeerd (12,5 gaf 13), m naar cm met factor 10 of factor 1000 fout. Controle: 0,80 × 0,50 × 15 / 0,080 = 75. Syllabus D1.2.

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Vraagtype 2: redeneren met evenredigheden

  • P is recht evenredig met λ, A en ΔT.

  • P is omgekeerd evenredig met d.

  • Verandert er meer dan één grootheid, vermenigvuldig dan de factoren.

Syllabus D1.2: verband tussen warmtestroom en geleidbaarheid; redeneren met evenredigheden (A12).

Nieuwe isolatie: λ 4 keer zo klein, d 2 keer zo klein (A, ΔT gelijk). Wat wordt P?

A

P wordt 2 keer zo groot

B

P wordt 2 keer zo klein

C

P wordt 8 keer zo klein

D

P wordt 4 keer zo klein

P ~ λ en P ~ 1/d: factor 1/4 in λ en factor 2 in P door de kleinere d geeft 1/4 × 2 = 1/2. Afleiders: factoren omgekeerd, d ook als verlaging gerekend (1/4 × 1/2 = 1/8), alleen λ meegenomen. Syllabus D1.2.

A ×2 en ΔT ×2: hoeveel keer groter wordt P?

P ~ A en P ~ ΔT, dus 2 × 2 = 4 keer zo groot. Verwachte fout: 2 keer (de factoren optellen) of 8. Syllabus D1.2.

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Vraagtype 3: debiet berekenen

  • Q = ΔV/Δt in m³/s en Q = A·v.

  • 1 L = 10⁻³ m³, 1 cm² = 10⁻⁴ m², 1 min = 60 s.

  • Ronde buis: A = ¼·π·d², reken d eerst om naar m.

Syllabus D1.4: debiet hanteren, eenheden omrekenen (A15).

Een bad van 120 L loopt in 4,0 min vol. Bereken het debiet in m³/s.

A

0,50 m³/s

B

3,0·10⁻² m³/s

C

2,0·10³ m³/s

D

5,0·10⁻⁴ m³/s

ΔV = 120 L = 0,120 m³; Δt = 4,0 × 60 = 240 s; Q = 0,120/240 = 5,0·10⁻⁴ m³/s. Afleiders: liters niet omgerekend (0,50), minuten niet omgerekend (3,0·10⁻²), breuk omgekeerd (2,0·10³). Controle: 5,0·10⁻⁴ × 240 = 0,12. Syllabus D1.4.

Water stroomt met 2,0 m/s door een buis met diameter 3,0 cm. Bereken Q.

A

5,7·10⁻³ m³/s

B

14 m³/s

C

1,8·10⁻³ m³/s

D

1,4·10⁻³ m³/s

A = ¼·π·d² = π × (1,5·10⁻² m)² = 7,07·10⁻⁴ m²; Q = A·v = 7,07·10⁻⁴ × 2,0 = 1,4·10⁻³ m³/s. Afleiders: diameter als straal (5,7·10⁻³), cm niet omgerekend (14), π vergeten en d² gebruiken (1,8·10⁻³). Controle: 1,41·10⁻³/2,0 = 7,07·10⁻⁴. Syllabus D1.4.

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Vraagtype 4: stroming door buizen

  • In een buis zonder lekkage is Q overal gelijk.

  • Q = A·v, dus A·v is overal gelijk: smaller betekent sneller.

  • Met ρ = m/V reken je volume om naar massa; ρ van water zoek je op.

Syllabus D1.4: stroming door buizen, met ρ = m/V.

Q is overal gelijk. Hoe verhoudt v2 zich tot v1?

A

v2 is 2 keer zo groot

B

v2 is 4 keer zo groot

C

v2 is 8 keer zo groot

D

v2 is 4 keer zo klein

A ~ d²: de diameter wordt de helft, dus A wordt 1/4. Q = A·v is gelijk, dus v2 = 4 × v1. Afleiders: lineair denken (2), verkeerde macht (8), omgekeerde richting. Controle: (4,0/2,0)² = 4,0. Syllabus D1.4. Image credit: Eigen figuur

Q = 0,25 L/s water, ρ = 1,0·10³ kg/m³. Bereken de massa water per minuut.

A

0,25 kg

B

1,5·10⁴ kg

C

15 kg

D

0,015 kg

V = Q·t = 0,25 L/s × 60 s = 15 L = 1,5·10⁻² m³; m = ρ·V = 1,0·10³ × 1,5·10⁻² = 15 kg. Afleiders: per seconde in plaats van per minuut (0,25), liters niet omgerekend (1,5·10⁴), volume in m³ als massa (0,015). Controle: 15 L water is ongeveer 15 kg. Syllabus D1.4.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Warmtestroom berekenen

2

Redeneren met evenredigheden

3

Debiet berekenen

4

Stroming door buizen

This item has no instructions

EXAMENSTOF · D1 · WARMTE EN DEBIET

Tips voor op het examen

  • Reken alle lengtes om naar m en alle volumes naar m³, anders klopt de eenheid van je antwoord niet.

  • Een verschil in °C is hetzelfde als een verschil in K, dus ΔT hoef je niet om te rekenen.

  • Bij een diameter reken je met de straal: A = π·r², met r = d/2.

This item has no instructions