Orgelpijpen van verschillende lengte (foto: Elflin, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Examentraining
Staande golven en muziek: zo pak je examenvragen aan
Orgelpijpen van verschillende lengte (foto: Elflin, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Examentraining
Staande golven en muziek: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Elflin / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan een staande golf in een snaar of buis tekenen en lezen, en daarmee golflengte en frequentie bepalen.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Teken: schets de staande golf met knopen en buiken op de juiste plek.
2. Lees af: hoeveel halve of kwart golflengtes passen er in de lengte L?
3. Herleid: bereken de golflengte λ uit de lengte L.
4. Reken: gebruik f = v/λ en geef het antwoord met eenheid en het juiste aantal significante cijfers.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Vraagtype 1: de tekening lezen
Tel de buiken bij een snaar: 1 buik is de grondtoon, 2 buiken de 1e boventoon, 3 buiken de 2e boventoon.
Bij een buis met één dicht uiteinde zit aan het dichte uiteinde een knoop en aan het open uiteinde een buik.
Schrijf op hoeveel halve of kwart golflengtes in de lengte L passen.
This item has no instructions
Welke toon is in deze snaar met vaste uiteinden getekend?
De 1e boventoon
De grondtoon
De 3e boventoon
De 2e boventoon
Syllabus B1.4. Drie buiken: de grondtoon heeft er 1, de 1e boventoon 2 en de 2e boventoon 3. Verwachte fout: de 3e boventoon kiezen omdat er drie buiken zijn, of het aantal knopen tellen (4). Image credit: Eigen figuur
De buis is aan één kant dicht en 0,45 m lang. Bereken de golflengte.
0,90 m
0,34 m
1,8 m
0,60 m
Syllabus B1.4. Uit de tekening: van het open uiteinde (buik) tot het dichte uiteinde (knoop) past driekwart golflengte: L = ¾λ. λ = 4L/3 = 4·0,45/3 = 0,60 m. Verwachte fouten: 0,90 m (λ = 2L), 0,34 m (λ = ¾L), 1,8 m (λ = 4L, de grondtoon). Image credit: Eigen figuur
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Vraagtype 2: golflengte uit de lengte of een diagram
Snaar of open buis: grondtoon λ = 2L, 1e boventoon λ = L.
Buis met één dicht uiteinde: grondtoon λ = 4L, 1e boventoon λ = 4L/3.
In een (u,x)-diagram van een staande golf: twee knopen naast elkaar liggen ½λ uit elkaar.
This item has no instructions
Dit (u,x)-diagram hoort bij een snaar van 80 cm. Bepaal de golflengte.
1,6 m
0,80 m
0,40 m
0,53 m
Syllabus B1.4 en B1.5. De sinus doorloopt één hele periode tussen x = 0 en x = 80 cm: twee buiken, dus de 1e boventoon met λ = L = 0,80 m. Verwachte fouten: 1,6 m (λ = 2L, grondtoon aannemen), 0,40 m (afstand tussen twee knopen), 0,53 m (⅔L). Image credit: Eigen figuur
Snaar van 0,64 m: bereken λ van de 1e boventoon in m.
Syllabus B1.4. Bij de 1e boventoon past een hele golflengte in de snaar: λ = L = 0,64 m. Verwachte fout: 1,28 m (2L, de grondtoon).
Dwarsfluitist (foto: Lukasz Kobus, Europese Commissie, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Vraagtype 3: frequentie berekenen
Werk in stappen: gegeven, gevraagd, formule, invullen, antwoord met eenheid.
Stap 1: bepaal λ uit de lengte. Stap 2: bereken f = v/λ.
Een waarde voor v staat in de vraag of in je informatieboek.
Geef het antwoord met evenveel significante cijfers als het minst nauwkeurige gegeven.
Image credit: Lukasz Kobus, European Commission / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Snaar: L = 0,35 m, v = 2,8·10² m/s. Bereken de frequentie van de 1e boventoon.
4,0·10² Hz
1,2·10³ Hz
8,0·10² Hz
9,8·10¹ Hz
Syllabus B1.4 en B1.3. 1e boventoon: λ = L = 0,35 m. f = v/λ = 2,8·10² / 0,35 = 8,0·10² Hz (800 Hz). Verwachte fouten: 4,0·10² Hz (grondtoon, λ = 2L), 1,2·10³ Hz (2e boventoon, λ = 2L/3), 98 Hz (v maal L).
Gedekte orgelpijp van 0,86 m, geluidsnelheid 343 m/s. Bereken de grondtoon.
1,0·10² Hz
2,0·10² Hz
3,0·10² Hz
4,0·10² Hz
Syllabus B1.4. Gedekt is aan één kant dicht: λ = 4L = 4·0,86 = 3,44 m. f = 343/3,44 = 99,7 Hz, dus 1,0·10² Hz in twee significante cijfers. Verwachte fouten: 2,0·10² Hz (λ = 2L), 3,0·10² Hz (1e boventoon, λ = 4L/3), 4,0·10² Hz (λ = L).
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Vraagtype 4: redeneren met verhoudingen
Bij dezelfde snaar of buis blijft v gelijk: f en λ zijn omgekeerd evenredig.
Halve lengte: halve λ, dubbele f.
Buis met één dicht uiteinde: de boventonen hebben 3, 5, ... keer de frequentie van de grondtoon.
Leg uit met de tekening of met v = f·λ.
This item has no instructions
Je halveert de trillende lengte van een snaar. Wat gebeurt er met de grondtoon?
De frequentie wordt twee keer zo klein
De frequentie wordt twee keer zo groot
De frequentie blijft gelijk
De frequentie wordt vier keer zo groot
Syllabus B1.4. λ = 2L wordt twee keer zo klein, v blijft gelijk, dus f = v/λ wordt twee keer zo groot. Verwachte fout: denken dat een kortere snaar lager klinkt.
Bij een gedekte pijp is de 1e boventoon 6,0·10² Hz. Wat is de grondtoon?
3,0·10² Hz
1,2·10³ Hz
1,8·10³ Hz
2,0·10² Hz
Syllabus B1.4. Bij één dicht uiteinde heeft de 1e boventoon 3 keer de frequentie van de grondtoon: 6,0·10² / 3 = 2,0·10² Hz. Verwachte fouten: delen door 2 zoals bij een snaar (3,0·10² Hz), vermenigvuldigen met 2 of 3.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
De tekening lezen
Golflengte uit lengte of diagram
Frequentie berekenen
Redeneren met verhoudingen
This item has no instructions
EXAMENSTOF · B1 · STAANDE GOLVEN
Tips voor op het examen
Begin elke vraag met een schets: eerst de uiteinden (knoop of buik), dan de knopen en buiken ertussen.
Schrijf bij de tekening op: L = ... keer ½λ of ¼λ. Dat is het verband dat je toelicht.
Reken pas als je λ hebt: f = v/λ, met eenheid en het juiste aantal significante cijfers.
This item has no instructions