wasmiddel+wasmachine

wasmiddel+wasmachine
1 / 42
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

wasmiddel+wasmachine

Slide 1 - Slide


Hoe zit je er bij vandaag?

Slide 2 - Poll

Wat weet je nog van de vorige les?

Slide 3 - Slide

Doel van de les.
  • Weten welke wasmiddelen er zijn
  • weten hoe een wasmachine werkt
  • soorten wasmachines
  • hoe te gebruiken  

Slide 4 - Slide

Wat weet jij nog van wasmiddelen?

Slide 5 - Open question

Wat is wasmiddel?
A
zeep
B
schoonmaakmiddel
C
water

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Video

in het filmpje wordt er verteld welke soorten wassen je hebt, schrijf jij ze op?

Slide 8 - Open question

Welke soorten wasmiddel zijn er?

Wie gebruikt wat?

Slide 9 - Slide

Welk wasmiddel wordt er thuis/op de groep gebruikt?

Slide 10 - Open question

Soorten wasmachines 
en andere nuttige informatie

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Link

De wasmachine instellen

Slide 13 - Slide

Wat kun je beter je echt nooit in de wasmachine wassen:
A
Kanten hemdjes
B
Water afstotende kleding
C
beha's
D
spijkerbroeken

Slide 14 - Quiz

Waterafstotende kleding heeft een speciaal laagje dat er voor zorgt dat water niet kan doordringen in de kleding. 
Door het te wassen gaat het waterafstotende laagje kapot. 

Slide 15 - Slide

Kies een wasprogramma's die je kan gebruiken voor een t-shirt van katoen met een print er op.
A
Eco 30-40 graden
B
Katoen 30-40 graden
C
Extra hygiëne 90 graden
D
Kort programma 30 graden

Slide 16 - Quiz

Kies een wasprogramma voor een natte handdoek die al 2 dagen in de wasmand ligt
A
Katoen 60 graden
B
Synthetisch 30 graden
C
Wol 20-30 graden
D
Extra hygiëne 90 graden

Slide 17 - Quiz

Slide 18 - Video

Voor dat je de wasmachine gaat gebruiken heb je eerst:
  • Gelezen of gevraagd hoe de wasmachine werkt. 
  • Je hebt de was verzameld en gesorteerd
  • Zorg voor een schone wasmand waar de was in kan als de wasmachine klaar is.

Slide 19 - Slide

Lesdoel:
Jij kan de wasmachine instellen.

Slide 20 - Slide

Stap 1
Stop de was in de wasmachine.

Probeer je rug recht te houden. Ga door je hurken als dit nodig is. 

Slide 21 - Slide

Stap 2
Doseer het juiste wasmiddel en stop deze in de het juiste vakje.

Let op! 
Er zijn wasmachines waarbij automatisch het wasmiddel wordt toegevoegd. Bij deze wasmachines sla je deze stap over.





Slide 22 - Slide

Stap 3
Zet de wasmachine aan. 
De meeste wasmachines hebben een knop waarmee je de de wasmachine aanzet voordat je een programma kunt kiezen.

Slide 23 - Slide

Stap 4
Kies het programma en de tempratuur

Slide 24 - Slide

Stap 5
Sluit de deur en start de wasmachine

Slide 25 - Slide

Stap 6
Als de wasmachine klaar is. Haal je de schone was er uit.
Je maakt met een werkdoekje de rubberen rand, de trommel en het raampje schoon.

LET OP!
Houdt de deur van de wasmachine open, zo voorkom je schimmel in de trommel.

Slide 26 - Slide

En nu jij:
Stel samen met een klasgenoot de wasmachine in voor een was met handdoeken, werkdoekjes en theedoeken.
Eén van jullie leest het stappenplan voor terwijl de ander de wasmachine instelt. Hierna wisselen jullie.

Slide 27 - Slide

Wat heb je geleerd?

Slide 28 - Open question


Ik vond deze les:

Slide 29 - Poll

Slide 30 - Slide

op welke tempratuur was je kleding?
goed
fout
30
90
40
100
70
20
60

Slide 31 - Drag question

Slide 32 - Link

Dit staat voor heet strijken?
A
waar
B
niet waar

Slide 33 - Quiz


A
wasmachine
B
handwas

Slide 34 - Quiz


A
wassen op 30 graden
B
wassen op 60 graden

Slide 35 - Quiz

Dit kleding stuk mag je niet strijken
A
waar
B
niet waar

Slide 36 - Quiz

Dit staat voor koud strijken
A
niet waar
B
waar

Slide 37 - Quiz

de punten staan voor de tempraturen
A
waar
B
niet waar

Slide 38 - Quiz

hoe warm mag dit kleding stuk gewassen worden?
A
tempratuur 70 graden
B
tempratuur 50 graden

Slide 39 - Quiz

hoe warm mag dit kleding stuk gewassen worden?
A
50 graden
B
30 graden

Slide 40 - Quiz

opdracht 
kijk op de verpakking
-voor welk kleding stuk
-ruikt naar
-waar te koop en prijs
- zou jij dit gebruiken? waarom wel of waarom niet? 

Slide 41 - Slide

opdracht 
maak de symbool puzzel. 
Leg de kaartjes bij de juiste antwoorden. 

Slide 42 - Slide