Scheikunde I Les 1 - element, atoom, molecuul, verbinding

Scheikunde I - Les 1
1 / 24
next
Slide 1: Slide
ChemieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Scheikunde I - Les 1

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Weekplanning
Wk 1: Element, atoom, molecuul en verbinding
Wk 2: Fasen en fase overgangen
Wk 3: Vervalt
Wk 4: Stofeigenschappen & zuivere stoffen + mengsels + verschillende soorten mengsels
Wk 5: Vervalt - Bezoek Bodyworlds
Wk 6: Scheidingsmethodes
Wk 7: Chemische reacties
Wk 8: Toets

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Weekplanning en leerdoelen doornemen
  • Korte uitleg H1 - Wat is chemie?
  • Aan de slag
  • Korte uitleg H2 - Atomen, elementen, moleculen en verbindingen
  • Aan de slag 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Atomen, elementen, ionen, moleculen en verbindingen

Jij: 
  • Kunt uitleggen wat het verschil en de relatie is tussen natuurkunde, biologie en scheikunde en welke relatie dit heeft tot voeding;
  • Kunt beschrijven wat elementen, atomen, ionen, moleculen en verbindingen zijn;
  • Kent de belangrijkste elementen voor de levensmiddelenindustrie                    (O, N, Cl, F, I, K, Na, H, C, P, Ca, Fe, S).

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Voorkennis: Heb je scheikunde op je vorige opleiding gehad?
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Lesplanning
  • Weekplanning en leerdoelen doornemen
  • Korte uitleg H1 - Wat is chemie?
  • Aan de slag
  • Korte uitleg H2 - Atomen, elementen, moleculen en verbindingen
  • Aan de slag 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1 - H1
Scheikunde, waar denk je
aan?

Slide 7 - Mind map

This item has no instructions

Waarom zou scheikunde zo belangrijk zijn voor jou als voeding- en leefstijladviseur?

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Lesplanning
  • Weekplanning en leerdoelen doornemen
  • Korte uitleg H1 - Wat is chemie?
  • Aan de slag
  • Korte uitleg H2 - Atomen, elementen, moleculen en verbindingen
  • Aan de slag 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Chemie is heel breed
Maak opdracht 2 t/m 4 Hfst 1
timer
10:00

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Een scheikundige probeert de eigenschappen van stoffen, zoals kleur en geleidingsvermogen, te verklaren. Dat doet hij aan de hand van de bouwstenen van de stof. Stoffen ontwerpen met bepaalde eigenschappen
Een natuurkundige onderzoekt en verbetert concepten, theorieën en technieken die draaien om materie, straling en energie. Dat doet hij zowel op het grootst mogelijke als op het kleinst meetbare niveau.

Bv. licht, geluid, beweging en kracht.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions


Zijn er nog vragen over de gemaakte opdrachten?

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Weekplanning en leerdoelen doornemen
  • Korte uitleg H1 - Wat is chemie?
  • Aan de slag
  • Korte uitleg H2 - Atomen, elementen, moleculen en verbindingen
  • Aan de slag 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Atoom, element, molecuul, verbinding

Slide 14 - Slide

Atoom: kleinste deeltje van een element, een deeltje dat chemisch niet gesplitst kan worden. Elk atoomsoort heeft een eigen symbool, zie binas tabel 38.
Elementen: zuivere stoffen die chemisch niet ontleed kunnen worden. Er zijn 92 elementen in de natuur.
Ion:
Verbinding: Wanneer verschillende atomen tot een molecuul zich verenigen ontstaat er een nieuwe stof met nieuwe eigenschappen --> een verbinding. Bijvoorbeeld de verbinding water bestaat uit 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom.
We kunnen een molecuul met een symbool aanduiden in een formule. Dat noemen we een molecuulformule: dat is het symbool dat het aantal en de soort atomen in een molecuul weergeeft. Bijv. H2O
Moleculen: bestaan uit twee of meer atomen die met elkaar verbonden zijn. Het aantal atomen bepaald of een molecuul groot of klein is. Bijvoorbeeld O2, bestaat uit twee zuurstofatomen.  

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Atoom, element, molecuul en verbinding

Atoom = Kleinste deeltje dat kan worden onderscheiden, 1 deeltje
Element = 1 soort deeltjes
Molecuul = 2 of meer deeltjes aan elkaar
Verbinding = 2 of meerdere soorten deeltjes aan elkaar

Slide 16 - Slide

Atoom: kleinste deeltje van een element, een deeltje dat chemisch niet gesplitst kan worden. Elk atoomsoort heeft een eigen symbool, zie binas tabel 38.

Elementen: zuivere stoffen die chemisch niet ontleed kunnen worden. Er zijn 92 elementen in de natuur.

Ion:

Verbinding: Wanneer verschillende atomen tot een molecuul zich verenigen ontstaat er een nieuwe stof met nieuwe eigenschappen --> een verbinding. Bijvoorbeeld de verbinding water bestaat uit 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom.
We kunnen een molecuul met een symbool aanduiden in een formule. Dat noemen we een molecuulformule: dat is het symbool dat het aantal en de soort atomen in een molecuul weergeeft. Bijv. H2O

Moleculen: bestaan uit twee of meer atomen die met elkaar verbonden zijn. Het aantal atomen bepaald of een molecuul groot of klein is. Bijvoorbeeld O2, bestaat uit twee zuurstofatomen.  
Oefenen
Geef aan of de weergegeven stoffen ionen, atomen, elementen, moleculen of verbindingen zijn door kruisjes te zetten in de juiste vakjes
Atoom
Element
Molecuul
Verbinding
NaCl
K
H2
C

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Oefenen
Geef aan of de weergegeven stoffen ionen, atomen, elementen, moleculen of verbindingen zijn door kruisjes te zetten in de juiste vakjes
Atoom
Element
Molecuul
Verbinding
NaCl
x
x
K
x
x
H2
x
x
C
x
x

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Weekplanning en leerdoelen doornemen
  • Korte uitleg H1 - Wat is chemie?
  • Aan de slag
  • Korte uitleg H2 - Atomen, elementen, moleculen en verbindingen
  • Aan de slag 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

Optioneel kunnen studenten dit zelfstandig bekijken.
Opdracht: schrijf bij elk symbool de naam van het bijbehorende element.
(dit zijn de belangrijkste elementen in de voeding)
Symbool
Element
Symbool
Element
O
H
N
C
Cl
P
F
Ca
I
Fe
K
S
Na

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Opdracht: schrijf bij elk symbool de naam van het bijbehorende element.
(dit zijn de belangrijkste elementen in de voeding)
Symbool
Element
Symbool
Element
O
Zuurstof
H
Waterstof
N
Stikstof
C
Koolstof
Cl
Chloor
P
Fosfor
F
Fluor
Ca
Calcium
I
Jood
Fe
Ijzer
K
Kalium
S
Zwavel
Na
Natrium

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag!
  • Maak de opdrachten uit H2 (2+3)

Vragen, stel ze gerust!

Niet af? Huiswerk voor volgende week

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Atomen, elementen, ionen, moleculen en verbindingen

Jij: 
  • Kunt uitleggen wat het verschil en de relatie is tussen natuurkunde, biologie en scheikunde en welke relatie dit heeft tot voeding;
  • Kunt beschrijven wat elementen, atomen, ionen, moleculen en verbindingen zijn;
  • Kent de belangrijkste elementen voor de levensmiddelenindustrie                    (O, N, Cl, F, I, K, Na, H, C, P, Ca, Fe, S).

Slide 24 - Slide

This item has no instructions