H. 9 Negatieve getallen instructie par. 9.1. + 9.2

H. 9 
NEGATIEVE GETALLEN
  • Welkom 
  • Test H. 11 bespreken 
  • Lesdoel par. 9.1 
  • Instructie par. 9.1 
  • Lesdoel par. 9.2
  • Instructie par. 9.2
1 / 29
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

H. 9 
NEGATIEVE GETALLEN
  • Welkom 
  • Test H. 11 bespreken 
  • Lesdoel par. 9.1 
  • Instructie par. 9.1 
  • Lesdoel par. 9.2
  • Instructie par. 9.2

Slide 1 - Slide

POSITIEF EN NEGATIEF

Slide 2 - Slide

Lesdoel par. 9.1
  • Ik weet wat een positief en negatief getal is
  • Ik kan de regelmaat ontdekken op een getallenlijn.
  • Ik begrijp wat tegengestelde getallen zijn. 

Slide 3 - Slide

Thermometer
 Verticale getallenlijn

  • Op de verticale getallenlijn staan de negatieve getallen onder de 0.

Slide 4 - Slide

Positief of negatief
  • Op de verticale getallenlijn staan de positieve getallen boven de 0.

  • Op de verticale getallenlijn staan de negatieve getallen onder de 0.

Slide 5 - Slide

Horizontale getallenlijn
  • Op de horizontale getallen-lijn staan de positieve getallen rechts van de 0.

  • Op de horizontale getallen-lijn staan de negatieve getallen links van de 0.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Link

REGELMAAT
  • Hoeveel stappen gaat de pijl omhoog? 
  • De pijl gaat met 4 stappen omhoog.
  • Bij welk getal komt de pijl uit?
  • Bij het getal 1.

Slide 8 - Slide

REGELMAAT
  • Als je de getallen achter elkaar zet, krijg je onderstaande getallenrij.
  •  -11, -7, -3, ..........
  • Wat zijn de volgende 4 getallen?
  • 1,  5,  9,  13

Slide 9 - Slide

TEGENGESTELDE GETALLEN
  • Twee getallen die even ver van het getal nul liggen, noem je tegengestelden van elkaar.
  • Welk getal ligt even ver van 0 als 4?
  • -4

Slide 10 - Slide

KLEINER DAN OF GROTER DAN

Slide 11 - Slide

Lesdoel
  • Ik ken de tekens van "groter dan" en "kleiner dan".
  • Ik weet wanneer een getal groter of kleiner dan een ander getal is. 

Slide 12 - Slide

Hoe hoger hoe groter.
Hoe lager hoe kleiner
  • Hoe lager je op de getallenlijn gaat, hoe kleiner de getallen worden.

  • Hoe hoger je op de getallenlijn gaat, hoe groter de getallen.


Slide 13 - Slide

Groter dan >       
Kleiner dan <
7 > 6 Lees je als "7 is groter dan 6"
2 < 3 Lees je als "2 is kleiner dan 3"

> betekent dus "is groter dan"
< betekent dus "is kleiner dan"

Ezelsbruggetjes:
De opening van < en > staat altijd aan de kant van het grootste getal.

Slide 14 - Slide

De krokodil wil de prooi die het grootst is.

Slide 15 - Slide

Van < kun je een k maken van kleiner dan

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Link

Groter dan of 
kleiner dan?
  • 3                4

  • -3              4

  • -3              -4

<
<
>

Slide 18 - Slide

Lesdoel bereikt?
  • Ik ken de tekens van "groter dan" en "kleiner dan".
  • Ik weet wanneer een getal groter of kleiner dan een ander getal is. 

Slide 19 - Slide

BLOKJES IN DE KETEL

Slide 20 - Slide

Lesdoel
  • Ik weet hoe de temperatuur verandert als er blokjes in de ketel worden gedaan.
  • Ik kan optellen met positieve en negatieve getallen. 

Slide 21 - Slide

Warme en koude blokjes
  • Als de heks warme blokjes in de ketel gooit, dan wordt de temperatuur in de ketel hoger.

  • Als de heks koude blokjes in de ketel gooit, dan wordt de temperatuur in de ketel kouder.

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Link

Slide 24 - Video

Slide 25 - Slide

BLOKJES UIT DE KETEL

Slide 26 - Slide

Lesdoel
  • Ik weet hoe de temperatuur verandert als er blokjes uit de ketel worden gehaald.
  • Ik kan aftrekken met positieve en negatieve getallen. 

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide